Tijdelijke leiders

SP’er Agnes Kant is gestrand, Wouter Bos heeft het PvdA-leiderschap overgedragen, het CDA probeert de rijen gesloten te houden rondom Jan Peter Balkenende. De burger geniet. ‘Er is drama!’

Timing, zegt historicus Henk te Velde, is in de politiek ongelooflijk belangrijk geworden. Nog geen dag nadat Camiel Eur-lings, gedroomde kroonprins van Balkenende, uit de politiek verdween, presenteerde Wouter Bos, succesvol minister van Financiën in crisistijd, PvdA-kanon Job Cohen als zijn opvolger en toekomstig premier van Nederland. De PvdA steeg bliksemsnel in de peilingen. Het CDA keek op zijn neus. En Bos is al bijna geschiedenis.

Te Velde: „Je moet in de politiek vandaag de dag vreselijk alert zijn en weten wat het goede moment is om afscheid te nemen of aan te treden. Vorige week leek Femke Halsema het nog helemaal te hebben en nu moeten we ons alweer afvragen of ze het gaat afleggen tegen Cohen.”

De lancering van Cohen is een slimme zet, denkt Te Velde, want hij laat zich in de verkiezingscampagne niet wegblazen. „Hij heeft een veel duidelijker profiel dan Bos. De boel bij elkaar houden is voor hem geen verzinsel, hij is daarvan écht de belichaming. Bij Wouter Bos ontbreekt de urgentie. Ook de manier waarop hij afscheid heeft genomen, heeft zijn missie er niet helderder op gemaakt. Bos kiest voor zijn gezin, zo onontkoombaar was de politiek voor hem dus kennelijk niet.”

Het lijkt erop of de generatie politici die in 2002 is aangetreden nu alweer vertrekt. „Die generatie beklijft niet, het zijn passanten, ook al zijn ze heel capabel. Job Cohen is een merk, geen mediapraatje. Hij hoeft geen imago meer op te bouwen. Hij is trouw aan zichzelf en opereert effectief. Hij heeft lang kunnen oefenen. Dat gold ook voor Kok, Lubbers, Van Agt, Biesheuvel: die hadden allemaal hun rol al gevonden voordat ze premier werden.”

Of Cohen authentiek is? „Dat woord heb ik niet gebruikt”, zegt Te Velde. „Als politicus moet je rol bij de persoon passen. Cohen heeft dat. Met zijn ervaring en persoonlijkheid zie je hem voor je als premier van Nederland. Hij moet wel hopen dat de hype rondom hem tegen de verkiezingen niet alweer is uitgewerkt.”

Henk te Velde, hoogleraar in de vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden, geeft in zijn nieuwe boek Van regentenmentaliteit tot populisme de Nederlandse historische context bij het succes van Wilders. Populisme hoort bij democratie, schrijft hij, en dat kunnen we maar beter accepteren. In Nederland hebben we populistische oprispingen gezien in de Patriottentijd aan het eind van de 18de eeuw, tijdens de emancipatiestrijd van Abraham Kuyper, Domela Nieuwenhuis en Troelstra aan het begin van de 20ste eeuw, bij de hang naar het fascisme van de jaren 30 en in de roerige jaren na 2000 sinds Pim Fortuyn.

„Nu staren wij ons weer blind op de groep die achter Wilders staat. Het is niet realistisch te denken dat je die kiezers bij hem kunt weghalen. De politiek verandert: het is een gevecht geworden van de gevestigde orde tegen buitenstaanders. Een rechts electoraat is een gegeven, waarmee we moeten leren leven. Je kunt wel hopen dat het weggaat, maar je kunt beter bedenken hoe je ermee moet omgaan. Uitroeien als een gevaarlijk verschijnsel is geen oplossing. Neem je het te serieus, dan word je er de gevangene van. Mijn advies aan Cohen zou zijn: reageer zoals je tot nu toe hebt gereageerd. Wilders roept iedere dag wel wat. Ga gewoon aan het werk.”

Te veel ‘control freak’

De burger, denkt Meindert Fennema, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, geniet van dit politieke spektakel. „Er is drama! De arrogantie komt ten val, Balkenende wordt langzaam geroosterd en wij zitten met een zeker leedvermaak te kijken tot hij om genade smeekt!”

Wouter Bos heeft het als minister van Financiën goed gedaan, maar het was een goede zet op te stappen. „Hij kon de campagne niet trekken. Bos is te veel control freak, hij is een technocraat en een gereformeerde jongen en daar hebben we er al te veel van in de politiek. Het ligt voor de hand dat Bos Wellink wil opvolgen. Dan moet hij even rust hebben, hij mag niet beschadigd worden.”

