IMF: staatsschuld loopt te hard op

De rijkste landen in de wereld lopen het risico dat hun oplopende staatsschuld de economische groei afremt, terwijl die juist nu hard nodig is om de economie er weer bovenop te helpen.

Dat zei de tweede man van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), John Lipsky, gisteren op een bijeenkomst van het China Development Forum in Peking. De economische crisis „laat diepe littekens na in de begrotingssaldo’s, met name in de ontwikkelde economieën.” Lipsky stelde dat landen die schulden zijn aangegaan om hun economieën te helpen volgend jaar moeten bezuinigen. „Beleidsmakers moeten aan hun bevolking duidelijk maken waarom een prudent economisch beleid de voorwaarde is voor een gezonde economie”, zei Lipsky.

Volgens de meest recente cijfers van het IMF hebben vijf van de zeven landen van de G7 (de club van rijkste industrielanden) inmiddels staatsschulden van op of rond de 100 procent van hun bruto binnenlands product. Alleen Duitsland en Canada doen het iets beter. De gemiddelde schuld in de ontwikkelde landen loopt op van 75 procent in 2007 naar 110 procent aan het eind van 2014, verwacht het IMF. Nu al is de verhouding tussen schuld en bbp op het niveau van 1950 terechtgekomen, toen de wereld de naschokken van de Tweede Wereldoorlog aan het verwerken was.

Het IMF waarschuwt voor de toegenomen onevenwichtigheden in de wereldeconomie. Landen met grote tekorten, zoals de Verenigde Staten, komen steeds meer tegenover overschotlanden als China en Duitsland te staan. Die onbalans wordt algemeen gezien als een van de dieper liggende oorzaken van de kredietcrisis en de grote recessie die daarop volgde.