Een historisch president, wat er ook gebeurt

Obama heeft nu al meer bereikt dan Bill Clinton. Het beeld van een krachtige Democratische president met historische betekenis is velen van ons onbekend, zegt Jonathan Chait.

Laat ik een belachelijk voorbarige mening geven: Barack Obama heeft zijn faam als president van groot historisch gewicht gevestigd. We weten niet wat zijn presidentschap nog zal brengen en het is heel goed mogelijk dat het uiteindelijk zal worden bepaald door een toekomstige gebeurtenis – een oorlog, een schandaal. Maar we weten al wel dat hij zijn stempel op de Amerikaanse overheidsstructuur heeft gezet op een wijze die geen Democratische president meer heeft laten zien sinds Lyndon Johnson.

De enige twee andere Democratische presidenten van de afgelopen veertig jaar zijn Jimmy Carter, die mislukte, en Bill Clinton, die bescheiden successen boekte maar zijn belangrijkste wetgevende gevecht verloor. Obama, die het land uit een crisis heeft helpen trekken en de gezondheidszorg heeft hervormd, heeft nu al veel meer bereikt dan Clinton. Dat is niet per se Clintons schuld – hem ontbraken de stemmen die Obama wel heeft om de Republikeinse obstructie te doorbreken – maar naar historisch gebruik wordt een president beoordeeld op hetgeen hij samen met het Congres bereikt. Het is niet aannemelijk dat Obama ooit met Carter zal worden vergeleken.

Historici zullen deze wet op de gezondheidszorg als een meesterlijk staaltje wetgeving beschouwen. Obama en de Democraten hebben de meeste belanghebbenden en letterlijk alle senatoren uit hun partij op één lijn weten te brengen. De nieuwe wet ondervangt de gebreken van de individuele verzekeringsmarkt, maar voorziet tegelijkertijd in de politieke noodzaak om de werkgeversrol in het stelsel intact te laten. Met grote overtuigingskracht en ondanks de tegenstand van belangengroepen worden tal van hervormingen ingevoerd om een verkwistend stelsel tot doelmatigheid te dwingen. Er zijn honderden miljarden dollars ter compensatie van de uitgaven gevonden – op zichzelf al een monumentale taak.

En voor tientallen miljoenen Amerikanen die het risico liepen dat hun leven werd verwoest, betekent dit economische en fysieke veiligheid. Deskundigen hebben zich decennialang beklaagd over de onmogelijkheid van dit soort hervormingen in de zorg: het stelsel is verkwistend, maar juist die verkwisting verschaft een machtige basis aan de status quo. Ten slotte hebben de Democraten zich aan de ontwarring van de gordiaanse knoop gezet. Dat is een verbluffend politiek karwei en een aanzienlijke prestatie.

Het beeld van een krachtige Democratische president met historische betekenis is velen van ons onbekend. In elk geval weten de Republikeinen er niet echt raad mee. Neem het honende hoofdcommentaar van Bill Kristol in de Weekly Standard:

„Na zijn staatsgreep in 1851 riep Louis-Napoleon Bonaparte, neef van de echte Napoleon, zich uit tot Napoleon III. Deze machtsgreep door een pseudogroot man was de aanleiding voor de beroemde opening van De Achttiende Brumaire van Louis Bonaparte, een boek van Karl Marx: ‘Hegel merkt ergens op dat alle grote wereldhistorische feiten en personen als het ware tweemaal optreden. Hij vergat erbij te zeggen: de ene keer als tragedie, de andere keer als klucht.’ En de directeur van dit circus van linkse onkunde was president Barack Obama, die zich tot de verheven en tragische figuur van Lyndon Johnson verhoudt als Napoleon III tot de echte Napoleon. Hebben we in de moderne tijd ooit een president gehad die zo de weg kwijt was?”

Ik zou haast zeggen dat Bill Kristol zich tot de verheven en tragische figuur van Irving Kristol verhoudt als Napoleon III tot de echte Napoleon. Maar ik dwaal af. Het probleem is dat de Republikeinen al een jaar lang gniffelen over het onvermijdelijke echec van Obama en zich steeds meer lijken vast te klampen aan die fantasie naarmate die verder wegglijdt.

Obama’s prestaties kunnen niet tippen aan die van Johnson, laat staan van Franklin Roosevelt. Vermeldenswaardig is dat hij kleinere meerderheden heeft en in een tijd regeert waarin de Republikeinse partij ideologisch veel radicaler is en veel eensgezinder oppositie voert. Die grotere discipline en partij-eenheid zijn af te meten aan het feit dat de Republikeinen destijds wel belangrijke steun hebben verleend aan de Amerikaanse AOW en Medicare, terwijl beide veel vooruitstrevender en centralistischer van opzet waren.

We weten niet wat de toekomst voor Obama in petto heeft. Het zou best kunnen dat de Republikeinen het in november in het Huis van Afgevaardigden voor het zeggen krijgen en elke verdere binnenlandse vooruitgang tegenhouden, dat de werkloosheid hoog blijft en dat de Republikeinen in 2012 het Witte Huis veroveren. Toch heeft Obama nu al zijn stempel op de geschiedenis gedrukt.

Jonathan Chait is redacteur van het gematigd progressieve weekblad The New Republic.