Het Algemeen Geluidloos Nederlands

Onlangs zag ik in een Nederlandse televisiesoap een meisje een gebaar maken dat volgens mij rechtstreeks uit de Verenigde Staten is geïmporteerd. Iemand had haar een geheim verteld en het meisje wilde benadrukken dat dit geheim bij haar in goede handen was. „Ik zeg niks”, zei ze. Daarna maakte ze vlak voor haar mond met uitgestrekte vingers een beweging alsof zij een sleuteltje omdraaide. Met een enigszins overdreven gebaar gooide zij het denkbeeldige sleuteltje vervolgens weg. Boodschap: mijn lippen zitten op slot, of, zoals ze het in het Engels zeggen: my lips are sealed.

Het is heel gewoon dat talen woorden uit andere talen overnemen, vooral uit talen van naburige of zeer machtige landen. Zo heeft het Nederlands in de loop van de tijd tienduizenden woorden overgenomen uit het Frans, Duits en Engels. Als leenwoorden zo gangbaar zijn, vroeg ik me bij het zien van dat sleuteltjesgebaar af, bestaan er dan ook leengebaren? En zo ja, om welke gebaren gaat het dan, hoeveel zijn het er en wanneer en langs welke wegen zijn ze bij ons terechtgekomen? Vooral in het laatste kwart van de twintigste eeuw, via Amerikaanse televisieseries? Of al eerder, na de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld? En hoe onderzoek je dat? Bijvoorbeeld met behulp van lezers die antwoord kunnen geven op de vraag wanneer zij voor het eerst kennismaakten met de opgestoken middelvinger. Bestaat dit gebaar in het Nederlandse taalgebied al heel lang of is het betrekkelijk jong? Tegenwoordig wordt het gebruikt voor ‘fuck you’, een betekenis die volgens mij rechtstreeks uit het Amerikaans is overgenomen. Mocht het al langer bestaan, dan kan het zoiets hebben betekend als ‘ga hier maar op zitten’ of ‘steek deze maar in je aars’, wat toch ongeveer hetzelfde is als ‘fuck you’. Ander voorbeeld: sommige mensen zetten al pratend een of meer woorden tussen aanhalingstekens. Ze tekenen dan met de wijs- en middelvinger van beide handen op en neer bewegende komma’s in de lucht – meestal twee keer achter elkaar. Betekenis: bij wijze van..., ik haal iets of iemand aan, of: ik zeg dit nou wel zo, maar ik bedoel het een beetje anders. „Dit staat maar tussen aanhalingstekens, dus trek je er niet te veel van aan!”

Ik vind dit nogal een irritant gebaar, zeker als iemand het meer dan eens in een gesprek doet („Joh, wat mij betreft zeg je gewoon wat je te ‘zeggen’ hebt”), en ik zou zweren dat het nog niet zo heel lang bestaat – hooguit enkele decennia. Naast de gebarentaal voor doven bestaat er zoiets als het Algemeen Geluidloos Nederlands. Bij mijn weten is dat voor het eerst vastgelegd door Herman Pieter de Boer en Pat Andrea, in een erg leuk boek, getiteld Nederlands gebarenboekje. De eerste druk van deze bestseller verscheen in 1979. De Boer en Andrea pretendeerden indertijd niet alle gebaren te hebben opgespoord, maar als de opgestoken middelvinger toen al gangbaar was geweest had dit gebaar erin gestaan, want ze vermeldden wel concurrenten als ‘hoepel op’ (wuivende hand), ‘ammehoela’ (klap op je uitgestoken achterste) en ‘ga pissen’ (hand voor mannengulp, pink naar voren).

De geheven middelvinger ontbreekt echter in die eerste druk, samen met het mondsleuteltje en de fladderende aanhalingstekens. Voorlopig houd ik het erop dat dit tamelijk jonge leengebaren zijn, uit het Amerikaans-Engels, maar wie het beter weet moet de mond vooral niet gesloten houden.

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek