Budgetbeheer moet juist niet weg bij scholen

Ton van Haperen stelt dat het ‘handig’ zou zijn om organisatietaken en budgetbeheer van scholen bij het ministerie te leggen (Opiniepagina, 3 maart). Wat dat zou inhouden weten we van dertig jaar geleden. Toen regelden circulaires alles tot in detail, van het aantal ‘leraarlessen’ per school tot het verbod voor mavo’s om een technisch onderwijsassistent aan te stellen. Alles lag vast in formules.

Calculerende schoolleiders konden door creatief indelen van klassen soms openingen vinden om er net iets gunstiger uit te springen. Ze konden de verplichting om bij vacatures wachtgelders voorrang te geven, omzeilen. De rekening kwam altijd op het bordje van het ministerie. De uitgaven waren onbeheersbaar.

In zuidelijk Europa, in Duitsland en zelfs in België tref je dit nog aan: schoolleiders die niet zelf mogen beslissen welke leraren ze aanstellen, die voor reparatie en onderhoud van het gebouw moeten soebatten bij de gemeente, die geen toestemming krijgen voor onderwijsprojecten. Dan is het niet raar dat de ontwikkeling stagneert.

Vergelijk dat met Nederland nu. Overal zoeken scholen oplossingen voor de specifieke problemen waarmee ze geconfronteerd worden. Schoolleiders steken bij collega’s hun licht op, kijken wat werkt, bundelen krachten, proberen nieuwe aanpakken uit, en stellen hun beleid bij als het beoogde resultaat uitblijft. Van Haperen wantrouwt schoolleiders en bestuurders. Hun ‘gevestigd belang’ zou zich verzetten tegen het presteren van leerlingen en leraren. Het idee! Bespaar ons een terugkeer naar de oude centralistische structuur. Benut de kracht die in de scholen voorhanden is.

Jan Willem Lackamp

Zelfstandig interim-manager, tot voor kort rector van het Mondriaan College in Oss