Afgaan

Ik ben door rood gefietst en dreig bekeurd te worden. Ik erken mijn overtreding. De agent verzacht meteen zijn oordeel. Dat alle fietsers in Rotterdam nu eenmaal door rood rijden. Dat hij dat zelf vanmorgen ook heeft gedaan. Dat ik geen bekeuring zou krijgen wanneer zijn teamleden dit voorval niet hadden gezien. Met een vragende

Ik ben door rood gefietst en dreig bekeurd te worden. Ik erken mijn overtreding. De agent verzacht meteen zijn oordeel. Dat alle fietsers in Rotterdam nu eenmaal door rood rijden. Dat hij dat zelf vanmorgen ook heeft gedaan. Dat ik geen bekeuring zou krijgen wanneer zijn teamleden dit voorval niet hadden gezien. Met een vragende blik kijk ik hem aan. De agent pakt zijn bonnenboekje: „Weet u hoe het voelt om af te gaan bij collega’s?” Ik wijs de agent op zijn ietwat bijzondere motivering. Het zet hem aan het denken. Met een waarschuwing kom ik er vanaf.

Wim Labree