Opwaarderen van yuan helpt niet

Een paar Amerikaanse Congresleden willen importtarieven heffen op Chinese goederen, tenzij Peking besluit de waarde van de Chinese munt, de yuan, te verhogen. Toch houdt de Chinese premier Wen Jiabao eraan vast dat de munt niet te goedkoop is.

Ook Goldman Sachs denkt dat de waarde van de yuan wel eens zou kunnen kloppen. Het argument dat de munt minder ondergewaardeerd is dan op het eerste gezicht lijkt, is overtuigend. De yuan heeft een reële waarde van 6.856 yuan voor één dollar, aldus hoofdeconoom Jim O'Neill van Goldman. Daarmee zou sprake zijn van een overwaardering van 0,4 procent. Met die visie staat Goldman lijnrecht tegenover het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en het vaak geciteerde Peterson Institute, dat claimt dat de yuan met wel 40 procent is ondergewaardeerd.

Economen debatteren eindeloos over de ‘correcte’ manier om munten te waarderen. De methode van Goldman kijkt naar de relatieve prijzen en het inkomen per hoofd van de bevolking, en houdt rekening met factoren als een stijgende productiviteit. Het andere kamp gaat uit van een ideale wereld, waarin landen evenwichtige begrotingen hebben en de werkgelegenheid op een optimaal niveau staat, en probeert van daaruit te deduceren wat de waarde van de munt zou moeten zijn.

De praktijk lijkt uit te wijzen dat mensen minder waar voor hun yuan krijgen. Een ‘grande latte’ van Starbucks kost 3,75 dollar in de VS, maar 4,10 dollar in China. Een bioscoopkaartje kost 10 dollar in Shanghai, maar 12,50 dollar in New York voor een vergelijkbare stoel bij dezelfde film.

Eén zwak punt in het argument dat de yuan ondergewaardeerd is, is dat het ervan uit lijkt te gaan dat landen allemaal over evenwichtige handels- en kapitaalbalansen beschikken, en dat de wisselkoers schuld treft als dit niet het geval is. Maar vrij zwevende koersen zijn geen wondermiddel. Japan had in de jaren tachtig nog steeds een overschot op zijn betalingsbalans, zelfs nadat de yen was opgewaardeerd. De beste proef op de som zou zijn om de wisselkoers van de yuan los te laten. Maar dat zal niet snel gebeuren. Chinese beleidsmakers zijn bang dat het loslaten van de munt tot schadelijke koersschommelingen zou kunnen leiden. Zij zien een stabiele munt als bescherming voor China’s onderontwikkelde financiële systeem.

Intussen zou een opwaardering wel eens minder gewicht in de schaal kunnen leggen dan Amerikaanse politici denken. Het Chinese handelsoverschot nam tussen 2005 en 2008 toe, ook al steeg de wisselkoers van de yuan met 20 procent. De lobby voor een opwaardering van de munt roert zich, maar de argumenten die worden aangevoerd zijn lang niet altijd even overtuigend.

Wei Giu

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com