Kalmte Freire beloond in nerveuze Primavera

Oscar Freire won zaterdag voor de derde maal de openingsklassieker Milaan-Sanremo. De 34-jarige Spanjaard was superieur in de massasprint.

Alleen de grimas en de modder op zijn gezicht verraadden de inspanningen die hij zich bijna driehonderd kilometer lang had moeten getroosten. Het was een zware, nerveuze Milaan-Sanremo geweest, bijna zeven uur lang in regenachtig en mistig weer, met een gemiddelde snelheid van nota bene bijna 43 kilometer per uur. Maar Oscar Freire verteerde de moeilijke omstandigheden zonder problemen. Zelden zal een renner zo superieur en gemakkelijk in Sanremo de sprint hebben gewonnen als zaterdag deze 34-jarige Spanjaard.

Freire voltooide zijn trilogie – eerder won hij in 2004 en 2007 – vrijwel zonder steun van zijn ploeggenoten van Rabobank. Zeker in de laatste, zware, beslissende vijftig kilometer, met de beklimmingen van de Cipressa en de Poggio di Sanremo, moest hij in zijn eentje de talrijke versnellingen beantwoorden. Alleen de Duitse ploeggenoot Paul Martens reed in zijn nabijheid – meer ook niet. Ook zonder hem had Freire standgehouden. Zo sterk voelde de drievoudige wereldkampioen zich. Zo vol vertrouwen en tactisch sterk bleef hij aan het wiel van zijn rivalen als de Italianen Pozzato, Pellizotti, Petacchi, Bennati en Nibali, de Belgen Boonen en Gilbert.

Freire heeft in zijn lange loopbaan veel in zijn eentje gewonnen. Hij had nauwelijks renners nodig die in de aanloop een ‘treintje’ vormden om hem dan te lanceren. Hij profiteerde domweg van het werk van de helpers van andere sprinters. Maar sinds Mark Cavendish de laatste jaren veruit de snelste is in de sprints, mede dankzij diens treintje, kan meer steun van zijn ploeg geen kwaad. Vandaar dat hij aan de vooravond van Milaan-Sanremo de verwachting uitsprak dat er nadrukkelijk voor hem gewerkt zou worden.

Behoudens wat hand-en-spandiensten in de eerste 150 kilometer, zeg maar tot de klim van de Turchino, moest de ervaren Freire het toch voornamelijk weer alleen doen. Dat Cavendish al vóór de Turchino door een breuk in het peloton achterop raakte, kwam hem goed uit. En, gelukkig voor hem en de andere favorieten, kon de door de inhaalrace vermoeide Cavendish op de laatste beklimmingen niet meer bijblijven.

Zo leek het pad geëffend voor Boonen en Pozzato, de renners die de meeste kansen werden toegedicht. Over Freire sprak niemand ’s morgens bij de start in Milaan. Niemand had de Spanjaard immers in de Tirreno-Adriatico, die aan de klassieker voorafging, van nabij gezien. Hij had er ziek meegereden, herstellende van een griep. Of was het toch strategie? Terwijl Boonen en de anderen hun grote vorm demonstreerden, sloot Freire zich op in het peloton.

Zo gedragen zich alleen de groten: geen machtsvertoon voorafgaand aan de belangrijke wedstrijd, wie zich niet laat zien verraadt zich niet. Alleen wie goed had gekeken, had in zijn ogen en aan zijn lichaamstaal kunnen zien wat hij van plan was. Zo herken je vaak aan de start de kanshebber: grote, opengesperde, afwezige ogen, benen en gezicht dik in de olie – gesoigneerd tot op het bot. ‘Scherp staan’, heet dat. Maar wie van de favorieten stond er niet zo bij in Milaan? Freire deed het beter. Hij had niet zoals Boonen in de Tirreno-Adriatico verraden dat hij in vorm was. „Deze wedstrijd zit altijd in zijn hoofd”, wist technisch directeur Erik Breukink van Rabobank achteraf. Grote ex-wielrenners herkennen dat.

Freire is van het soort wielrenners dat maandenlang bezig kan zijn met die ene wedstrijd. Uiterlijk onbewogen, goedlachs, maar innerlijk gefocust, maandenlang trainend voor die ene dag. Zoals hij zaterdag de Capo Berta opreed, de Cipressa op- en afreed, op de Poggio alleen maar het wiel koos van renners die gevaarlijk voor hem waren en in de levensgevaarlijke afdaling van de Poggio zich niet liet verontrusten door de talrijke demarrages, zich niet stoorde aan de afwezigheid van ploeggenoten en domweg het werk overliet aan andere ploegen, dat alles getuigde van zelfvertrouwen – een winnaar waardig.

Editie 101 van Milaan-Sanremo mag dan weer in een massale sprint zijn geëindigd, de klassieker die de lente aankondigt kende in de finale een zelden vertoond spannend koersverloop. Vooral het traditionele voorspel op de Poggio was adembenemend, dankzij de demarrages op de klim en in de bochtige afdaling.

Wedstrijdorganisator wijlen Vincenzo Torriani opperde in het verleden in de Ronde van Italië een tijdrit afdalen vanaf de top van de Poggio te organiseren. He is er nooit van gekomen. De Poggio di Sanremo blijft het weergaloze sluitstuk van ‘La Classicissima’: de klassieker aller klassiekers. Iedere renner vreest de klim en de afdaling, iedere renner weet dat je daar het wiel van je voorganger moet houden – op leven en dood.

Freire wist dat en kon dat. Om dan in de laatste kilometer de goede positie te kiezen. Boonen wist dat en kon dat ook. Maar tegen het geduld en vooral de snelle pedaaltred op de laatste meters van Freire was ook hij niet bestand. Oscar Freire was de sterkste. En hij deed het helemaal alleen.