Kerk verlangt naar afsluiting affaire

Nederlandse bisschoppen reageren instemmend op een brief van de paus, die zijn spijt betuigt over misbruik. De slachtoffers zijn evenwel teleurgesteld.

Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Dat is zondagochtend de centrale boodschap van de hoogmis in de Utrechtse St. Catharinakathedraal, opgedragen door hulpbisschop Herman Woorts.

Het is een expliciete vraag om clementie voor de geestelijken die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik van kinderen. Het illustreert de verscheurdheid van de katholieke kerk, die zowel slachtoffers als daders niet van zich wil vervreemden.

Zaterdag verscheen een brief van paus Benedictus XVI aan de Ierse katholieken. De Nederlandse bisschoppen hebben daar met waardering en instemming op gereageerd. Volgens hen is de tekst volledig van toepassing op de slachtoffers in Nederland, al worden die niet genoemd. De paus drukt in de brief zijn medeleven en spijt uit aan de Ierse slachtoffers en hun families. Hij noemt geen kerkelijke strafmaatregelen tegen schuldige geestelijken. Volgens hem moeten zij „verantwoording afleggen tegenover God” voor „hun criminele daden”.

Nederlandse slachtoffers zijn, evenals de Ierse katholieken, teleurgesteld over de brief. Peter Dijcks (54) uit Rijswijk, als zesjarig jongetje seksueel misbruikt op blindeninstituut Sint Henricus in Grave: „De Kerk laat na te bezien in hoeverre het misbruik wordt uitgelokt door het systeem.” Hij vindt dat de paus had moeten oproepen om geestelijken die kinderen hebben misbruikt „te verwijderen van plekken waar ze nog slachtoffers kunnen maken”.

De 57-jarige Janne Geraets vindt dat deze geestelijken helemaal moeten opstappen. „Maar dan vrees ik dat de paus straks geen kerk meer heeft.” Volgens Geraets, als jongen van elf misbruikt bij de paters salesianen in Huize Don Rua in ’s-Heerenberg, maakt de brief duidelijk dat de Kerk zich indekt. Toch zal de Kerk „met de billen bloot moeten”, zegt hij. „De Kerk heeft jarenlang misbruikers gesteund. Dat moet ophouden.”

Van het eigen, kerkelijk onderzoek dat de paus aankondigt, is Geraets niet onder de indruk. „Zo’n onderzoek moet onafhankelijk zijn.” Henri Looymans (53) uit Middelburg ziet hier een rol voor de Nederlandse overheid. „Het grondrecht op veiligheid van veel kinderen is decennialang aangetast, en wordt misschien nog wel aangetast. Dus de overheid moet zelf initiatief nemen.” Looymans werd misbruikt door twee Broeders van Liefde in pensionaat Eikenburg in Eindhoven.

De mis in de St. Catharinakerk gaat niet voorbij aan de slachtoffers. De hulpbisschop citeert indringende zinnen uit de brief van de paus: „Uw vertrouwen werd verraden en uw integriteit geweld aangedaan.” „Zij onder u die werden misbruikt in kostscholen moeten gevoeld hebben dat er geen ontsnappen was aan hun lijden.” De fouten en het misbruik moeten onder ogen worden gezien, zegt de hulpbisschop. „Het moet worden erkend, niet ontkend.” Hij noemt de pijn van „wat mensen al jaren in stilte met zich meedragen”.

Belangrijk is ook, aldus de voorganger, dat geen mens zonder zonde is. Vandaar de lezing uit het evangelie volgens Johannes over een overspelige vrouw die zal worden gestenigd. Als schriftgeleerden Jezus vragen wat hij ervan vindt, zegt hij: „Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen”. Waarna de schriftgeleerden afdruipen.

Tot slot zegt Jezus tegen de vrouw: „Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” Daaruit blijkt volgens de hulpbisschop dat Jezus de zonde niet goedpraat, maar vooral zegt: kijk eerst naar jezelf.

Uit de mis spreekt een groot verlangen om de pijnlijke zaak af te sluiten. „Denk niet meer aan het verleden en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is”, klinkt het al in de eerste schriftlezing uit het boek Jesaja. De hulpbisschop noemt „de vier volwassenen in ons midden” die binnenkort zullen worden gedoopt. Er zijn er meer, heeft hij in de parochies gehoord. Zestien in totaal. „Kleine tekenen van een nieuwe lente. Die het nieuws niet halen. Maar die wel van belang zijn.”

Na afloop van de mis pakt een oude man zijn fiets, die in de steeg naast de kerk tegen een muur staat. Hij heeft gemengde gevoelens over het misbruikschandaal. Waarom komt dit nu pas aan het licht, vraagt hij zich af. En wat heeft het voor zin? „Deze mensen hadden voor het gerecht moeten komen, heel simpel. Dat gebeurt nu niet meer. Het is al lang verjaard. Nu krijgt de Kerk de schuld van iets wat gedaan is door medewerkers van de Kerk.”

Andere kerkgangers – niemand wil zijn naam noemen – reageren afwijzend op vragen. Een vrouw van middelbare leeftijd zegt dat ze niet praat met journalisten. „Ik vind dat journalisten op dit moment niet veel goed doen als het gaat om barmhartigheid.” Een man met een bril vond het een goede mis, in de geest van de brief van de paus. „De Kerk heeft een open hart getoond, is bereid tot zelfonderzoek.” Meer wil hij niet zeggen, want hij vindt de media „bepaald niet objectief”.