De Zitting / Alexander schold agenten uit omdat ze in de weg stonden

ambulancepersoneelOp 14 januari was de 29-jarige Alexander K. met vrienden aan het stappen in Rotterdam. Hij naderde een café waar zojuist iemand was neergeslagen.

Daar had hij niets mee te maken. Even kijken hoefde van hem ook niet zo nodig. Hij wilde gewoon doorlopen, maar de weg werd versperd door agenten die het publiek op afstand hielden.

“Ik haat jullie, jullie zijn kankerlijers”, schreeuwde hij tegen ze. Woensdag stond Alexander in Rotterdam terecht.

Commotie

“Dat is toch niet normaal?”, zegt politierechter Van Nijen. “Echt onnodig.” Ze benadrukt dat het hinderen van hulpverleners voor “veel commotie in de samenleving” zorgt. Bovendien had Alexander beter moeten weten, hij zat immers nog in zijn proeftijd. Op 28 oktober 2008 is hij namelijk veroordeeld wegens verboden wapenbezit. Van de zes maanden gevangenisstraf kreeg hij er twee voorwaardelijk. Die dreigen nu ten uitvoer te worden gebracht.

“Wat vindt u van uw gedrag”, vraag de rechter. Niet goed, antwoordt Alexander. “Maar ik zag niet dat ze aan het hulpverlenen waren.” Het irriteerde hem dat de agenten geen stapje opzij deden toen hij op het trottoir liep.

Goede voorbeeld geven

“Ik maak af en toe een zootje van mijn leven”, zegt hij over zijn justitiële verleden. Maar ondanks deze misstap gaat het beter met hem. Af en toe bezoekt hij de reclassering waar hij “even moet praten”, met alcohol is hij geminderd en via het uitzendbureau werkt hij als pijplasser.

Financieel gaat het hem voor de wind. Naar eigen zeggen verdient hij 3.420 euro per maand en hoeft hij bij zijn ouders geen kostgeld te betalen. “Dan verdient u heel veel”, zegt de rechter bewonderend. Alexander vertelt de rechter ook dat hij een vriendin heeft. “Ik ben al vier maanden met haar aan het sms’en”, legt hij uit. “Maar sinds twee weken is het echt aan.” Toch maakt Alexander een kanttekening. “Ze heeft drie kinderen, ik weet niet zo goed wat ik daar mee moet.” Dat kan toch heel leuk zijn, werpt de rechter tegen. “Misschien kunt u iets voor de kinderen betekenen. Het goede voorbeeld geven.”

Dat wil hij wel, maar wordt moeilijk als hij de gevangenis in gaat. “Ik heb al zes keer vastgezeten, dit zou dan de zevende keer worden.” Alexander vreest dat hij na een eventuele detentie zijn baan niet meer terugkrijgt. De belediging spijt hem. “Ik gebruik dat scheldwoord heel vaak, mijn vrienden vinden dat ook niet leuk. Sorry.” Hoopvol kijkt hij naar officier Schmitz en dan naar de rechter. “Kunt u mij een taakstraf geven, alstublieft.”

Schoffelen

De officier brengt in herinnering dat Alexander in 2007 ook al een keer een agent heeft beledigd. “Ze staan daar natuurlijk niet voor niets.” Wel is hij bereid de zinsnede “ik haat jullie” niet als belediging aan te merken. Hij eist 30 uur taakstraf, want tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke celstraf vindt hij “buitenproportioneel”. Daar moet volgens hem dan wel tegenover staan dat de twee jaar proeftijd opgelegd in 2008 met een jaar wordt verlengd tot november 2011.

“Ik vind het een aardige man”, zegt Alexander op de vraag van de rechter wat hij van de eis vindt. De rechter benadrukt nogmaals dat het hinderen van hulpverleners “gevoelig ligt in de maatschappij”. Ze sluit zich aan bij de eis van de officier. “Schoffelen”, zo vat Alexander het vonnis samen. Hij draait zijn hoofd naar de officier. “Meneer, nog bedankt hè!” Daar moet de officier hartelijk om lachen. “Het gebeurt me niet vaak dat ze me bedanken.”

Belediging van een ambtenaar in functie is strafbaar op basis van art. 267 wetboek van strafrecht.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.