Geïsoleerd Gaza staat compleet stil

Ruim een jaar na de korte oorlog wonen inwoners van Gaza nog steeds in tenten en containers. Ban Ki-moon riep gisteren Israël op tot een einde aan de blokkade.

Via zijn transistorradio had Raed Athamna (39) mee zitten luisteren toen secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties zich twintig kilometer verderop richtte tot de bevolking van Gaza. Ban had zich „solidair” getoond met de anderhalf miljoen andere Palestijnse inwoners van de Gazastrook. Hij had Israël opgeroepen tot een „einde aan de blokkade” die „onacceptabel lijden” veroorzaakt, en „een begin van de wederopbouw”.

„Hij zei het goed”, zegt Athamna. Hij woont met zijn vrouw en acht kinderen in Jabaliya, de stad die tijdens de Gaza-oorlog van vorig jaar met de grond werd gelijkgemaakt door het Israëlische leger. Zijn taxibedrijf werd letterlijk begraven. Hij toont de kale vlakte waar zijn huis stond. UNRWA, de VN-vluchtelingenorganisatie in de Palestijnse Gebieden, heeft een huis voor hem gebouwd van klei, een van de weinige beschikbare grondstoffen in Gaza. Steen, cement en kunststof zijn er niet. „Het was de bedoeling dat er 120 van deze huizen zouden komen, maar het geld was op”, zegt hij.

Jabaliya ligt er nog net zo bij als in januari vorig jaar, toen het Israëlische leger zich terugtrok na een oorlog van drie weken tegen de islamitische beweging Hamas, dat Gaza regeert. De Palestijnen wonen in tenten en containers, of hebben het gebied verlaten. De vernietigde huizen liggen er nog altijd bij zoals ze achtergelaten werden na de korte bezetting door Israël. Het ergst zijn de wilde dieren, zegt Athamna. Loslopende honden en ratten komen ‘s nachts op de rottende puinhopen af. Hij laat foto’s zien van de grote slangen die hij voor het huis gevangen heeft. „Die hadden we hier nooit.”

Gaza kan plotseling op internationale aandacht rekenen, maar de wanhoop heeft voorlopig de overhand. Het Kwartet – een collectief van de Verenigde Staten, Rusland, de Europese Unie en de VN – liet vorige week weten bezorgd te zijn over de verslechtering van de situatie in Gaza. Vorige week bezocht de buitenlandcoördinator van de EU, Catherine Ashton, de Gazastrook om voor opheffing van de blokkade en hervatting van een dialoog tussen Israël en de Palestijnen te pleiten.

Dat moest met dezelfde omzichtigheid waarmee Ban Ki-moon zich deze zondag door Gaza beweegt: de EU en de VN praten niet met Hamas, volgens het Westen en Israël een terroristische organisatie. Gewapende Hamas-agenten lopen overal, maar Ban Ki-moon voert geen gesprekken met de leiding van de organisatie.

Sinds de zomer van 2006, toen de Israëlische militair Gilad Shalit gevangen werd genomen, en helemaal na de machtsovername in de Gazastrook door Hamas in 2007 heeft Israël de Gazastrook van de buitenwereld afgesloten. Deze greep op het gebied, die Hamas moet verzwakken, maakt wederopbouw na de oorlog van vorig jaar onmogelijk. „Israël laat alleen in beperkte mate noodhulp door”, zegt Tania Hary, directeur van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Gisha in Tel Aviv. Gisha volgt het doorvoerbeleid van Israël nauwgezet.

En daar is, zegt Hary, geen touw aan vast te knopen. „Niemand weet wat naar binnen mag en wat niet. Het verandert met de dag. De ene week mag er thee ingevoerd worden, de volgende dag is het verboden. De 5 miljard euro die de internationale gemeenschap heeft toegezegd voor de wederopbouw van Gaza kunnen hierdoor niet gebruikt worden.”

De invoer van bouwmateriaal is vrijwel niet toegestaan. De gevolgen van de blokkade zijn zichtbaar in de straten van Jabaliya, Beit Hanoun en Gaza-stad, de steden die het zwaarst zijn getroffen tijdens de oorlog. Beschadigde en ingestorte gebouwen liggen er nog net zo bij als toen, hooguit wordt hier en daar wat puin geruimd.

Volgens het hoofd van UNRWA in Gaza, John Ging, leeft de Gazastrook van een informele, zwarte economie. „De Palestijnen leven van noodhulp die wij bieden en van de goederen die binnenkomen via de smokkeltunnels bij de Egyptische grens. Eerlijke handel kan niet ontstaan, de zwarte markt bloeit.” Hamas verdient aan de tunnelhandel, door hoge smokkelbelastingen te vragen. „De blokkade werkt volstrekt contraproductief.”

Ban Ki-moon loopt tijdens zijn bezoek aan Gaza rond in een UNRWA-appartementencomplex in de stad Khan Younis. De VN zijn vier jaar geleden begonnen aan de bouw van dat kamp, voor ontheemde Palestijnen. De blokkade heeft ervoor gezorgd dat het project nog niet eens voor de helft af is. Hier zegt de secretaris-generaal dat Israël bereid is gebleken „een positief signaal” te geven. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft toestemming gegeven om het materiaal binnen te laten dat nodig is voor de bouw van 150 huizen.

Israël lijkt met deze kleine toezegging te proberen iets van het verloren internationale krediet terug te winnen. De Israëlische regering haalde zich de woede van met name de VS op de hals door tijdens een bezoek van vicepresident Joe Biden aan het Midden-Oosten de bouw aan te kondigen van 1.600 appartementen voor joodse kolonisten in bezet Oost-Jeruzalem. Het betekende een vroegtijdig einde van de door de Amerikanen zo gewenste ‘indirecte gesprekken’, waarmee ze het vredesproces weer op gang wilden brengen.

John Ging, hoofd van UNRWA in Gaza, zegt dat het materiaal welkom is, „iedere zak cement is er één”. Maar de toezegging valt in het niet bij wat nodig is, aldus de Ierse diplomaat. „We mogen 150 huizen bouwen. Tijdens de laatste oorlog zijn de huizen van 60.000 families verwoest. Deze mensen leven meestal in tenten, ze zijn gefrustreerd na een jaar stilstand.”