Uniek in Rusland: dialoog met oppositie

In de Russische exclave Kaliningrad groeit de sociale onrust. Moskou legt steeds meer belastingen op, terwijl de bevolking steeds minder inkomsten heeft.

Het pompgeweer bungelt losjes op de rug van Joeri. Maar de nonchalance is bedrieglijk. Want de driehonderd tweedehands Mercedessen, BMW’s en Porsches van autohandel Real Auto die hij in de haven bewaakt, vormen een gewilde prooi voor dieven. Omdat ze schaars zijn geworden. „Bij onraad schiet ik meteen”, dreigt Joeri stoer.

De schaarste is veroorzaakt door de drastische verhoging van de importbelasting op buitenlandse tweedehandsauto’s, die premier Poetin in januari 2009 afkondigde ter bescherming van de Russische auto-industrie. Er wordt nu geen Duitse of Amerikaanse bolide meer ingevoerd. „De auto’s zijn bijna twee keer zo duur geworden en daardoor is het niet meer rendabel ze te importeren”, zegt directeur Jevgeni Babek van Real Auto in zijn kantoortje dat uitkijkt op de middeleeuwse kathedraal waar Verlichtingsfilosoof Kant ligt begraven.

Jarenlang genoot het midden- en kleinbedrijf in Kaliningrad allerlei belastingvoordelen. Vooral de autohandel profiteerde ervan. Die voorkeursbehandeling dankte de Russische exclave aan haar ligging aan de grens met Polen en Litouwen, waardoor veel inwoners van Kaliningrad geregeld naar hun EU-buren reizen.

Hun blik is meer op het Westen dan op Moskou gericht, wat zich ook uit in het politieke bedrijf. „Anders dan in de rest van ons land leven we hier in een samenleving waar politieke ruzies voor de rechter worden uitgevochten en niet met geweld”, benadrukt de populaire partijloze oppositiepoliticus Salomon Ginzburg.

Maar door de nieuwe importtarieven en de voorgenomen verhoging van de wegenbelasting, de prijsstijgingen, de allesomvattende corruptie en de hoge gas-, water- en elektriciteitskosten, staat Kaliningrad sinds een aantal maanden op scherp. De maatschappelijke onrust culmineerde op 30 januari in een massaal protest tegen de regering op het Centrale Plein in de hoofdstad. Anders dan elders in Rusland, waar uit angst voor hardhandig politieoptreden de opkomst bij demonstraties gering is, verenigden in Kaliningrad communisten, liberalen, onafhankelijken en extreem-nationalisten zich die dag tot een dwingende macht van zo’n 12.000 betogers.

Het Kremlin schrok op en vreesde dat de demonstratie andere onrustige gebieden zou aanmoedigen. Die vrees werd versterkt doordat de ME van Kaliningrad niet durfde op te treden tegen de betogers.

„Maar we konden niet anders dan demonstreren”, zegt de 69-jarige Valentina Petrova in haar straat, waar vervallen villa’s getuigen van de tijd dat de stad Kaliningrad nog Königsberg heette. „Van mijn pensioen van 4600 roebel (114 euro) per maand kan ik niet leven als ik ook nog 2000 roebel aan gas-, licht- en waterkosten moet ophoesten. Bovendien heeft mijn 40-jarige zoon kanker en werk ik nu weer zeven dagen per week bij om zijn operatie te kunnen betalen.”

Vandaag uiten duizenden inwoners van Kaliningrad voor het Huis van de Sovjets opnieuw hun grieven. Illegaal, want de overheid heeft de demonstratie op die plek verboden en de betogers naar een voetbalstadion in een buitenwijk verbannen. „Als daar bij het stadion door de politie een provocatie wordt uitgelokt en geweld uitbreekt, dan kom je niet veilig weg”, zegt de coördinator van het burgerprotest, de 40-jarige elektriciën Konstantin Dorosjok, die de Russische Lech Walesa wordt genoemd. „Daarom hebben we de demonstratie op die plek afgezegd. Voor het Huis van de Sovjets wordt nu een landbouwbeurs gehouden. We hebben iedereen opgeroepen daar heen te gaan.”

Tot 2007 was Dorosjok een van de duizend kleine zelfstandige importeurs van tweedehandsauto’s in Kaliningrad. Omdat die handel steeds meer werd overheerst door een handvol grote importeurs die hun kleine- en middelgrote concurrenten verpletterden, ging hij in de politiek. „Ik besefte dat je alleen in georganiseerd verband monopolies, corruptie en oneerlijke rechtspraak in ons land kunt aanpakken”, vertelt hij over zijn populariteit bij de bevolking.

Gouverneur Georgi Boos, een Moskouse miljonair die door het Kremlin in het losgehaakte gebied is benoemd, krijgt er extra van Dorosjok van langs, omdat hij allerlei geldverslindende projecten heeft gelanceerd, zoals de aanleg van een nieuw vliegveld en een nieuwe snelweg, terwijl tientallen ziekenhuizen en scholen wegens geldgebrek zijn gesloten. „Die bouwprojecten worden uitgevoerd door Boos’ Moskouse en Sint-Petersburgse vrienden”, vertelt Dorosjok. „Ze nemen hun eigen gastarbeiders mee en passeren de lokale werkloze bevolking.”

Dorosjok en de zijnen hebben met hun actie van 30 januari een voor Rusland uniek resultaat bereikt: oppositie en lokale regering zijn een voorzichtige dialoog aangegaan. Het bewijs daarvan wordt geleverd als in de studio van de staatstelevisie zes leiders van de oppositie tegenover zo’n honderd leden van de lokale machtselite zitten. Ministers, afgevaardigden van Verenigd Rusland in de provinciale Doema, zakenlieden, allen zijn komen opdagen om gouverneur Boos te steunen, die in het tv-programma Positie de confrontatie aan durft te gaan met zijn critici. Boos toont zich van zijn welwillendste kant en zegt dat de overheid op 30 januari heeft geleerd dat ze beter moet communiceren met de bevolking. Met een glimlach probeert hij druk uit te oefenen op de oppositie om niet te gaan demonstreren. Hij belooft de grootste problemen spoedig te zullen oplossen. „Want goede ziekenhuizen zijn nodig om de mensen een normaal leven te garanderen”, zegt hij. Waarop Vasili Kovaltsjoek van de liberale Jabloko-partij boos reageert en vraagt: „Waarom is dat de afgelopen twintig jaar dan niet gebeurd?”