Duizenden protesteren tegen Poetin

Zo’n twintigduizend Russen zijn zaterdag in vijftig Russische steden de straat opgegaan om te demonstreren tegen de overheidscorruptie en de economische politiek van de regering.

Het waren er veel minder dan waarop de oppositiepartijen hadden gehoopt. De voornaamste reden voor de magere opkomst was dat de autoriteiten de meeste demonstraties, die plaatsvonden van de exclave Kaliningrad in het westen tot Vladivostok in het uiterste oosten van het land, hadden verboden.

Volgens een recent opinieonderzoek zou 30 procent van de Russen de straat op willen gaan uit onvrede over het regeringsbeleid. Tijdens de protesten eisten de betogers meer vrijheid en het aftreden van premier Vladimir Poetin en zijn ministers.

In Moskou was een betoging op het Poesjkinplein door de autoriteiten verboden. Toch verschenen daar enkele honderden demonstranten die een beroep deden op artikel 31 van de Grondwet, waarin het recht op samenkomst wordt gegarandeerd. Zeventig betogers werden gearresteerd. Wel was in Moskou een betoging toegestaan van duizend boze automobilisten die hervorming eisten van de corrupte verkeerspolitie.

In het westelijke Kaliningrad, waar op 31 januari twaalfduizend betogers tegen de economische politiek van de regering de straat opgingen in het grootste protest onder het Poetinregime tot nog toe, was een betoging in het centrum van de stad eveneens verboden. Toch kwamen daar alsnog vijfduizend ontevredenen opdagen. In plaats van spandoeken hielden ze mandarijnen omhoog, als symbool van de omstreden gouverneur Georgi Boos, wiens aftreden zij eisten. De oppositie had een toegestane demonstratie aan de rand van de stad om veiligheidsredenen zelf afgeblazen.

Premier Poetin heeft de schuld voor de maatschappelijke onrust aan pro-Kremlinpartij Verenigd Rusland gegeven. Die zou volgens hem valse beloftes aan de bevolking hebben gedaan. Bij lokale verkiezingen heeft die partij voor het eerst in sommige belangrijke regio’s verloren.

Het protest was onder de noemer ‘Dag van de Woede’ georganiseerd door verschillende oppositiepartijen. Parlementsvoorzitter Boris Gryzlov zei aan de vooravond van de betogingen dat die werden gefinancierd door buitenlandse mogendheden.