Arrow akkoord met hoger bod van Shell

Het Brits-Nederlandse energiebedrijf Shell en het Chinese PetroChina hebben hun bod op het Australische gasbedrijf Arrow Energy verhoogd tot 3,4 miljard Australische dollar (2,3 miljard euro). Dat is 6 procent hoger dan het oorspronkelijke bod. Het bestuur van Arrow Energy gaat met het laatste bod akkoord en heeft het aan de aandeelhouders voorgelegd.

De overname van Arrow Energy past in de jacht van grote olie- en gasconcerns op kleinere bedrijven die zich specialiseren in de winning van zogeheten onconventioneel gas. Dat is gas dat met conventionele technieken lastig te winnen is. Naarmate de makkelijk te winnen olie- en gasbronnen wereldwijd uitgeput raken, richten multinationals als Shell zich steeds meer op onconventionele bronnen. Zo kocht Shell in 2008 al het Canadese gasbedrijf Duvernay voor bijna 4 miljard euro.

Het Australische Arrow Energy is gespecialiseerd in de winning van aardgas uit ondergrondse kolenlagen. Het heeft met name in Queensland een sterke positie. Shell en PetroChina willen op Curtis Island, een eiland voor de kust van Queensland, een fabriek bouwen die het kolengas afkoelt tot LNG (vloeibaar gas). Dat moet per schip worden getransporteerd naar de Aziatische markt, vooral China.

De overname van het gasbedrijf door Shell en PetroChina betreft alleen de activiteiten in Australië. De buitenlandse activiteiten van Arrow Energy worden afgesplitst en onder de naam Dart Energy naar de beurs gebracht. Shell heeft hierin een belang van 10 procent.