De amateurchef van nu maakt overal een kletskop van

Een paar jaar geleden werd het een trend: het fanatieke hobbykoken. Mensen, nou ja, mannen, schaften in één weekend een Magimix, een set Wüsthof-messen en een AGA met wokpit aan en waren vanaf dat moment constant semi-professioneel bezig in de keuken, tot ergernis van hun huisgenoten.

Je zou denken dat zo’n trend uitsterft en dat de Magimix gewoon samen met de Abdomenizer staat te verstoffen op zolder, maar niets is minder waar. In Wie is de chef?, wat ik sinds een paar weken volg, blijkt de fanatieke hobbykok alive and kicking.

In het programma moet in een groepje amateurkoks de professionele chef ontmaskerd worden, maar dat is niet waar het om gaat. Wie is de chef? geeft vooral een goed beeld van waar de Nederlander op zijn weekendavondje mee bezig is: ernstig koken. En alles uitserveren op immense, witte, vierkanten borden.

De vierkante borden zijn niet het enige thema. Hobbykoks die eigenlijk chef willen zijn – en diep in hun hart ook dénken dat ze chef zijn, en niet, bijvoorbeeld, projectleider bij de overheid – vertonen wel meer overeenkomsten.

Zo gebruiken ze altijd metalen kokers waar ze eten in proppen, opdat de bloemkoolpuree of zalmfantasie als een zuil op het bord komt te staan. En ze hebben nog andere manieren om hun kunde te laten blijken. Ik heb al verscheidene chefs het darmkanaal uit een garnaal zien trekken onder het triomfantelijke commentaar: ‘Kijk... als je een beetje handig bent... kun je zó het darmkanaaltje eruit halen.’ Ook de zin: ‘Ik heb er wat biet aan toegevoegd. Voor de kleur,’ is niet van de lucht. Dingen worden ook nooit koud geserveerd. Of warm. Ze zijn altijd lauwwarm.

Dat ‘een bedje van’ achterhaald is, is bij deze mensen wel doorgedrongen. De amateurchef van nu maakt overal een kletskop van – van amandel, van sesamzaad, van ‘parmezjaan’. Ook risotto is in de mode, begeleid door de tekst: ‘In risotto moet je heel veel liefde stoppen.’ En dan zijn er nog de vergeten groenten. Overigens niet tot ieders plezier. Zoals een deelnemer zei, die in alweer een pastinaak zat te prikken: ‘Het zijn niet voor niets vergeten groenten.’

Want dat kenmerkt de amateurchefs ook: ze zijn mondain op het gebied van ingrediënten en keukenlingo, maar ze lusten vrij weinig. In elke aflevering zit wel een deelnemer die geen kaas lust, of geen vis, of geen wijn, of alledrie niet. En dat maakt ze tot echte Nederlandse hobbykoks.