Kwebbelen in de gemengde zone

Ibrahim Afellay, de aanvoerder van PSV, is geschorst en dat heeft twee voordelen. Hij hoeft na een wedstrijd geen sluipwegen te bewandelen om de pers te ontwijken en de voetbaljournalisten raken niet gefrustreerd omdat hij weer heeft geweigerd hen te woord te staan.

Zeker op degenen die zich nog herinneren dat Afellay hen vroeger met ‘u’ aansprak, zal de demonstratieve zwijgzaamheid overkomen als bewijs van gebrek aan, ja daar is het weer, respect.

‘U’ zeggen tegen een verslaggever – de laatste die dat eerder deed was de toen nog zeer jonge Gerald Vanenburg. En nog langer geleden kwam het hooguit voor in de tijd dat sportjournalisten boven of onder hun artikel een naam als ir. A. van Emmenes (Sport en Sportwereld) plaatsten. En die had geen citaten van voetballers nodig.

Wie heeft toch bedacht dat aanvoerders en trainers na afloop verplicht zijn om met de media te praten? Het schijnt in contracten te staan, met daaraan toegevoegd de bepaling dat ze niets mogen zeggen wat hun club schaadt.

Die verplichting heeft ervoor gezorgd dat bij grote evenementen verslaggevers moeten wachten in een zogeheten mixed zone. Een naam die suggereert dat er ruimte is voor gemengde sport, maar helaas. Het is wachten en wachten totdat het de langslopende jongeman – geen vluchtweg gevonden – goeddunkt iets in een microfoon te kwebbelen of tegen een blocnote te roepen.

Sportjournalisten beweren dat voetballers ook tegenover hun supporters verplicht zijn om commentaar in de media te geven. Maar voetballers en supporters hebben hun eigen communicatiemiddelen ontwikkeld. Na een overwinning begeven de voetballers zich brullend en hand in hand naar het vak met de harde kern om daar collectief te gaan zwaaien of een buiklanding uit te voeren. En na vier nederlagen wachten woedende fans de spelersbus op om tekst en uitleg te eisen.

Verder nog iets? „Als je ze niet maakt, dan kun je niet winnen.”

john kroon