De veiligheidsillusie

De Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer bracht vorige week een jaarverslag uit waarin hij tolerantie, deëscalatie en wederzijds respect bepleit. De stemming van de natie baart hem zorgen. Waar is het vermogen bij burger en overheid om met conflicten om te gaan? Ze worden op de spits gedreven en incidenten worden uitvergroot. De natie lijkt „almaar gevoeliger” te worden voor onderlinge verschillen.

Durf juist te relativeren, zegt de ombudsman. Incidenten „horen bij het leven”. Vlucht niet in procedures, maar praat met elkaar. Stel de vraag wat er „over en weer in redelijkheid van elkaar verwacht mag worden”. Doe niet moeilijk over excuses of schadevergoeding als er leed is veroorzaakt. Laat je niet leiden „door angstbeelden die nergens op gebaseerd zijn”. En pleit niet steeds voor „nog meer repressie”.

Brenninkmeijer sprak deze woorden in de Tweede Kamer, waar doorgaans geen incident onbenut wordt gelaten om er politiek mee te bedrijven. Vorig jaar kwam hij zelf onder vuur, omdat hij in een academisch zaaltje iets nuchters had gezegd over de Hoekse strandrellen. Premier en vicepremier vonden dat zeer ongepast. Nu kwam de ombudsman in bedekte termen verhaal halen. In de Kamer staat de roep om een ‘harde aanpak’ immers dagelijks op het menu.

De nieuwe ‘politiek correcte’ retoriek is exact tegenovergesteld aan wat Brenninkmeijer bepleit. Relativeren is verboden, overdrijven verplicht. Wie voor Nederlands-Marokkaanse jongeren het woord ‘tuig’ of ‘terrorist’ nog niet heeft gebruikt, staat buiten de orde. De Kamer weerspiegelt daarmee de spanning en de onzekerheid die onder burgers leeft.En die gevoed wordt door overspannen media-aandacht voor spectaculaire misdrijven. Daarbij wordt ingespeeld op angst, walging en verontwaardiging. Kamerleden menen na een spectaculair misdrijf al snel dat ‘zoiets nooit meer mag gebeuren’. Waarna het verwijten jegens justitie, politie, zorginstellingen en openbaar bestuur regent. Kennelijk moet de Staat honderd procent veiligheid voor iedereen garanderen. Een schadelijke illusie.

Nauwelijks is een gezinsaanslag in Zierikzee of een kindermoord in Dordrecht verwerkt, of de burgemeester van Veenendaal voedt het nationale chagrijn. Die heeft uitgaande jongeren aangeraden ’s avonds na het stappen vooral sámen naar huis te fietsen. Vorig weekend was er namelijk een akelige overval. Zo’n vaderlijk advies kan krantenkoppensnellend Nederland er écht niet bij hebben. Het cachot in met die lui! Inderdaad, dat moet gebeuren. Maar er bestaat ook zoiets als praktische wijsheid, voorzorg en preventie.

De antithese tussen harde en zachte aanpak, tussen de ‘boel bij elkaar houden’ en ‘streng optreden’ is behalve overdreven ook vals. De ombudsman pleit voor vertrouwen in de professionals die op straat, in de klas of elders het werk doen. Die kunnen enorm worden gehinderd door roeptoetersop het Binnenhof of in media, die met simplistische denkbeelden of lege begrippen als ‘stadscommando’ het samenleven bemoeilijken. Anders gezegd: kan het een onsje minder?