Overlast van de trash chique

Als alle Nederlanders hun geboortedorp zelf hadden mogen kiezen dan was het Gooi waarschijnlijk een miljoenenstad geweest. Zeker nu. Al lijkt de grote hype wel voorbij, nog bijna dagelijks hoor ik ergens de begintune van Gooische Vrouwen rinkelen. En als ik vertel dat ik in Blaricum ben geboren en opgegroeid, dan willen mensen weten of we een zwembad hadden buiten in de tuin, of juist binnen, hoe mijn Thaise au pair heette en of ik Gordon wel eens in het echt heb gezien.

Maar niet iedereen uit Blaricum is opgegroeid met geld, zoals ook niet iedereen in Volendam kan zingen. Ik heb Blaricum heel anders beleefd dan het beeld dat er over dit dorp bestaat. Tot mijn twaalfde leefde ik meer als een meisje uit een boerengemeente dan uit een villadorp. Ik zat op de katholieke basisschool. Zong in het kerkkoor. Klasgenoten kwamen na schooltijd regelmatig voorbij als bijrijder op een tractor. In het gezelschap van twee koeien vroeg een schoolgenootje mij eens of hij mijn ‘plasser’ mocht zien. Dit was mijn eerste seksuele ervaring, ook al zei ik nee. Pas later, tijdens de middelbare schooltijd, kwam ik door de brede lanen, op hockeyfeestjes, leerde ik Lacoste kennen. Het Gooi zoals mensen het graag zien. De charme van een dorp als Blaricum lag, denk ik, in de combinatie van deze twee werelden, van mijn lagere en mijn middelbare schooltijd. De paarden door de straten, gevolgd door de Saab 900. Ze leefden samen in een vredige symbiose.

Maar Blaricum is niet meer het dorp waar ik opgroeide. Zo gaat dat vast met alle dorpen en steden, maar het valt mijn vrienden van vroeger en mij bij terugkeer steeds weer op. En dat terwijl we er pas tien jaar weg zijn. Blaricum begint steeds eenzijdiger te worden.

In De Gooi-en Eemlander stond onlangs dat het Gooi een van de snelst vergrijzende regio’s in Nederland is. Dat is natuurlijk geen wonder, zeker niet in Blaricum, uitgeroepen tot de duurste gemeente van Nederland. Er zijn maar weinig jongeren die het zich kunnen permitteren om in het dorp te blijven wonen. Betaalbare woningen zijn er nauwelijks. Boeren, stratenmakers, bakkers, timmermannen trekken weg uit het dorpsbeeld. De zogenaamde ‘nieuwe rijken’ komen ervoor in de plaats.

Als ik er wel eens terug ben, verbaas ik me over deze ‘nieuwkomers’. Ze nemen het dorp over, zoals de Hollanders de campings die Ursul de Geer bezocht voor zijn televisieprogramma. Ze bouwen metershoge hekken om hun huizen, begroeten je bij de ingang met hun bewakingscamera’s, hollen het dorp intellectueel nog verder uit. Sinds twee jaar hebben ze bij de Japanner naar goed Amsterdam-Zuid-gebruik zelfs valid parking. Dit in het centrum van een dorp waar het ’s avonds nooit een probleem is om binnen tweehonderd meter te parkeren.

In de vermakelijke televisieserie Gooische Vrouwen leven we mee met de sympathieke maar ordinaire Cheryl (gespeeld door Linda de Mol) die probeert haar draai te vinden in het kakkineuze Gooi. We staan aan haar kant. We houden van haar. Verbazen ons steeds over de kortzichtigheid van haar buren. Toch is de houding van oud geld ten opzichte van nieuw geld niet zo verwonderlijk. Nieuw geld is vaak nogal schreeuwerig en in het Gooi praat men nu eenmaal liever op gedempte toon.

In november van vorig jaar stond er in deze krant een artikel over het dorp Laren, het buurdorp van Blaricum, met de kop ‘Slagveld Laren, over de burgeroorlog in het Gooi’. Hier werd een beeld geschetst van een dorp dat kapot werd gemaakt door nieuwe rijken en waar burgers elkaar „welbespraakt, naar het leven staan”. Dit lijkt mij wat overtrokken. In Blaricum overheerst de vredige sfeer nog altijd. Maar dat er toch ook veel onvrede bestaat onder de inwoners over de komst van de nieuwelingen is wel duidelijk.

Al jarenlang hoor ik gemopper over het gedrag van de nieuwe rijken. Ze zouden niet integreren. Bemoeien zich niet of nauwelijks met het verenigingsleven. Hun patserige auto’s zijn te groot voor de kleine straatjes. Ze parkeren zelden binnen de lijntjes, lijken zich overal welkom te voelen, rijden te hard en verpesten het uitzicht in de achtertuin met hun protserige nieuwe villa’s. Dit leidt tot onbehagen, burenruzies en soms ook tot rechtszaken. De nieuwe rijken passen zich niet of nauwelijks aan. Terwijl de ‘oude’ Blaricummers hun kinderen zien wegtrekken, omdat zij het zich niet kunnen veroorloven in Blaricum te wonen. Op de avond dat op de plaatselijke voetbalclub de wethouder een prijs uitreikt aan de vrijwilliger van het jaar, ontvangt een ondernemer een paar honderd meter verderop op een groots galafeest de Mossel Award als de ‘meest succesvolle vastgoedman van het jaar’.

Twee gescheiden werelden. Het illustreert dat segregatie niet alleen een grootstedelijk probleem is tussen de middenklasse en de onderklasse, maar ook voorkomt in een dorp als Blaricum tussen de middenklasse en de rijken. Niet alleen trailer trash, het Amerikaanse equivalent van ‘tokkies’, kan voor overlast zorgen maar ook, zoals het in het Gooi spottend gezegd wordt, het ‘trash chique’. Adel verplicht niet meer.

Janneke van der Horst is publiciste.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de column Overlast van de trash chique (maandag 22 maart, pagina 9) beschrijft Janneke van der Horst het fenomeen ‘valid parking’. Dit moet ‘valet parking’ zijn.