Bij nomaden heeft de vrouw soms de broek aan

Ayaan Hirsi Ali is veel te stellig in haar boek Nomade over de onderdrukking van de vrouw, betoogt Arita Baaijens. Onder nomaden zijn ook sterke vrouwen.

De felheid waarmee Ayaan Hirsi Ali nu al jaren ten strijde trekt tegen de islam, heeft te maken met haar traumatische jeugd in Somalië en het verstikkende clanmilieu waarin zij opgroeide. Ik bewonder de vechtlust van de Somalische amazone en gun haar de spierballen van Popeye om de strijd mee te voeren.

Maar eerlijk gezegd twijfel ik aan de gehanteerde boksbalmethode. Want wat leveren de uitgedeelde meppen eigenlijk op, behalve blauwe plekken? In haar nieuwe boek Nomade bevestigt de schrijfster alweer het eigen gelijk.

Wat zou Ayaan Hirsi Ali hebben geschreven als haar wiegje in Mauretanië had gestaan? Ook dat is een islamitisch land met een woestijncultuur. Maar de pittige vrouwen die ik er onlangs ontmoette, zouden zich absoluut niet herkennen in Nomade. Om een beetje lichtvoetigheid in het grimmige multicultidebat te brengen deel ik graag een ervaring met Ayaan Hirsi Ali.

De afgelopen twintig jaar zwierf ik vaak met kamelen door de Sahara. Soms kwam een vriend of partner langs. En al hadden de heren nooit een woestijn of kameel gezien, na een week wisten ze hoe alles beter en efficiënter kon. Het resultaat was ruzie.

Mannen verdragen geen vrouw aan de top, concludeerde ik schouderophalend. Toen de lijst met incidenten groeide werd ik echter ongerust. Als dat zo doorging hield ik geen vriend meer over.

Een man in mijn situatie zou nooit aan zijn functioneren twijfelen, maar ik was een vrouw en vroeg me af of er een minder confronterende manier van leidinggeven bestond. Ik zocht naar vrouwelijke voorbeelden in de hoop enkele handige trucs te leren. Helaas, in de woestijn zijn alle karavaangidsen mannen. Mannen die zich totaal niet bekommeren om de gevoelens van hun personeel. Integendeel. De chabir of gids is heer en meester op de gevaarlijke tocht door de woestijn. Tegenspraak of kritiek duldt hij niet en dat is volkomen begrijpelijk, want conflicten onderweg kunnen levens kosten.

Stel je mijn vreugde en ongeloof voor toen ik zo’n vijf jaar geleden het opmerkelijke proefschrift in handen kreeg van Ghyslaine Lydon. De Amerikaanse historica betoogt en bewijst dat vrouwen in West-Afrika een actieve rol speelden in de trans-Saharakaravaanhandel. Als koopvrouw, investeerder en zelfs als karavaangids.

Afgelopen december reisde ik met de briljante onderzoekster naar Mauretanië en sprak twee van de laatst levende vrouwelijke karavaangidsen, beide inmiddels ver in de zeventig. Ook ontmoetten we de zonen en dochters van een lokaal bekende en reeds overleden karavaanleidster.

Een van de zonen, inmiddels opa, wreef met een pijnlijke grimas over knieën en schenen bij de herinnering aan de lange tochten die hij met zijn moeder maakte. Het hele gezin, vader, moeder en kinderen, ging mee op handelsreis naar Mali. Als de kinderen niet liepen zaten ze bovenop de lading bijtend zout. Urenlang. De karavaan stopte alleen na zonsondergang. Na zo’n vermoeiende dag moest hun moeder nog koken.

Ook het verkopen van de meegebrachte waar op lokale markten was vrouwenwerk. Evenals het inkopen van nieuwe spullen. Al met al nam een reis maanden in beslag en het gezin was dus lang van huis.

Gevraagd naar de werkverdeling, bleek uit niets dat vrouwen een mindere positie innamen. „Mannen en vrouwen werkten samen”, bevestigde een oude man de uitspraken van informanten. Blijkbaar voelden mannen zich niet bedreigd door een sterke vrouw. Twee Moorse schonen lachten ongelovig toen ik uitlegde dat hun Nederlandse zuster, om de relatie in de woestijn goed te houden, de partner beter in de waan laat dat hij de sterkste is. In Mauretanië, zo vertelden ze giechelend, was het juist andersom. Mannen houden van krachtige vrouwen. Sterker nog, als een echtgenoot de baas gaat spelen dan rinkelen alle alarmbellen. Bazigheid betekent meestal dat een man buiten de deur vrijt.

De sterke positie van vrouwen in West-Afrika is een culturele erfenis die haar oorsprong vindt in het matriarchaat. Bovendien staat kennis van oudsher hoog aangeschreven in Mauretanië, dat in de islamitische wereld bekendstaat om eruditie, centra van geleerdheid en kostbare manuscripten in privébibliotheken. Ook vrouwen genieten onderwijs. Tot in de woestijn aan toe. Kom daar eens om in Somalië.

In Mauretanië vond ik in ieder geval mijn gedroomde rolmodellen: moedige, vrolijke en sterke vrouwen. Het Mauretaanse karavaanmodel werkt, weet ik nu, omdat naast elke sterke vrouw een zachtaardige man staat. Rest de vraag of Ayaan Hirsi Ali iets aan deze wetenschap heeft.

Arita Baaijens is schrijfster, fotograaf en een fellow van de Royal Geographical Society.www.aritabaaijens.nl