...en dan is Obama een hervormer

De hervorming van het zorgstelsel lijkt een feit.

Met zo’n grote sociale vernieuwing schrijft Obama geschiedenis. Dankzij bluf.

Het was een dag van nagelbijten, gisteren in Washington. Met tegendemonstranten in de gangen van het Capitool die ‘Kill the bill!’ schreeuwden, verbleef president Obama in de westelijke vleugel van het Witte Huis; lobbyend tot het laatste moment om maar de benodigde 216 stemmen bijeen te sprokkelen voor de hervorming van het Amerikaanse zorgstelsel. Het was de climax van een jaar campagne voeren. Een historische dag voor de Verenigde Staten én voor de 44ste president.

Zeven van zijn voorgangers, zowel Democraten als Republikeinen, hebben de afgelopen eeuw tevergeefs geprobeerd het recht op een zorgverzekering in de wet te verankeren. De eerste poging deed Theodore Roosevelt in 1912. Bill Clinton probeerde het als laatste in 1993.

De president die de zorghervorming door het Congres weet te loodsen kan zich laten voorstaan op een historische doorbraak. „Ik ben niet vastbesloten om te winnen”, zo haalde Obama zaterdag nog president Abraham Lincoln (1809-1865) aan tijdens zijn laatste toespraak tot de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, „maar om waarachtig te zijn”.

Democraten zien deze hervorming als de grootste sociale vernieuwing sinds Lyndon B. Johnsons ‘Great Society’. Johnsons plannen voor Medicaid en Medicare, gratis zorg voor ouderen en minima, waren in de jaren zestig ook behoorlijk controversieel, maar werden zeer populair.

Voor Obama betekent een zege dat hij kan laten zien dat hij de hervormer is die hij in 2008 beloofde te zijn. En belangrijker: hij kan het beeld doorbreken dat hij een weifelaar is. Amerikanen houden van leiders die bereid zijn te vechten voor hun idealen. En duidelijk is dat Obama hier vechtlust heeft getoond.

Of Obama ook direct voordeel heeft van de grootste overwinning uit zijn presidentschap, is de vraag. De belangrijkste elementen van het zorgplan gaan pas in 2012 of later in. En de plannen waren afgaande op peilingen het afgelopen jaar niet populair.

Is het ook de 44ste president van Amerika niet gelukt, dan is de situatie precies andersom: zijn grootste nederlaag tot nu toe. Het beeld van Barack Obama als blinde gokker zou dan bevestigd zijn. Zijn oude pokervriend Terry Link, staatssenator in Illinois, vertelde deze krant in 2008 dat Obama in hun kaartclubje altijd de man was die afwachtte. Voorzichtig met geld, gefascineerd door de kunst van het bluffen – een bedachtzaam stilist.

Dat was een te romantisch beeld. De blinde gok is een onlosmakelijk onderdeel van Obama’s presidentschap gebleken. Hij ging naar Kopenhagen om Chicago de Olympische Spelen van 2016 te bezorgen: de stad vloog er meteen uit. Hij kondigde sluiting van Guantánamo Bay aan en bleek achteraf geen idee te hebben hoe. Hij ging nog een keer naar Kopenhagen, nu om een internationaal klimaatakkoord te redden, en kwam opnieuw met niets thuis.

Democratische leiders riepen het hele weekeinde al overtuigd dat er genoeg stemmen waren – al bleef het onzeker tot op het laatst. Zeker is wel, zorgplan of geen zorgplan, dat de campagne beide politieke kampen uiteen heeft gedreven. In tegenstelling tot de constructieve toenadering die Obama voorstond in 2008, heeft het debat over de zorg de verschillen uitvergroot.

Democraten vinden een ziektekostenverzekering een recht, Republikeinen beschouwen het als een particuliere keuze en gruwen van dergelijke overheidsinmenging. Obama wordt uitgemaakt voor ‘socialist’ en zelfs ‘communist’, binnen de conservatieve Tea Party-beweging die vernoemd is naar de Boston Tea Party in 1773. Amerikaanse kolonisten gooiden toen uit woede over Britse belastingen drie scheepsladingen thee in het water – een van de gebeurtenissen in aanloop naar de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

De Republikeinse woede kan tot uiting komen bij de Congresverkiezingen in november. De ‘supermeerderheid’ van zestig stemmen in de Senaat, naast het Huis van Afgevaardigden het tweede orgaan van het Congres, zijn de Democraten al kwijt. Bij grote Republikeinse winst gaat de regering-Obama een zware tweede helft van haar termijn tegemoet.

En strijdbaarheid wordt door Republikeinse kiezers traditioneel hoger gewaardeerd dan prestaties. Verzet tegen bestaande wetgeving is in hun geval vaak de beste manier om verkiezingen te winnen.

Het beste voorbeeld hiervan is abortus. Abortus is al 37 jaar legaal in de VS. Dat is beslist door het Hooggerechtshof en het is politiek nagenoeg onmogelijk dit terug te draaien. Toch voeren Republikeinse kandidaten altijd hun verzet tegen abortus aan als bewijs van hun ideologische zuiverheid. Reagan (1981-1989), Bush sr. (1989-1993) en Bush jr. (2001-2009) werden er president mee, zonder dat ze vervolgens in staat waren het recht op abortus terug te draaien.

Een deel van de Republikeinse achterban is nu even strijdbaar tegen de zorgplannen. Wantrouwen tegen de overheid zit diep in de VS. Het succes van de Tea Party en dat van de oud-vicepresidentskandidate Sarah Palin op Facebook getuigen daarvan.

De Tea Party en Palin vertegenwoordigen bij lange na geen meerderheid in de VS. Maar dat is niet nodig om in dit land verkiezingen te winnen: omdat de opkomst traditioneel laag is, wint meestal de kandidaat met de meest strijdbare achterban. Republikeinen hebben ook aangekondigd dat zij zich de komende jaren zullen verzetten tegen de zorgplannen, die zij arrogant en on-Amerikaans noemen.

De Republikeinse senator Lamar Alexander uit Tennessee erkende in de krant The Washington Post dat een zege voor Obama historisch zou zijn: „Hij zal dan als president iets voor elkaar krijgen wat niemand vóór hem is gelukt. In die zin is het historisch.” Maar: „Het is niet het einde van het zorgdebat – dat verandert alleen. En als het zorgplan het wel haalt, dan is het een historische fout.”