Keihard asielbeleid krijgt zelfs steun van links

Rechts rukt op , dus steunen ook middenpartijen een streng asielbeleid.

Er is eerder behoefte aan politici die respect voor mensenrechten bepleiten.

Nederland schendt mensenrechten door kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers op straat te zetten. Dat concludeerde onlangs het Europees Comité voor Sociale Rechten in Straatsburg. Volgens een bindende uitspraak van dit comité moet het op straat zetten van kinderen direct worden beëindigd.

Ondanks het feit dat tegen deze uitspraak geen beroep mogelijk is, wil demissionair minister van Justitie Hirsch Ballin nog op de uitspraak studeren. De houding van de minister is exemplarisch voor het feit dat gedurende het laatste decennium een keiharde behandeling van vreemdelingen is genormaliseerd en gelegitimeerd. Ook van origine gematigde en rechtsstatelijk georiënteerde partijen ondersteunen inmiddels een beleid dat zowel morele als juridische grenzen regelmatig ver overschrijdt. Het beoogde doel van de aanscherping, namelijk het tevreden stellen van dat deel van het electoraat dat zich voelt aangetrokken tot dit harde beleid, is echter niet bereikt en zal ook niet worden bereikt. Integendeel, de Rupsjes Nooitgenoeg van Wilders knagen nagenoeg onweersproken verder.

Een ander recent voorbeeld van deze verharding was de door staatssecretaris Albayrak (PvdA) voorgenomen wijziging van de Vreemdelingenwet, die vanwege de val van het kabinet niet meer door de Tweede Kamer in behandeling is genomen. Door een wijziging van artikel 16 zou het mogelijk zijn geworden om personen die illegaal in Nederland verblijven of verbleven enkel op die grond verblijfsrecht te ontzeggen. Velen wezen erop dat dit de zwaksten onder illegalen zou treffen. Het feit dat PvdA staatssecretaris Albayrak deze wetswijziging wilde doorvoeren laat zien dat keihard beleid inmiddels zelfs door progressieve politici wordt ondersteund.

Zelfs elementaire rechtsstatelijke bescherming wordt aan uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen vaak niet meer geboden. Dit zien wij terug in het handelen van IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie en de vreemdelingenpolitie. Amnesty International stelde al in 2008 dat Nederland de internationale regels voor de behandeling van illegale vreemdelingen regelmatig schendt en een uiterst problematisch detentiebeleid ten aanzien van illegalen heeft ontwikkeld, en hierin is nog weinig veranderd.

Een recent voorbeeld is de behandeling door de rijksoverheid van de Armeense familie A., die sinds 2000 in Nederland woonde, en sinds vier jaar in noodopvang in Maastricht. Eind januari is dit gezin – vader, moeder en twee dochters van 8 en 9 jaar – door de Vreemdelingenpolitie in opdracht van de Dienst Terugkeer en Vertrek met veel machtsvertoon naar een detentiecentrum in Rotterdam afgevoerd, met de bedoeling hen naar Armenië uit te zetten. Omdat de advocaat hun uitzetting voorlopig heeft weten uit te stellen en kinderen maximaal twee weken gevangen mogen zitten, is het gezin inmiddels naar Ter Apel gebracht. Daar zit het gezin, waarvan de moeder ernstige psychische problemen heeft, in de Vrijheidsbeperkende Locatie. De vader is vanwege vermeend vluchtgevaar wekenlang opgesloten geweest in de Penitentiaire Inrichting verderop. Deze kinderen zijn geboren en getogen in Nederland, maar net als veel andere kinderen dreigen zij binnenkort op straat te worden gezet.

Zowel het niet serieus nemen van de bijzondere omstandigheden van mensen als de keiharde wijze waarop ze worden behandeld zijn staand beleid geworden. Amnesty International wijst bijvoorbeeld op het geval van een man die al twee jaar in detentie zit en wiens chirurg meent dat dit wegens een ernstige darmafwijking volstrekt onverantwoord is. In 2008 werden 8585 vreemdelingen gedetineerd in omstandigheden die eigenlijk voor strafrechtelijke vergrijpen zijn bedoeld, en zaten nagenoeg 1400 mensen langer dan zes maanden vast. Voor kinderen is detentie aantoonbaar schadelijk – evenals intimiderend gedrag door de politie.

Het is de vraag wie in de Haagse politiek het aandurft om, na jaren van steeds verder naar rechts opgeschoven debatten, weer in het openbaar te benoemen welk leed achter dit vreemdelingenbeleid schuilgaat. In ieder geval zal dit de lakmoesproef zijn voor het daadwerkelijk tegenspreken en tegenwerken van het rechtse populisme.

De middenpartijen vergissen zich ernstig als ze denken dat ‘hard’ beleid electoraal noodzakelijk is om het hoofd te kunnen bieden aan oprukkend rechts. Een substantieel deel van de Nederlandse burgers zal zich waarschijnlijk meer aangetrokken voelen tot politici die bepleiten dat in ieder geval de regels van internationale mensenrechtenverdragen worden gerespecteerd. Het is echter wel hoog tijd dat politici zich nadrukkelijk van het verharde beleid distantiëren en de menselijke realiteit daarachter aan de orde stellen; anders kan een substantieel deel van de Nederlandse bevolking die binnenkort niet eens meer zien. En dan heeft Wilders vrij spel.

Yolande Jansen is universitair docent politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en René Gabriëls is universitair docent wijsbegeerte aan de Universiteit van Maastricht.