De Jager laat Athene ermee weg komen

Eerst aan Griekenland betalen, en dan zien we de voorwaarden later wel. Voorstel van minister De Jager. Hij is internationaal heel onervaren, vindt Sweder van Wijnbergen

De kersverse minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) heeft laten zien nog niet klaar te zijn voor het grote werk.

Na stevig te hebben volgehouden dat Griekenland met zijn uit de hand gelopen publieke financiën naar het IMF moest, was een half uurtje met de president van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink, voldoende om te draaien en voor een reddingsactie te stemmen. Van Wellink was dit te verwachten. Die heeft nog nooit een uitdaging gezien waar hij niet van weg liep: ABN Amro/Fortis, Icesave, DSB en nu weer Griekenland. Telkens dezelfde reactie: uit angst voor de gevolgen je ogen dichtdoen en hopen dat het overwaait. Wellink begrijpt niet dat uitstel van hard ingrijpen geen problemen oplost, maar grotere problemen schept. Zo ook nu weer. Maar van een minister van Financiën mag je meer ruggegraat verwachten en wat meer bezorgdheid om de precedentwerking van financiële reddingsoperaties.

De feiten zijn genoegzaam bekend. Griekenland heeft jarenlang gelogen over zijn overheidstekorten. Het heeft met schimmige transacties de gevolgen (een te hoge staatsschuld) buiten zicht van de Europese toezichthouders weten te houden. Een nieuwe regering kwam een jaar geleden met het verbijsterende verhaal dat het overheidstekort niet 6 maar ruim 12 procent van het Bruto Binnenlands Product (bbp) was. Ik heb in bijna dertig jaar ervaring met landen over het hele spectrum van economische ontwikkeling iets dergelijks nog nooit mee gemaakt. Uiteraard leidt dat tot problemen op de kapitaalmarkt. Griekenland moet, wil het nog geld krijgen, zo’n 3 procent extra rente betalen, eigenlijk nog weinig gezien de voorgeschiedenis. Ondertussen heeft Griekenland een staatsschuld boven de 100 procent van het bbp. Het hoofdprobleem is niet die schuld, maar het overheidstekort: elke schuld wordt niet-financierbaar met zo’n tekort, terwijl 130 procent schuld veel is, maar te overleven als er een budgetoverschot zou zijn.

De oplossing is duidelijk genoeg: het IMF doet al vijftig jaar weinig anders dan landen met te grote tekorten en daaruit voortvloeiende problemen weer op de rails zetten middels zogenaamde aanpassingsprogramma’s. Die bestaan uit een meestal behoorlijk hardhandig pakket bezuinigingen, en daar achteraan voldoende financiering, alleen van het IMF of indien nodig samen met andere partijen gefinancierd, strak toezicht, gefaseerd vrijgeven van gelden en strenge voorwaarden. Werkt uitstekend, meestal is een IMF-slachtoffer binnen een jaar of twee er weer bovenop. In de tussentijd is overgangsfinanciering nodig, wat eigenlijk altijd te regelen blijkt, zolang het land zich aan de programmavoorwaarden houdt. Het argument dat het IMF niet binnen een muntunie kan werken, is onzin: dat doet het al jaren, in Afrika, in de Franczone. Het eist een iets andere methodiek dan in landen met een eigen monetair beleid, maar daar heeft het IMF ervaring mee. Om volstrekt oneigenlijke redenen is Brussel met Franse en aanvankelijk ook Duitse steun daar tegenin gegaan, met een Brusselse reddingsactie als tegenoplossing. Onder de plannen van de Commissie worden Griekse risico’s onder andere bij de Duitse en Nederlandse belastingbetaler neergelegd, die Griekenland goedkopere financiering zouden moeten bieden dan nu voor Griekenland uit de markt verkrijgbaar is. Nederland moet een kleine vier miljard ophoesten, zeg maar twee keer de Icesave-schade. En voor daarna een blanco cheque, want als je eenmaal meedoet zit je eraan vast. Uiteraard zijn er de gebruikelijke mantra’s over keiharde voorwaarden, maar hoe geloofwaardig zijn die van een instelling die zich jaren met een kluitje in het riet heeft laten sturen en die ook nu weer terugschrikt voor de harde IMF-route? Een precedent is er al: Griekenland is een keer gered door de EU, in 1984. Ook met een keihard pakket van voorwaarden waar binnen een jaar niets meer van vernomen werd. De Europese Commissie heeft een volstrekt ongeloofwaardige staat van dienst wat betreft het afdwingen van budgetdiscipline. Het stabiliteitspact staat vol van sancties voor overtreders, sancties die overboord gingen toen politiek invloedrijke landen ertegenaan liepen. En een reddingsactie met ongeloofwaardige voorwaarden is alleen maar een recept voor een nog grotere claim binnen een paar jaar, precies zoals Wellinks gedogen van schending door Icesave van gemaakte afspraken niet een run op Icesave verhinderde, maar ervoor zorgde dat de run toen hij kwam vier keer zoveel schade aanrichtte.

De Jagers verdediging was bedroevend: het zou de belastingbetaler niets kosten, want de keiharde voorwaarden zouden Griekenland weer kredietwaardig krijgen, al moest dat allemaal nog ingevuld worden. Eerst maar betalen, en dan kijken we wel naar die voorwaarden. En het zou tegen marktvoorwaarden gaan, maar natuurlijk niet via de markt want dat was te duur. De tegenstrijdigheid van die opmerking heeft kennelijk niemand aan hem uit kunnen leggen. En dan de gotspe dat de IMF-route niet kon, omdat het IMF niet voldoende geld zou hebben (Griekenland kan maar ca. 10 miljard lenen van het IMF en het heeft nu al meer nodig). Hier spreekt stuitende onkunde uit: cofinanciering van IMF-programma’s gebeurt regelmatig zodat die limiet niets betekent.

Een duidelijk gebrek aan internationale ervaring bij De Jager en verrassend genoeg kennelijk ook bij zijn ambtenaren. Of hij heeft niet willen luisteren.

De angstverhalen waar Wellink De Jager en de Kamer mee op de kast jaagt, wijzen op de gevolgen voor Europese banken, die kennelijk ruim in Griekse schuld geïnvesteerd hebben, en dat zouden moeten afwaarderen als de Grieken betaling opschorten. Maar het zwakke punt in zijn verhaal is dat hij dat doemscenario als enig alternatief voor een bail out voorstelt. Dat is natuurlijk niet zo, de IMF-route is er ook nog, en dat is een veel geloofwaardiger route naar kredietwaardigheid dan een vaag, ongeloofwaardig en gepolitiseerd EU-reddingsplan. Zo’n reddingsplan met boterzachte voorwaarden beloont wangedrag en zet de deur open voor nog veel grotere deconfitures in de toekomst. En dan dreigt het spook van ECB-betrokkenheid bij bail outs, wat neerkomt op monetaire financiering en wat het inflatiespook weer in Europa zou introduceren. Wat dat zou doen voor de euro, wil je liever niet weten. De werkelijke bedreiging voor de euro is niet Griekenland, maar het EU-reddingsplan voor Griekenland.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte dertien jaar bij de Wereldbank. Hij was onder andere tijdens de onderhandelingen over de schuld van Mexico hoofdeconoom voor Mexico en Midden-Amerika.