Voor Fennema (zijn laatste boek, Nieuwe netwerken. De elite en de ondergang van de NV Nederland, verscheen in 2008) is Cohen de anti-Wilders. „Ik heb altijd het gevoel gehad dat die multiculturele samenleving bij Bos niet echt doorleefd was. Cohen ís mister multiculti en hij loopt daar niet voor weg. Vergeleken met Pechtold is hij een zwaargewicht. Pechtold zit nog te veel in de oude reflexen gevangen. Wilders is niet extreem-rechts! Laat de Tweede Wereldoorlog er nou gewoon een keer buiten. Het is voor het eerst dat ook rechts de Tweede Wereldoorlog in het debat gebruikt. Wilders roept: Obama is de Chamberlain van de 20ste eeuw. Vroeger mocht alleen (de linkse columnist, red.) Hugo Brandt Corstius dat soort dingen zeggen. D66 was kampioen in het opgraven van Anne Frank om met haar stoffelijke resten Wilders te bestrijden. Dat is onsmakelijk. Het is ook onsmakelijk om Wilders een bange man te noemen. Die man wordt 24 uur per dag beschermd!”

De jurist Cohen heeft een heel goed gevoel voor wat staatsrechtelijk en moreel de juiste lijn is, zegt Fennema. „Hij was de enige binnen de PvdA die iedereen de huid vol schold die Ayaan aan banden wilde leggen. Hij is ook tegen vervolging van Wilders.”

„Met professioneel genoegen” gaat Fennema de debatten tussen Cohen en Wilders volgen. „De discussie over de multiculti-samenleving zal dankzij Cohen sterk verbeteren. En Wilders kan ook beter.”

De trend is polarisatie

Trendwatcher Adjiedj Bakas, auteur van onder meer Beyond the Crisis, is kritischer over Cohen. „Hij mag bekend staan als verzoener, maar de trend is juist die van de polarisatiedemocratie. Je ziet het overal: in de Verenigde Staten, in Groot-Brittannië, in Venezuela. Die polarisatie ontstaat door internet, door de individualisering, door de erosie van het gezag van de dokter, de onderwijzer, de agent, de politicus. Maar de democratie levert niet wat al die individuen willen en dat levert boosheid op. Ook Cohen kan Nederland niet ontbozen.”

Bakas wijst ook op de stemverhoudingen. „De opkomst bij Kamerverkiezingen ligt rondom de 75 procent, dus een kwart van het electoraat stemt sowieso niet. In de peilingen krijgt de PvdA nu 27 zetels. Bij een opkomst van 75 procent is dat maar een procent of 15 van alle kiezers. 85 procent kiest dus helemaal niet voor Cohen. Met Wouter Bos heeft de PvdA ooit virtueel op 60 zetels gestaan. Met de euforie rondom Cohen valt het dus wel mee.”

De houdbaarheid van politici wordt steeds korter, denkt Bakas. „Ik ben een nuchter mens; ik was nuchter over Obama en ben dat nu over Cohen. Obama kan de hoge verwachtingen niet waarmaken, Amerika is nu grotendeels onbestuurbaar. Ik las een voorpublicatie van het boek van Hugo Logtenberg over negen jaar Cohen in Amsterdam. Hij is geroemd omdat hij de boel bij elkaar heeft gehouden na de moord op Theo van Gogh, maar de auteur stelt de terechte vraag of de Amsterdammers dat niet zelf hebben gedaan. Ze zijn daar verstandig genoeg voor. De sfeer was grimmig in die dagen, maar om nu te zeggen dat er een burgeroorlog dreigde: nou nee. Het knappe van Cohen is dat hij een tefal-bestuurder is: er blijft niets aan hem kleven. Tijdens de persconferentie waarop hij zijn kandidatuur aankondigde, snauwde hij voor het oog van de camera tegen een journalist: ‘Zitten!’ Hij kwam ermee weg. Als Balkenende dat gedaan had, was het land te klein geweest.”

Cohen kijkt je aan

Politici weten zich geen raad met de polarisatie en de boze burger. Historicus Piet de Rooy denkt dat Cohen buitengewoon goed in staat zal zijn het land weer tot een eenheid te smeden. „Dat hebben we in Amsterdam gezien. Hij weet een balans te vinden tussen hard en duidelijk. Hij heeft een scherp politiebeleid maar brengt ook groepen bij elkaar. Hij is een bruggenbouwer. Cohen is geknipt voor het premierschap.” Bos was zelf analytisch sterk, Cohen zoekt het meer in het bijeenbrengen van deskundige analytici, zegt de gepensioneerde hoogleraar, wiens recentste boek Republiek der Rivaliteiten een bondige geschiedenis bevat van Nederland sinds 1813. „Cohen luistert erg goed, hij selecteert goed, hij is geen aarzelaar. Bos is een wegkijker, Cohen kijkt je aan. Een subtiel verschil, maar wel veelbetekenend.”

