Met onderdrukte emotie op zoek naar de waarheid

Bijna verdween Clairy Polak uit de eredivisie van de tv-journalistiek. Te links? Scherp, zeggen collega’s. Nu wordt ze interviewer bij het nieuwe Nieuwsuur. „Ik zit hier voor de inhoud.”

Het zit ’m in die omgekeerde V. Met haar wenkbrauwen laat ze veel zien: mededogen, sympathie, spot of irritatie. Dat subtiele onderscheid is het moeilijkst om te doen, zegt cabaretier Sanne Wallis de Vries, die Clairy Polak als typetje heeft neergezet in de satirische tv-programma’s Kopspijkers en Koefnoen. „Je voelt de ingehouden spanning. Ze heeft een mening die ze niet mag geven. Die sijpelt er wel doorheen.”

Jeroen Pauw vormde met Polak een presentatieduo bij NOVA Politiek. Bij mooi weer haalde hij haar thuis in Amsterdam op met zijn Saab cabriolet voor een ritje naar Den Haag. Volgens Pauw schaamde Polak zich een beetje voor zijn auto, maar zat ook „kraaiend van plezier” naast hem. De roddels, rollen pepermunt en zakjes drop vlogen over en weer. Tot zij een bekende signaleerde op de Amsterdamse grachten. Dan maakte een lichte gêne zich van haar meester.

„Dat hoort bij haar generatie: die heeft haar onbevangenheid behouden, maar leeft met de rem erop”, zegt Pauw. Die generatie, zegt hij, „neemt elkaar de maat: je deugt of je deugt niet”.

De NOVA-presentator werd de afgelopen weken zelf de maat genomen. Tot haar afgrijzen was zij het middelpunt van een discussie over gekleurde journalistiek, die draaide om de vraag of Polak, die voor de VARA werkt, niet te links was voor het ‘onafhankelijke’ Nieuwsuur van NPS en NOS dat na de zomer NOVA vervangt.

De publieke omroep haalt in het nieuwe televisieseizoen de bezem door de nieuwsvoorziening. Veel ledenomroepen (VARA, EO, KRO, NCRV, WNL en PowNed) zullen een geprofileerd actueel programma brengen. Zo willen de omroepbazen de verschillende identiteiten en daarmee de pluriformiteit van het bestel beter uitdragen. Door deze politiek-bestuurlijke oplossing, door menigeen gezien als terugkeer naar het verzuilde omroepsysteem, dreigde Polak haar baan kwijt te raken.

Terwijl populistische internetfora juichten dat ‘het boegbeeld van de linkse kerk’ was gesneuveld en VARA-collega Mathijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door een ‘Clairy-moet-blijven-actie’ voerde, hield Polak zich stil. Net als vorig jaar, toen Tweede Kamerlid Martin Bosma (PVV) tijdens een partijbijeenkomst dreigde „de rode neuzen van de linkse media af te hakken”. De neus van Clairy Polak zag hij al liggen, zei hij.

Inmiddels is bekend dat zij komend tv-seizoen naar Nieuwsuur gaat: niet als anchor maar als interviewer. Ze gaat een tot twee keer per week vraaggesprekken maken op locatie. Ook keert ze terug naar haar oude liefde: de radio. Een avond per week zal ze in Met het oog op morgen de achtergronden bij het nieuws belichten.

Ze is tevreden met de nieuwe ontwikkelingen, zegt ze nu. Maar dat haar integriteit in twijfel werd getrokken, heeft haar diep geraakt. De discussie over haar politieke kleur ervoer ze als diskwalificatie van haar vakmanschap. NOVA-hoofdredacteur Carel Kuyl: „Haar scherpte werd verward met links-zijn. Dat was oneigenlijk en het heeft haar beschadigd.”

Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier , nam het in zijn rechts georiënteerde opinieblad voor haar op. „Polak is absoluut geen hysterische of verbeten VARA-haan”, zegt hij. „Kwaliteit staat bij haar voorop. Ze stelt de vragen die op je lippen branden, met een kleine glimlach.”

Haar manier van interviewen is dikwijls tongue-in-cheek, met een geamuseerd ironische blik. Sommigen ervaren dat ten onrechte als neerbuigend, zegt Pauw. „Alsof Clairy denkt: ach, ach, het is me wat. Maar is dat links? Ik geloof wel dat Clairy links is, maar dat komt in haar werk niet tot uiting.”

