'Zand onder het Stedelijk Museum bleek klei'

Het Stedelijk Museum in Amsterdam is al dicht sinds 2004 en gaat op zijn vroegst in 2011 open. Wat gaat er mis bij de verbouwing? De wethouder: „De aannemer is verantwoordelijk.”

De plaatsing van de kelder leek het grootste risico te worden van het de verbouwing van het Stedelijk Museum, aldus Herman van Vliet, hoofd van het gemeentelijke projectbureau dat de bouw leidt: „We moesten een van de grootste kelders maken van Amsterdam. Het Museumplein is net een moeras, het grondwater staat er heel hoog. Uit onderzoek hadden we geconcludeerd dat er veel zand moest worden weggezogen. Dat bleek klei te zijn.”

De bouw begon in augustus 2007. Van Vliet: „Klei moet je wegscheppen. Dat kostte, eind december 2008, vier maanden langer. Maar de klus zelf bleek enorm mee te vallen. De kelder bleef droog en er was geen enkele verzakking in de omgeving. Toen dachten we: dit was de lastigste klus, hierna gaat alles goed.”

Maar dat viel tegen. Er volgden meer problemen, zoals met de staalconstructie onder de overkapping en met de klimaatbeheersing. Inmiddels liggen het Stedelijk Museum en de gemeente, eigenaar van het museumgebouw, zwaar onder vuur wegens de almaar uitgestelde opening. Het plan was ooit om in 2008 open te gaan, maar dat zal volgens de laatste schattingen op zijn vroegst eind 2011 worden. Het museum is onverantwoord en onnodig lang dicht, is de algemene opinie.

Van Vliet is degene die elk stukje vertraging kan toelichten en uitleggen, maar wethouder Gehrels (Cultuur, PvdA) benadrukt dat zij politiek verantwoordelijk is. Eén fout wil ze wel erkennen: „Het grootste probleem is dat we met elkaar niet onder ogen hebben gezien dat de kunstcollectie al die tijd niet zichtbaar was.”

Maar de schuld voor wat er misgaat bij de bouw legt de wethouder geheel bij de aannemer: „Die is verantwoordelijk voor het hele traject. We hadden ooit een opleverdatum afgesproken, daar had de aannemer zijn handtekening onder gezet. Nu hebben we ‘mijlpalen’ afgesproken, ook daar is de aannemer aan gehouden.”

Haar ambtenaar valt haar daarin bij. Over Van Vliet wordt gezegd dat hij eind 2008 al wist dat de beoogde bouwkundige oplevering eind 2009 en de openstelling voor het publiek in maart of april 2010 onhaalbaar waren. Van Vliet: „Dat is gewoon echt niet waar. De aannemer heeft op 5 december 2008 zijn handtekening gezet onder de opleverdatum eind 2009. Alles wat langer duurt, valt onder zijn verantwoordelijkheid.”

Maar de aannemer wil niet van alles de schuld krijgen. Van Vliet: „We zijn nog driftig met de aannemer aan het onderhandelen. Je kunt verschillende beelden hebben door wie de vertraging komt. Het spel is nog niet klaar. Ik wil niet zeggen dat we op nul uitkomen. Maar de inzet is helder.”

Van Vliet kan uitleggen wat er mis ging met de monumentale overkapping, ook wel de ‘badkuip’ genoemd. „De architect had constructeur Arup, die ook berekeningen maakt voor wolkenkrabbers, gevraagd het bestek te maken voor de constructie van de overkapping. Het gaat om een soort boot die boven het Museumplein komt te hangen. Platen van composiet, een kunststof, op een stalen frame. De aannemer zei dat hij op het budget kon bezuinigen door een andere constructeur een vergelijkbare maar goedkopere constructie te laten maken. Die moest wel worden goedgekeurd door Arup, om een vergunning te krijgen van Bouw- en Woningtoezicht.”

Arup keurde de constructie af. Van Vliet: „De aannemer heeft toen weer een andere constructeur ingehuurd. Dat loopt nu goed met Arup. Maar het betekende wel tien maanden vertraging bij dit deel van het project. Voor de opleverdatum betekende het vijf maanden vertraging.”