In het gepolariseerde Nederland zal Cohen het gevecht met Wilders niet op de man spelen, denkt De Rooy. „Sommige dingen laat hij door hun eigen gewicht doodvallen, dan leunt hij gewoon achterover. We moeten af van die escalatie. Cohen wil fatsoen.” Sinds de VVD een middenpartij is geworden, is er ruimte voor een conservatieve partij in Nederland, zegt De Rooy. „Maar de PVV is geen klassieke conservatieve partij. Conservatisme was in Nederland heel lang taboe. Iedereen in dit land moest progressief zijn. Wilders laat zien dat een deel van Nederland conservatief of rechts denkt. Maar dit soort stromingen heeft de neiging tot zelfontbranding, dat hebben we met de LPF gezien. Wilders realiseert zich dat heel goed.”

De val van het kabinet is een verlaat gevolg van de keiharde verkiezingscampagne die het CDA drie jaar geleden leidde, toen Wouter Bos een draaikont werd genoemd, zegt De Rooy. „Dat is nooit meer goed gekomen. Er was gedoe rondom de JSF, rond Uruzgan, over het ontslagrecht, de AOW. Dat waren allemaal signalen dat het heel moeizaam ging. En bij het begin van de bankencrisis zag je Balkenende en Bos steggelen over wie de leiding moest nemen. Het CDA is nu in zijn eigen mes gelopen. Balkenende heeft een paar jaar geleden gezegd dat dit land in de war was. Ik zie nog geen licht aan het eind van de tunnel. Nederland is zo naar binnen gekeerd. Ik mis het debat over echt belangrijke onderwerpen, zoals Europa. Het is idioot: we weenden van blijdschap toen Obama aantrad en nu trekken we ons zo onelegant terug uit Uruzgan! De politiek is persoonlijk gehakketak geworden. Cohen zou daarin verandering kunnen brengen, maar het is de vraag of hij niet wordt meegezogen in dat malle circus.”

Ook headhunter Patty van der Vliet van De Vroedt & Thierry verklaart het gejubel over Cohen uit het verlangen naar een leider met absolute integriteit en wijsheid. „Mensen hebben enorm hun bekomst van dat hanengevecht in de Tweede Kamer. Al die mannetjes en een enkele vrouw met dat testosteron. Dat blijkt uit de reacties op de dood van Van Mierlo. Men denkt: die man deed het niet uit ijdelheid, maar voor het grotere geheel. Leiderschap staat of valt bij vertrouwen.”

Het laatste kabinet werd geleid door drie gereformeerde mannen. „Dat heeft in ieder geval niet gewerkt. Er is onlangs een proefschrift verschenen dat concludeert dat gereformeerde leiders de slechtsten zijn: ze zijn steil, directief, kil en kunnen geen kritiek verdragen. Hun beslissingen lijken bijna van God gegeven. Dat is dus ook misgelopen.”

Cohen loopt wel het risico te blijven hangen in de discussie over integratie, terwijl de economische crisis daadkracht vereist. „Er moet in de politiek veel meer ruimte komen voor ondernemers, mensen als Jan Kees de Jager, die had een eigen bedrijf. We hebben in Nederland ongelooflijk veel beroepspolitici, die alleen maar geld uitgeven, terwijl het leeuwendeel van dat geld wordt verdiend door het midden- en kleinbedrijf. Die mensen zijn niet vertegenwoordigd in de Kamer.” Van der Vliet spreekt veel mensen uit het bedrijfsleven die best enige tijd in de politiek zouden willen werken. „Maar ze schrikken terug voor de slangenkuil. Als je mensen selecteert voor het bedrijfsleven let je op hun staat van dienst. De makke van onze politiek is dat er vooral naar politieke kleur wordt gekeken en nauwelijks naar inhoudelijke kennis en managementcapaciteiten.”