‘VVDsie’ was de eerste bijnaam van Clairy Ruth Polak. Toen ze werd geboren, was haar vader op verkiezingstournee voor de liberale partij. Bram Polak, beter bekend onder zijn artiestennaam Alexander Pola, schoof later op naar de PvdA. Volgens oud-collega’s was hij „nog net geen communist”.

Ook Pola kreeg in Hilversum kritiek omdat hij te links zou zijn, toen hij in de jaren zestig furore maakte met het satirische tv-programma Farce Majeure (NCRV). Wegens zijn scherpe tong noemden zijn naaste collega’s hem liefkozend ‘de kleine gifkikker’. „Papa was geen pessimist”, zei Polak na zijn dood in een KRO-documentaire over haar vader, „maar hij koketteerde ermee. Met een klein, vilein lachje.”

Zij kreeg als scholier voortdurend opmerkingen over haar beroemde vader. „Dodelijk voor een kind van twaalf”, zei ze eens. Polaks moeder, cabaretier Katja Berndsen, stopte met werken na de geboorte van Clairy. Zij groeide op als enig kind. Volgens Henk van der Horst, een van de makers van Farce Majeure, was ze „heel schuchter, meisjesachtig ook: met rokjes en vlechtjes”.

Van der Horst typeert het milieu van de Polaks als „creatief, intellectueel en licht burgerlijk”. Er werd stevig gediscussieerd aan tafel, zegt Van der Horst. „Het waren kritische mensen, maar ook heel keurig.”

Polak is het evenbeeld van haar vader, zegt Van der Horst. „Even spits en serieus. En omdat ze beseffen dat ze intelligent zijn, vinden ze het niet makkelijk om ook een andere mening ruimte te geven. Dat moet Clairy in de journalistiek wel doen, maar het gaat tegen heug en meug.”

Na een afgebroken studie politicologie belandde Polak in de journalistiek. Zij kreeg een baan bij de Uitkrant. Onder de erudiete hoofdredacteur Wim Klinkenberg, een van de laatste stalinisten van Nederland, had de Uitkrant indertijd een cultstatus in Amsterdam. Fotograaf Kors van Bennekom ging vaak met Polak op reportage. Hun karakters botsten, zegt hij. „Ik ben een softie, zij is hautain en behoorlijk eigenwijs.” Maar hij zag dat ze een belofte was. „Ze was fel, haalde het onderste uit de kan.”

Bij de radio maakte Polak de duizenden vlieguren die nodig zijn om later tot de eredivisie van de tv-journalistiek door te dringen. Bo van der Meulen leerde haar bij het VARA-cultuurprogramma Ophef en Vertier kennen als een dossiervreter die alles tot in de puntjes regelt. „Ik heb haar bijgebracht dat ze minder streng mocht zijn en niet altijd hoeft te scoren, zij leerde mij minder vrijblijvend te interviewen.”

Hoe ervaren ook, de overgang naar televisie was hard. De onopgesmukte Polak – „Voor mij geen lipstick” – kwam onder een vergrootglas te liggen toen ze NOVA ging presenteren. „In het begin verzette ze zich op een puberale manier tegen tv”, zegt Jeroen Pauw. „Ze zei: zo ben ik nu eenmaal, ik zit hier voor de inhoud.”

Al snel begreep ze dat het bij haar nieuwe professie hoorde om ook op haar uiterlijk te letten. Vlak voor een uitzending roept ze: „Jongens, wat moet ik aan?” Eindredacteur Marja Ros: „Dan roepen wij: doe nu maar dat groene jasje. Dat trekt ze dan braaf aan voor ze de make-up ingaat.”

Clairy is niet van de vorm, zegt Ros. Toch vindt ze Polak de beste vrouwelijke tv-anchor die er is. „Ook van de mannen komt er niemand in haar buurt.”

Haar grootste kracht is haar gevoel voor timing, zegt Ros. „Ze kan goed luisteren en heeft niet alleen scherpe vragen, maar ook gewonemensenvragen.” Haar eerste vraag aan Balkenende na de val van zijn vierde kabinet luidde: hoe voelt u zich nu?

Collega’s in Hilversum roemen vooral de interviews met de top van de DSB-bank, vlak voordat het concern van Dirk Scheringa bankroet ging. Ze is op haar best als ze afstandelijk en scherp is, met een charmante kwinkslag, telkens terugkomend op ontwijkende antwoorden op netelige zaken.