Nieuwe vertraging is niet uitgesloten, zegt Van Vliet: „Er zijn nog risico’s. Het bevestigen van de composietplaten op de staalconstructie is millimeterwerk, je mag geen naadje zien.”

Vorig jaar kwam er ook een misrekening met de klimaatbeheersing naar buiten, die maanden vertraging oplevert. Hoe zat dat? Van Vliet: „Dat klopt, het klimaat is een van de lastigste dingen in een museum. We dachten eerst dat we wel tegelijk het klimaat konden inregelen en konden ‘inhuizen’. Dat is het interieur timmeren en de balies maken. Maar we zijn erachter gekomen dat dat niet handig is. Dan gaan er de hele tijd deuren open en klopt de regeling van het klimaat niet. Dus dat doen we nu na elkaar.”

Het museum werd al op 1 januari 2004 gesloten terwijl de bouw pas begon in augustus 2007. „Het gebouw moest dicht op last van de brandweer”, zegt Gehrels. „Het was verouderd en de brandweer wilde geen gebruiksvergunning meer afgeven. Dat had dus niks te maken met de verbouwing.”

Sterker, pas in september 2004 is er gekozen voor een architect, Benthem Crouwel, die een nieuw gebouw ontwierp. Gehrels: „Een ambitieus ontwerp, dat op de randen zat van wat mogelijk was.”

Toen er een architect was, begon het plannen van de werkzaamheden, zegt Van Vliet. „In mei 2005 waren we klaar met het voorlopige ontwerp voor het gebouw en in december van dat jaar hadden we een definitief ontwerp. In juni 2006 hadden we het bestek gereed. Dit voortraject verliep normaal, daar waren geen vertragingen in. De problemen begonnen toen het bouwproject Europees werd aanbesteed. Dat vond plaats in een periode waarin de aannemersmarkt totaal overspannen was. Wij waren blij dat we een aannemer hadden, ook al was het er maar één.”

Wat ging er toen mis? Van Vliet: „De aannemer die zich meldde, Midreth, zat behoorlijk boven het budget. Daar zijn we onderhandelend uitgekomen. Dat gaf een half jaar vertraging.”

Ook de aanloop naar de bouw was verkeerd ingeschat. Van Vliet: „De plek waarop de bouw plaatsvindt, is middenin de stad. Dat is een moeilijke plek. We hebben ontzettend moeten priegelen om alles in het bouwterrein te krijgen. Dat kostte ons een maand of drie extra.”

Het budget voor de verbouwing is 107 miljoen euro, zegt Van Vliet. „Dat is inclusief 75,5 miljoen euro voor de nieuwbouw en 13,5 miljoen voor een depot voor de collectie dat we hebben gebouwd in het havengebied. De gemeente betaalt 81 miljoen euro, rijk en provincie 8 miljoen euro en externe fondsen, het bedrijfsleven, 18,5 miljoen.”

Het project wordt niet duurder, zegt Gehrels, want ze is niet bang voor rekeningen achteraf. „We hebben van tevoren met de aannemer afgesproken wat we van hem wilden kopen en voor welke prijs. Als het hem meer kost om het te leveren, is dat zijn eigen risico.”

In de kunstwereld vinden velen dat het Stedelijk langer in het onderkomen in het Post CS-gebouw had moeten blijven, waar het zat van mei 2004 tot oktober 2008. Gehrels: „Dat kon niet, het was niet ons gebouw. We moesten eruit, het moest gestript en verbouwd worden. Het Stedelijk kwam met tentoonstellingen in de Nieuwe Kerk en in het Van Gogh en trok met een bouwkeet de stad door. We zagen toen nog niet in wat een frustratie en een chagrijn het zou worden.”

Begrijpt ze die gevoelens? „Ik heb dat chagrijn zelf ook. Dat is de reden dat ik nu met het Stedelijk aan het overleggen ben over het zo snel mogelijk openstellen van de oudbouw voor het publiek.”