Geen 'Mea culpa'

Het staat er echt, onder het pauselijke zegel: ‘I am truly sorry’. In alle Ierse kerken is gisteren een samenvatting van twee kantjes uitgedeeld van de brief die paus Benedictus XVI schreef ‘Aan de katholieken van Ierland’. Het origineel telt acht bladzijden en is gesteld in vlekkeloos Engels. De brief gaat over seksueel misbruik in de Ierse kerk en over de manier waarop Ierse bisschoppen deze wandaden hebben toegedekt.

Noem het een analyse. De vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie zouden ‘verkeerd zijn uitgelegd’ en dat had geleid tot ‘een goed bedoelde, maar misleide neiging om straffen te vermijden voor onregelmatigheden volgens het kerkelijk recht’. Procedures om de geschiktheid van priesterkandidaten vast te stellen voldeden niet, het onderwijs op seminaries schoot tekort en ‘de samenleving was geneigd priesters en andere gezagsfiguren te begunstigen’. Domme, misleide gelovigen. Ten slotte noemt Benedictus een ‘misplaatste bekommernis over de reputatie van de Kerk en vermijding van schandalen, wat resulteerde in uitblijvende straffen volgens het canonieke recht’. Kortom: er was misbruik en het werd toegedekt.

Dan richt de paus zich gevoelvol tot de slachtoffers (‘I am truly sorry’), tot hun ouders, tot de priesters die zich aan kinderen onder hun hoede hebben vergrepen en tot de bisschoppen die dit misbruik hadden moet aanpakken en in gebreke bleven.

Wat ontbreekt in de brief is een hand in eigen boezem. Joseph Ratzinger leidde decennialang de Congregatie voor de Geloofsleer (een nazaat van de Inquisitie) en hield in die functie vast aan een geheim rondschrijven uit 1962 (Crimen sollicitationis) waarin de clerus werd geïnstrueerd om seksueel misbruik geheim te houden.

Eén van de ontroerendste gebeden van de Latijnse liturgie is het Confiteor (‘Ik beken’), een schuldbekentenis tegenover God. Sleutelzin van het gebed: ‘Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa (door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn overgrote schuld)’.

Joseph, nu Benedictus, ‘betreurt’ wat in Ierland is ‘misgegaan’, maar niet zijn eigen bijdrage aan kerkelijke doofpotpraktijken.

Dirk Vlasblom