Stoempen met Zoetemelk op voormalige vuilnisbelt

Zaterdag werd in Leiden de Joop Zoetemelk Classic verreden. Geen Rabobank of Astana. Wel teams als De klipgeiten en Mannen met buikjes. En een zingende oud-Tourwinnaar.

Alsof ze thuiskwamen na een lange dag werken in de steenkoolmijnen. Met gezichten zwart van het vuil kwamen de wielrenners de kantine van de Leidse wielerclub Swift binnendruppelen. Terwijl zaterdag in Italië La Primavera – Milaan-Sanremo – werd verreden, stond de eerste lentedag in Leiden in het teken van de Joop Zoetemelk Classic. Oud-Tourwinnaar en wereldkampioen Zoetemelk (63), al sinds zijn jeugd lid van Swift, trotseerde zelf ook plensbuien en een straffe wind.

Om half acht waren de eerste renners vertrokken, voor een rit van 45, 75 of 150 kilometer. Onder hen semiprofessionals en recreanten. Geen Astana, Rabobank of Quickstep zoals in Milaan-Sanremo, maar wel teams als ‘De klipgeiten’, ‘Vals plat’ en ‘Mannen met buikjes’.

Ondanks het slechte weer verschenen zaterdag 2.782 renners aan de start, ongeveer net zo veel als een jaar eerder, maar toen was het weer beter. Rondedirecteur Cor Vergeer was enthousiast: „Ik hield mijn hart vast met al die wind en regen, maar het is fantastisch gegaan. Een echte Hollandse voorjaarsrit: afzien, stoempen en aan de kant gezet worden.” Ook Zoetemelk klaagde niet over het weer en verklaarde op eigen nuchtere wijze: „Als de zon had geschenen was het leuker geweest, maar je moet het ermee doen.”

De eindtijd van de wielrenners is niet belangrijk tijdens de Joop Zoetemelk Classic – en wordt dan ook niet bijgehouden. De toertocht dient voor sommigen als training en voor anderen als puur plezier. Zoetemelk reed zelf 75 kilometer, nog steeds met relatief gemak. „Die sportiviteit zit er nog steeds in. Dit is de eerste keer dit jaar dat ik op de fiets zit, maar ik loop wel veel hard. Om mijn gewicht een beetje op peil te houden.”

De organisatie van Swift wil de toertocht professionaliseren en heeft daarom dit jaar de finish verplaatst naar de eigen wielerbaan. Ook is de ‘Col du Bourg à la crème’ – de voormalige vuilnisbelt Roomburg – opgenomen in het parcours.

In de kantine van Swift praten de wielrenners over de verreden Classic met een biertje in de hand, terwijl op de achtergrond een dweilorkest voor sfeer zorgt. Ook Zoetemelk drinkt een biertje en luistert naar oude bekenden en familie die, geïnterviewd door wielerjournalist Fred van Slogteren, vertellen over de successen van de nuchtere kampioen. In de kantine zitten uitsluitend fans van Zoetemelk. „Geweldig dat hij nog steeds meerijdt. Hij is wel echt een held, hè”, zegt een renner tegen een ploeggenoot. „Als je zelf fietst, begrijp je pas wat hij heeft gepresteerd.”

Nico Dijkshoorn, onder meer huisdichter bij De Wereld Draait Door, leest een gedicht voor over Zoetemelk, dat hij schreeuwend moet afmaken omdat de microfoon het tot vier keer toe begeeft. Zoetemelk signeert daarna shirtjes en poseert voor foto’s.

Hij was gevraagd het liedje Tour de France uit 1960 van Wout Wagtmans en Wim van Est opnieuw in te zingen samen met Leontien van Moorsel en Michael Boogerd. Van Moorsel en Boogerd waren niet aanwezig, maar Zoetemelk zingt af en toe een regeltje mee als zijn nieuwe versie van Tour de France door de luidsprekers van de kantine schalt: „Wie zit er aan de kop, wie hangt er aan de staart – zet hem even op, die gele trui die is het waard.” Zoetemelk: „Dit is gewoon voor de gein. Ik zei nog: ik ben geen zanger, maar ze stonden erop.”

Aan het einde van de dag wordt op een groot scherm de finale van Milaan-Sanremo getoond, maar dan zijn de meeste wielrenners al naar huis. Op de fiets.