Haar missie is helder: ze is op zoek naar de waarheid.

„Die vasthoudendheid is haar kracht”, zegt journalist Henk van Hoorn, „al gaat ze daar af en toe te ver in.”

Pauw: „Soms is ze te veel aan het woord, dan denk ik: houd nou even je mond.”

Polak is volgens eindredacteur Ros zelf haar grootste criticus. Woedend werd ze eens op een minister die bleef volhouden dat de WAO-regeling prima was, terwijl een reportage het tegenovergestelde liet zien. Ze omschreef het later als een slechte beurt. Polak: „Ik ging cynisch en sarcastisch doen. Je laten meeslepen door je eigen emotie is niet journalistiek.”

Haar journalistieke hart ligt bij het interview. Presenteren beschouwt ze als corvee, zegt NOVA-hoofdredacteur Kuyl. Ze noemt zich dan gekscherend „voorleesmoeder”.

Maar ook dat neemt ze zeer serieus, zegt eindredacteur Corine Hegeman, die met Polak werkt voor Buitenhof. „Ze let erop dat ze korte zinnen maakt. In spreektaal, zonder archaïsmen.”

Hoewel Polak net als haar vader van woorden houdt, werd er op de begrafenis van Bram Polak niet gesproken. Farce Majeures Van der Horst: „Dat wilde Clairy niet. Ze heeft een hekel aan dingen oprakelen. Ik heb haar laatst een oude foto opgestuurd, waar Bram op stond. Daar heb ik niks meer op gehoord. Het verleden, daar heeft ze niks mee.”

Haar joodse vader moest tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduiken, haar grootouders overleefden concentratiekamp Theresienstadt. Polak is niet religieus opgevoed en profileert zich niet als joodse vrouw. Toch bepaalt haar familiegeschiedenis volgens oud-collega en vriend Bo van der Meulen wel wie ze is en hoe ze handelt. „Zeer betrokken.”

Polak schreef voor het bulletin van het Auschwitz Comité en reisde een keer mee naar Auschwitz met overlevenden en hun kinderen. „Daarna was ze heel aangedaan”, zegt Van der Meulen. „Op de terugweg in de bus zong ze alle liedjes uit Anatevka mee en werd er gezopen.”

Ook volgens vriend en oud-collega Ton van Brussel is Polaks gedrevenheid een erfenis. „Het leven is kort, daar moet je van genieten, vindt ze. Dat heeft ze zo van haar ouders geleerd.”

Na de ziekte van haar man Nico, die enkele jaren geleden genas van slokdarmkanker, heeft Polak volgens Van Brussel nog maar één droom: doorgaan met het leven zoals ze dat nu leidt.

En dat bestaat uit meer dan werken. Met dezelfde inzet en overtuiging waarmee Polak interviewt, ontspant ze, zeggen vrienden. In het café, in het Concertgebouw, in haar volkstuintje, maar vooral in Zwitserland, waar ze – net als haar vader en zijn vader – elke zomer komt.

Haar vriendschappen draaien vooral om eten, zeggen intimi. „Vrijdag was het weer racletten bij Clairy”, vertelt Ton van Brussel. „Daarna draaien we plaatjes. Het begint vaak met opera, maar eindigt steevast met cabaret uit de jaren zestig en zeventig, van Henk Elsink tot Wim Sonneveld. Dan zingen we luidkeels mee. Tot diep in de nacht.”

Vrienden noemen Polak „ontzettend aaibaar”, lief, trouw. Van Brussel heeft in vijftien jaar één keer ruzie met haar gehad. Omdat de luistercijfers tegenvielen, schrapte hij het programma Ophef en vertier waarvoor Polak haar werkgever NOS had verlaten. „Bij zo’n mededeling schreeuwt ze niet, maar haar ogen spreken boekdelen”, zegt Van Brussel. Avonds belde hij haar op, ze waren tenslotte vrienden. „Nico zei: ze is even niet beschikbaar. In dat zinnetje zat alles.”

Polak had enkele weken nodig voor ze haar vriend weer wilde aankijken. Ze hebben het er nooit meer over gehad, zegt Van Brussel. „Clairy houdt niet van ruzie. Ze is bang dat ze dingen zegt waar ze spijt van krijgt.”