De veeteeltrevolutie

In Noord-Brabant is de voorgenomen schaalvergroting van de intensieve veehouderij van de baan. Provinciale Staten blazen de bouw af van megastallen met vele duizenden vlees of zuivel producerende beesten.

Dit is een historische omwenteling, een voorbode voor de andere veeteeltprovincies. Het besluit is eens zo opvallend omdat boeren, wethouders, ambtenaren en ministers nog in juli vorig jaar eensgezind vaststelden dat er geen ontkomen was aan de megastallen, in provocerend dedain voor de gezamenlijke instanties voor volksgezondheid, milieu en dierenkwesties. Die hadden begin 2008 met een advies gewaarschuwd voor het volksgezondheidsgevaar van de megastallen, na uitbraken van onder meer varkens- en vogelpest en mond-en-klauwzeer.

Wel was er besloten dat grote veehouderijen geconcentreerd moesten worden op afgelegen terrein. Maar afgelegen terrein bestaat niet in Nederland, en ziektekiemen bleken zich over flinke afstanden te verplaatsen. Wie in de buurt van zo’n grootschalig veebedrijf woont, wandelt of fietst loopt risico. Uit de geitenstallen kwam in het najaar de Q-koorts en eiste slachtoffers. En het werd duidelijk dat door de preventieve toepassing van antibiotica op dieren zowel vee, boeren als slachthuismedewerkers besmet zijn met de MRSA-bacil, de ‘ziekenhuisbacterie’ die zich slecht laat bestrijden en die zich gemakkelijk verplaatst.

Er valt niet onderuit te redeneren: de veehouderij vertegenwoordigt een voornaam economisch belang voor de regio. Maar besmette mensen kosten veel geld. En het economisch belang wordt nog betrekkelijker als compensatieregelingen, entingskosten, vervuiling en verkeerstoename in aanmerking worden genomen, nog los van een groeiend imagoprobleem.

De sector kon het zien aankomen. Supermarktketen Albert Heijn kondigde aan in 2011 alleen nog biologisch varkensvlees te verkopen. Albert Heijn is geen weldoener. Als het winkelbedrijf zo’n maatregel neemt, heeft het blijkbaar vastgesteld dat het kan verdienen aan biologisch vlees doordat een groot publiek zwaar twijfelt aan het spotgoedkope vlees uit de vleesindustrie.

Het besluit van Provinciale Staten is ingegeven door risico’s voor mensen. Voor het welzijn van het dier maakt het weinig verschil of het wordt gefokt op een intensief veebedrijf of in een megastal. „Jij bent er om te worden opgegeten”, onthulde in de film Babe de poes aan een aanbiddelijke big. En zo is het. Het medelijden met varkentjes, koetjes en kipjes moet worden genuanceerd. Ze bestaan voor de slacht, ze belanden allemaal op een bord. Maar dat deze dieren bestaan met een winstoogmerk, maakt het niet vanzelfsprekend dat ze hun leven lang mishandeld moeten worden.

Het afketsen van de megastallen is een waarschuwing. De veehouderij doet er goed aan zich te beraden op de omgang met dieren. Jonathan Safran Foer, auteur van Dieren eten, formuleerde het in deze krant zo: „Dit gaat niet om de liefde voor het dier: het gaat erom dat ik ze niet wil haten.”