Geavanceerdere Chinese export zal leiden tot meer handelspijn

De handelspartners van China maken vaak bezwaar tegen goedkope Chinese schoenen, papier en autobanden. Zij betogen dat een lage, vaste wisselkoers van de Chinese munt de Chinese producenten een oneerlijk voordeel oplevert. Maar het in hoog tempo verschepen van goedkope exportproducten is niet het enige doel van China. Het tweede doel is het vervaardigen van producten die nu nog in rijke landen worden gefabriceerd. Deze tweevoudige agenda zal tot nog meer handelspijn leiden.

Een arm China met een grote bevolkingsomvang moet wel veel goedkope goederen produceren om zijn beroepsbevolking in de industrie van misschien 200 miljoen mensen aan het werk te houden. Daarvoor is een goedkope yuan van belang, zo niet essentieel. Buitenlandse kopers van kaarsen, schoenen en speelgoed letten eerder op de prijs dan op de gebruikte technologie of het vakmanschap.

Maar op de langere termijn worden arme landen rijk door te vervaardigen wat rijke landen produceren. Dat gebeurt al in China, waar het aandeel van puur assemblagewerk in de industriële export snel is gedaald. De Chinese export is nu net zo geavanceerd als dat van een land dat vier maal zo welvarend is, aldus econoom Dani Rodrik.

Neem hogesnelheidslijnen. Chinese firma’s concurreren met Franse en Koreaanse bedrijven om de opdracht voor een nieuwe hogesnelheidsverbinding in Saoedi-Arabië. Of neem de autosector: de Chinese autoproducent Geely zou binnenkort wel eens eigenaar kunnen worden van de producent van de karakteristieke zwarte Londense taxi’s. Voor zulke producten is een goedkope yuan minder belangrijk dan technologie of technische vaardigheden.

Industriële evolutie is normaal als landen rijker worden. Maar helaas voor zijn handelspartners kan China tegelijkertijd arm en rijk zijn. Eén reden is de omvang van het land – een bevolking van 1,3 miljard biedt genoeg ruimte voor machinisten én software-ontwikkelaars.

De andere is het grote spaaroverschot. Dat biedt China meer middelen dan concurrenten als India voor investeringen in zaken die er lang over doen voor ze financieel rendement afwerpen, zoals onderwijs, transportinfrastructuur en onderzoek en ontwikkeling.

Op een dag zal China vooral rijk zijn – en als dat zo is, zal het land een prettiger handelspartner worden. Het laag houden van de wisselkoers van de munt zal dan niet meer zo’n hoge prioriteit hebben. Intussen zal een groeiend China marktaandeel blijven winnen op het gebied van hightech-treinen en huis-, tuin- en keukenartikelen. Deze mix zal concurrenten en handelspartners voor forse problemen blijven stellen.

John Foley