Optimisme in de Bijlmer

Een discussie in de Bijlmer ging over probleemgedrag van Antilliaanse en Arubaanse jongeren. Ik ben tevreden: zie je wel, ze zijn niet slecht, ze zijn gestoord.

Stel dat je erge zin hebt in seks. Je bent op een feestje, of in een auto, er is een meisje in de buurt, ze wil niet, maar je dringt je op, misschien geef je haar een klap of twee, waarna ze je behoefte bevredigt en jij vervolgens rustig verder feest. Of deze, heb ik van een docent van de politieacademie: je zit met vrienden in een flat, je zorgen te maken over de huur die eind van de maand moet worden betaald. Je hebt een pistool, je gaat met je maatjes naar een winkel, houdt het wapen tegen het hoofd van de caissière, grist je huurbedrag uit de kassa.

En stel dat je dit alles gewend bent te doen en je niet gestoord bent. Dat is pas zorgelijk.

In onze moderne westerse beschaving is er nauwelijks plaats voor gewone, klinkklare slechtheid. Als je raar gedrag vertoont, als je afwijkend bent, heb je een psychische kwaal en moet je hulp krijgen.

Ik ben erg blij met deze houding. Het straalt optimisme uit. Als je vreemd doet uit slechtheid, kan daar alleen eenzame opsluiting tegenover staan. Aan zweepslagen, foltering en executie doen we gelukkig niet meer – hoewel sommigen deportatie of het schieten in de knie graag heringevoerd zouden willen zien. Maar als je vreemd doet vanwege een mentale ziekte, is er hoop. Er is kans op beterschap.

Met deze eenvoudige levensvisie ga ik naar de bijeenkomst die wordt belegd in het Bijlmer Park-theater over ‘Psychische problematiek en criminaliteit bij Antilliaanse en Arubaanse jongeren’. Ondanks de ernst van het onderwerp hangt er een gezellige sfeer. Er is koffie en cake en iemand van de organisatie legt uit dat we iets later zullen beginnen, omdat juist vanmiddag de geluidsapparatuur uit het theater is gestolen. Niet voor het eerst. Het is nu eenmaal de Bijlmermeer.

Een Antilliaanse vrouw met een zwaar accent opent de avond door de sprekers een voor een naar de tafel op het podium te roepen: de initiatiefnemer van het onderzoek naar psychische problemen bij criminele Antillianen, de professor die het onderzoek verrichtte, een Antilliaanse jeugdpsychiater. Er zou ook iemand van de politieacademie zijn, waar is die? Oh, die heeft al die tijd al aan de tafel gezeten. Bijna verlegen steekt hij zijn vinger in de lucht.

In de zaal zitten zo’n 120 mensen, onder wie veel heren in kostuums, die hun importante bestuursfuncties weergeven. Dat kan maar één ding betekenen: de onderzoekster zal de resultaten van haar onderzoek presenteren en wijzen op de noodzaak van… vervolgonderzoek. Mijn voorspelling komt niet voort uit cynisme. Zo werkt wetenschap nu eenmaal, en dat is helemaal niet erg.

De onderzoekster is een stevige dame, opvallend jeugdig en joviaal voor een professor. Ze begint over de probleemstelling, de methoden en technieken, de representativiteit (N=50), de meetinstrumenten, de classificaties en de delicten: van vernieling en beschadiging van andermans spullen tot winkeldiefstallen (nader onderverdeeld in echte diefstal en prijsverwisseling); heling, inbraak, geweld (met of zonder verwonding), beroving, onvrijwillige seks, wapenbezit, drugshandel. Het is allemaal gemeten en in cijfers uitgedrukt.

En het zijn geen lieverdjes, zoveel is duidelijk. Maar wat blijkt als je die vijftig jongens nader bestudeert? Dat ze bovengemiddeld angstig of depressief zijn, verslaafd aan het een en ander, dat ze aandachtsproblemen hebben, ADHD, psychotische en stemmingsstoornissen.

Ik ben tevreden: zie je wel, ze zijn niet slecht, ze zijn gestoord. Ze kunnen geholpen worden. En zoals ik voorspelde: er is volgens de professor vervolgonderzoek nodig. Uit dit onderzoek kan namelijk geen causaliteit worden aangetoond tussen psychische stoornissen en delinquent gedrag. Wat mij betreft gaat men net zo lang door met onderzoek tot dat causale verband wel glashard is aangetoond. Als je gekke dingen doet, ben je gek.

Maar tot mijn grote schrik is de zaal helemaal niet zo tevreden. Wat bedoelt de professor met ‘Antilliaanse’ jongeren? Weten de onderzoekers wel dat de culturen op de verschillende eilanden flink verschillen, vraagt een vrouw onder groot applaus: „Op Curaçao zijn er bijvoorbeeld ook mensen die oorspronkelijk komen uit Haïti of Colombia. Die mensen zijn héél anders.”

Het panel hoort het aan en weet geen raad met de gedachte die kennelijk in de zaal leeft: dat alle Antillianen hier eventjes zomaar gek worden verklaard. Terwijl die gekte eigenlijk uit Haïti en Colombia komt. En als een man roept dat alles hier vanavond sterk overdreven wordt, dat Antillianen door de mensen achter de tafel zelfs worden ‘gedemoniseerd’, om maar meer geld te krijgen van de overheid voor zogenaamd onderzoek, is het hek van de dam.

De initiatiefnemer van het onderzoek, die blijkbaar bekend is met de laatste spreker, staat woedend op en roept dwars door het applaus: „Ik wil aandacht voor het verdriet en het leed van onze jongens. Zeg nooit meer tegen mij dat ik alleen onderzoek doe om geld te krijgen.”

Ook hij krijgt applaus, zij het mager.