Een ontgoochelende brief uit Rome

Veel Ierse katholieken vinden dat de brief te laat komt en niet ver genoeg gaat.

Zo staat er niets in over hervormingen. Toch is er al het een en ander veranderd.

Zelfs veel oudere dames, een groep die vaak wordt afgeschilderd als de laatste steun en toeverlaat van de kerk, toonden zich afgelopen weekeinde ontgoocheld over de langverwachte brief van paus Benedictus aan de Ierse katholieken. Met die brief hoopte de kerkvader de onrust weg te nemen, die in Ierland en elders in de wereld is ontstaan door onthullingen over veelvuldig seksueel misbruik van kinderen door priesters.

„Deze brief gaat lang niet ver genoeg en hij komt bovendien meer dan twintig jaar te laat”, oordeelt Mary Lenihan (67) op de zonovergoten parkeerplaats naast de St. Canice-kerk in het noorden van Dublin. „En de paus komt er niet eens vrijwillig mee, maar alleen omdat de kerk door de affaire in het nauw is geraakt.” Lenihan zou de kerk eigenlijk het liefst voortaan links laten liggen. „De enige reden dat ik hier nu ben is dat mijn kleinkind zometeen wordt gedoopt.”

Bij een andere kerk in de Ierse hoofdstad, de Saint Joseph, is de 71-jarige Margaret Lomax al evenmin overtuigd door het schrijven uit Rome, waarover pater Christopher Clarke zijn congregatie bij de ochtendmis heeft bijgepraat. „Het zijn alleen maar loze woorden, net als bij een politicus”, zegt Lomax, gekleed in een roze jasje. „Er staan geen concrete daden in. De kerk had in ieder geval de priesters, die hielpen om het misbruik in de doofpot te stoppen, uit hun ambt moeten zetten.”

Daarmee doelt ze onder meer op de primaat van de Ierse kerk, kardinaal Sean Brady. Die bleek vorige week als jonge priester een paar misbruikte kinderen halverwege de jaren zeventig onder ede een verklaring te hebben laten tekenen dat ze hun onvrijwillige seksuele ervaringen met een van zijn collega’s niet met de buitenwereld zouden delen. Sindsdien dringen veel Ieren aan op zijn vertrek. De kardinaal heeft zijn verontschuldigingen aangeboden, maar hij maakt geen aanstalten om op te stappen.

Uit twee omvangrijke onderzoeken, onder meer in het bisdom Dublin, bleek vorig jaar dat duizenden Ierse kinderen in de loop der jaren zijn misbruikt. Als kinderen zich erover beklaagden, stuitten ze in veel gevallen op een muur van onwil en tegenwerking bij de kerkelijke autoriteiten. De regering en de politie deden al evenmin iets, zelfs als ze lucht van misbruik kregen, uit angst voor conflicten met de machtige kerk.

De paus spreekt in zijn brief, die zaterdag al in Rome openbaar werd gemaakt en dit weekeinde aan alle Ierse katholieken werd voorgelezen, zijn schaamte en spijt uit over het misbruik. Hij zei te begrijpen dat veel kinderen en hun ouders zich verraden voelden door de kerk. „U heeft ernstig geleden en dat betreur ik zeer.” Tot ergernis van velen, juist ook slachtoffers van misbruik, ging de paus nauwelijks in op de pogingen om misbruikzaken in de doofpot te stoppen. Ook schreef hij niets over het gebrek aan slagvaardigheid van het Vaticaan zelf en kondigde hij geen structurele hervormingen aan, zoals sommigen hadden gehoopt.

Veel Ierse priesters erkennen dat hervormingen onvermijdelijk zijn. „Als we niet veranderen, kunnen we niet overleven”, constateert pater Christopher Clarke, maar hij waarschuwt dat dat niet makkelijk zal zijn. „Instituties als de katholieke kerk verander je niet in enkele weken.” Stilzwijgend is er intussen al het nodige veranderd. Zo maken veel kerken niet langer gebruik van kinderen als misdienaars. „We zijn ermee gestopt, omdat ouders hun kinderen niet meer aan ons durfden te sturen en we vertrouwden onszelf ook niet meer”, aldus Clarke.

Ook heeft de katholieke kerk in Dublin sinds een paar jaar leken aangesteld die erop moeten toezien dat de belangen van kinderen zijn gewaarborgd. Mede dankzij deze ‘child protection officers’ durft de St. Joseph-kerk het weer aan om kinderen als misdienaar in te zetten. „Kijk”, wijst pater Christopher op een paar jongens die in een zijbeuk in vol ornaat zitten te wachten, omringd door een paar oudere kerkelijke functionarissen. „Het is hier allemaal open en de jongens zijn nooit alleen met een oudere in een ruimte”. Hij zegt het met een spottende glimlach, die tegelijk gekwetste trots verraadt.

De brief uit Rome had het vertrouwen in de kerk een nieuwe impuls kunnen geven. Maar de paus bereikte dat effect niet, zeker niet bij jongere gelovigen. „Het feit dat de paus niet volmondig toegeeft dat er zaken in de doofpot zijn gestopt – en er bestaat eigenlijk geen twijfel over dat dit is gebeurd – betekent dat de kerk de zaak nog altijd onder het tapijt probeert te schuiven”, zegt David Rooney (35), zelf vader. „Dat verhoogt mijn neiging om naar de kerk te gaan niet.”

Ook Alan en Bronagh Lenihan, een jong paar dat met hun dochtertje op weg is naar de mis in de Saint Canice, twijfelen aan hun band met de kerk. „We keken vroeger op tegen priesters en andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, omdat die moreel gezag hadden”, zegt Bronagh. „Dat is verdwenen. We hebben ons dochtertje nog laten dopen en we gaan nog naar de kerk, maar we vragen ons serieus af of we haar nog met de katholieke kerk moeten opvoeden.”

Het Vaticaan heeft een site geopend waarop het documenten plaatst over misbruik. Daar staat ook de brief: resources.va