Vietnam maakt zich op voor acquisities in Nederland

In navolging van China en India wil nu ook Vietnam flink gaan investeren in Westerse kennis en bedrijven – te beginnen in Nederland.

Het jaar van de Tijger markeert voor de Vietnamezen het begin van iets moois en krachtigs. Een jaar waarin de relatie tussen de Leeuw (Nederland) en de Draak (Vietnam) een nieuwe wending krijgt. Onder dit gesternte van moed, daadkracht en energie kwam daarom vorige week een Vietnamese handelsdelegatie naar Nederland. Niet zozeer om Nederlandse investeerders warm te maken voor de Vietnamese markt, als wel om zelf op zoek te gaan naar investeringen. Want na China en India staat nu ook Vietnam klaar om Nederlandse bedrijven over te nemen.

De afgelopen jaren was vooral het omgekeerde het geval. Bedrijven als Friesland Foods, Unilever en Heineken ontdekten Vietnam als opkomende markt en streken neer in Hanoi of Ho Chi Minhstad. Aangetrokken door nog lagere lonen dan in China en een nieuwe afzetmarkt volgden inmiddels zo’n vijftig Nederlandse bedrijven hun voorbeeld. Nederland werd daarmee de belangrijkste Europese investeerder in het land.

Dat kunnen wij ook, dachten de Vietnamezen. Zij zagen hun land veranderen van een gesloten ontwikkelingsland in een open economie waar grote Vietnamese bedrijven de lokale en regionale markten langzaam maar zeker ontstijgen. Met een relatief constante economische groei van 7 procent de afgelopen twintig jaar (5,2 procent in crisisjaar 2009), heeft Vietnam na China en India de sterkst groeiende economie in Azië. En dat biedt perspectief.

„Vietnam heeft naast de interne markt ook een regiofunctie voor buurlanden als Cambodja en Laos”, zegt Joost van der Neut van de Vietnam Desk van adviesbureau PricewaterhouseCoopers. „Kennelijk zijn deze partijen al zo ver dat ze daar niet genoeg aan hebben en hun blik nu ook op het Westen richten.” Daarbij gaat het vooral om sectoren die kenmerkend zijn voor een land in ontwikkeling, zoals infrastructuur. „Door Nederlandse bedrijven over te nemen willen ze technologie en ervaring opkopen. Vooral op het gebied van windenergie, watermanagement en landbouwtechniek”, verklaart Van der Neut.

Met dit in het achterhoofd kwam een delegatie van het conglomeraat Saigon Invest Group, projectontwikkelaar Becamex, de grootste Vietnamese bank Agribank en een aantal ambtenaren in Nederland een kijkje nemen. Bij ingenieursbureau Witteveen en Bos bestudeerden ze de mogelijkheden voor afvalverwerking, waterzuivering, beveiliging en zelfs mobiel betaald parkeren. In Almere bekeken ze het Nederlanse voorbeeld van een satellietstad (een nieuwe stad vlakbij een andere grote stad) om ideeën op te doen voor de New City vlakbij Ho Chi Minhstad. „Het zijn bedrijven met kapitaal die zoeken naar totaaloplossingen”, zegt Dirk Aleven, wiens bedrijf MeetIn de handelsmissie organiseerde. „Ze zitten niet te wachten op consultancy uurtjes, maar willen dat hier het hele concept wordt ontwikkeld. Ze zijn competitief ingesteld en weten precies wat ze willen. De kennis zit in Nederland, de schaal en afzetmarkt in Azië.”

Nederland als kweekvijver voor technologie en marktplaats voor licenties dus – maar waarom juist Nederland? Een belangrijke reden is volgens Dang Thanh Tam, topman van de Saigon Invest Group en een van de rijkste inwoners van Vietnam, dat Nederland excelleert in een aantal dingen die voor Vietnam belangrijk zijn. Het land staat in de top vijf van meest kwetsbare landen voor klimaatverandering, vooral doordat de dichtst bevolkte gebieden onder zeeniveau liggen. Goed waterbeheer en milieutechnologie zijn daarom interessante investeringen. „We zitten al in telecom, grondstoffen, de bancaire sector, toerisme en de ontwikkeling van industriële zones. Nu willen we ons meer richten op innovatie”, zegt Tam. Ook de „uitstekende en vooruitstrevende” agrarische sector heeft zijn interesse gewekt. „70 procent van de Vietnamese bevolking leeft van het land, dus kennis van de nieuwste technieken is voor Vietnam erg belangrijk.”

Via Nederland en Duitsland, waar het bedrijf zich nu al richt op de machine-industrie, hoopt Tam ook toegang te krijgen tot de rest van Europa. Binnenkort opent de Saigon Invest Group een kantoor in Frankfurt; als de kennismaking voorspoedig verloopt volgt Nederland. De economische crisis is voor het bedrijf geen reden het rustiger aan te doen. „We zijn vooral geïnteresseerd in overnames”, zegt Tam. „We willen aandelen hebben en partner worden, niet alleen een product kopen. Juist nu zijn die aandelen relatief goedkoop.”

De Saigon Invest Group is het eerste Vietnamese bedrijf dat bewust de Nederlandse markt opgaat op zoek naar investeringen. Met een balanstotaal van ruim 2 miljard dollar heeft het bedrijf ook wel wat te besteden. Volgens de Vietnamese ambassadeur Ha Huy Thong is het niet de enige. „Vietnamese bedrijven zijn inmiddels volwassen genoeg om de sprong te wagen en Nederland is bij uitstek een land waar buitenlandse investeerders welkom zijn”, aldus de ambassadeur. „De Leeuw en de Draak zullen elkaar daarin opnieuw vinden.”

Hij verwacht net als Tam dat de crisis juist een positieve impuls geeft aan de globalisering van Vietnamese bedrijven. De Vietnamese regering stimuleert de economische groei met maatregelen tegen inflatie en moedigt al sinds 2007 integratie aan met resoluties als „High-tech development: take the short-cut and speed up”.

Dit advies wordt nu ter harte genomen. Volgens Dirk Aleven is het verkeer van Vietnamese en Chinese bedrijven naar Nederland de afgelopen tijd drukker dan andersom. „Nederlandse bedrijven zijn ingeslapen door de crisis en richten zich alleen nog op kostenbesparing en de interne markt. Terwijl de Aziaten druk bezig zijn de nieuwe economie vorm te geven.”