Wát is dan precies die wortel van het terrorisme?

Toen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) het Palestijns-christelijke document ‘Uur van de waarheid’ in ontvangst nam, heeft het Centraal Joods Overleg (CJO) een uitvoerige inhoudelijke reactie gestuurd. Daarop zweeg de PKN. Vorige maand kapittelde de PKN op basis van dit document in een open brief Israël. Het CJO reageerde opnieuw. Niet schreeuwerig en onzakelijk, zoals historicus Jan Dirk Snel beweert (Opiniepagina, 9 maart), maar inhoudelijk. Wij waren verbaasd dat de PKN het document als een roep om recht en vrede zag, want vredelievend is het bepaald niet. Zo valt er te lezen dat verzet de plicht voor iedere christen is en dat de wortels van het terrorisme liggen in het menselijk onrecht en de bezetting. ‘Om het ‘terrorisme’ te beëindigen moeten deze wortels worden verwijderd.’

Het Palestijns terrorisme dateert echter van voor 1967. Alleen al in de periode 1948 – 1967 stierven bijna 1.000 Israëlische burgers door Palestijnse aanslagen. Welke wortels van het terrorisme moeten dan worden weggenomen? Israël zelf? De PKN nam geen afstand van deze uiting van begrip voor Palestijns geweld. Sterker, zij nam niet eens de moeite het document te analyseren alvorens naar buiten te treden. Toch was dat logisch geweest, want de Protestantse kerkorde zegt „onopgeefbaar verbonden met het joodse volk” te zijn. Dat schept een verantwoordelijkheid. Voor veel joden is Israël immers minstens zo’n onopgeefbaar onderdeel van de identiteit als de onopgeefbare verbondenheid die protestanten willen hebben met het Joodse volk. Daarnaast verdient Israël steun als staat waar christenen, anders dan in de omgeving, ongestoord kunnen leven. Het zou goed zijn als de Protestantse Kerk zich gaat bezinnen over de concrete invulling van haar kerkorde en voortaan echt wil helpen zoeken naar een vredelievend en democratisch Midden-Oosten, waar alle staten, volkeren en religies in respect en harmonie kunnen leven.

Ronny Naftaniel, Ruben Vis

Bestuursleden CJO, Amsterdam