Ambtenaren regeren

Volgens trendwatcher Bakas maakt het uiteindelijk niet zoveel uit wie er in Nederland aan de macht komt. „Wie er ook zit als premier of minister: ambtenaren regeren ons land. Nu hebben we 19 werkgroepen, die opschrijven hoe Nederland zich de komende tijd moet ontwikkelen. En hoe dat 30 miljard goedkoper kan. Dat wordt gewoon het regeerakkoord voor de komende twintig jaar, dat alle komende kabinetten braaf gaan uitvoeren, ongeacht hun politieke kleur. Het wordt niet mals. Ze kunnen heilige huisjes zonder pardon omver kegelen, juist omdat ze ambtenaar zijn. Dit is precies hetzelfde als wat Lubbers in 1980 heeft gedaan. Ook toen hebben ambtelijke werkgroepen het regeerakkoord tot 2000 geschreven en dat is minutieus uitgevoerd. Erg is dat niet, integendeel. Nederland heeft een uniek en hoogwaardig ambtenarenapparaat. Je hoort veel negatieve verhalen over ambtenaren. Deels kloppen ze, maar Nederland heeft ook veel visionaire, kundige en zakelijke ambtenaren. Die kun je om een boodschap sturen, je kunt het land aan ze overlaten.”

Ook Wilders zal zich keurig conformeren aan wat de ambtenaren hebben uitgestippeld, zegt Bakas. „Er moet wel een nieuwe Thorbecke opstaan. Ons bestuurssysteem is aan herziening toe. Het is halverwege de negentiende eeuw ontworpen en niet toegerust voor de huidige tijd. Ik noem wat: de vuilophaal. Moet de overheid dat doen? Besteed dat uit, veertig procent goedkoper. Overheden kunnen de burgers ook voorstellen: belastingen omlaag, zelf je eigen voorzieningen organiseren en inkopen. Meer aan de burger overlaten. Drees, een van de meest visionaire politici die Nederland ooit heeft gekend, heeft ons verzorgingsstelsel zo niet bedoeld. In zijn tijd bestond er een 48-urige werkweek en werd de gemiddelde mens 66 jaar oud. Hij voorzag de kortere werktijden en de langere levensverwachting. Hij liet expliciet in de memorie van toelichting van de AOW-wet opnemen dat de leeftijdsgrens per jaar een paar maanden omhoog moest. Weet je wat nu de leeftijd voor AOW zou zijn, als we zijn richtlijnen hadden uitgevoerd? 73 jaar! Om medische en biologische redenen kan die leeftijd makkelijk naar 75. Waar gaat het gezeur eigenlijk over?”

Wij spiegelen onszelf voor, zegt Bakas, dat we in de 21ste eeuw zullen kunnen leven volgens ideeën uit de jaren 50 van de vorige eeuw. „Dat kan helemaal niet. Een werkende jongere houdt op dit moment twee AOW’ers in de lucht, straks vier. Mensen worden boos om verschillende dingen. Jongeren zijn boos omdat de ouderen riante voorzieningen hebben, velen voelen zich ontheemd in de anonieme Europese Unie, er is nooit een referendum gehouden over de massa-immigratie van kansarmen. Het gebeurde gewoon. Maar de gevolgen zijn voor hen.”

Fascisten of populisten

Hoe erg zijn die snelle wisselingen aan de top? Hoe erg is de opkomst van het populisme? Historicus Te Velde denkt dat het wel meevalt. „Het vertrouwen in politici is gedaald, maar niemand wil af van ons democratisch systeem. Het bestaat al sinds de 19de eeuw en het heeft alle stormen tot nu toe doorstaan. Vlak vóór de Tweede Wereldoorlog was niemand gelukkig met de parlementaire democratie, nu hoor je niemand pleiten voor afschaffing daarvan. En wat Wilders betreft: fascisten zijn populisten maar niet alle populisten zijn fascisten. Vijfentwintig zetels is maar een zesde van het electoraat. Premier wordt hij er niet mee. Dus hij moet inbinden, of hij blijft aan de zijkant staan. Het lijkt op dat laatste: hij is de enige die roept over een cordon sanitaire. Hij werpt zelf barrières op. Voorlopig blijft het een proteststem, zoals de CPN in de jaren 70. Het vertrouwen in politici bladdert snel af, maar het systeem is de constante factor. Ervaring loont, dat zie je bij Cohen, maar ook bij Halsema. Alleen mensen die kunnen omgaan met die vluchtigheid redden het. Volhouden is belangrijk.”

Politicoloog Fennema wil Wilders best een gevaar voor de stabiliteit van de democratie noemen. „Hij jaagt een deel van onze burgers zo de stuipen op het lijf dat ze zich niet meer durven te uiten. Of ze radicaliseren. Maar de meeste mensen willen gewoon wat Cohen wil: de boel bij mekaar houden. Maar dat moet dan wel gepaard gaan met de bestrijding van de kleine criminaliteit. Want daar hebben ze last van.”