Stomme indoctrinatie

‘Geert Wilders is goed voor Nederland’, schrijft Ayaan Hirsi Ali afgelopen week in NRC Handelsblad, ‘omdat mensen […] hun woede kunnen kanaliseren door op hem te stemmen in plaats van te rebelleren of, nog erger, een gewelddadige confrontatie met radicale islamitische groeperingen aan te gaan.’

Nu heb ik ook altijd een rotsvast vertrouwen gekoesterd in het zelfreinigend vermogen van de democratie, maar zo had ik het nog niet bekeken: anderhalf miljoen boze Hollanders die, bij gebrek aan de PVV, al rebellerend de vinexwijk uit marcheren om een potje te matten met de Hofstadgroep en Al-Qaeda. Osama zal Geert wel dankbaar zijn.

Vanwaar opeens deze behoefte om Wilders te verdedigen? Ik was er nogal door teleurgesteld, omdat ik Hirsi Ali en Wilders altijd heb beschouwd als tegenpolen op het spectrum van islamcritici: Ayaan als ervaringsdeskundige met een emancipatie-ideaal, Geert als politiek opportunist met machtsfantasieën. Maar dat onderscheid is kennelijk aan het vervagen. Hirsi Ali kraakt slechts één kritische noot over de voornemens van Wilders, namelijk dat ze in praktische zin onuitvoerbaar zijn. Ik citeer: ‘Zijn uitzettingsplannen voor moslims zijn in de Europese Unie wettelijk niet haalbaar.’

Wettelijk niet haalbaar.

Je zou er bijna over heen lezen als het niet zo absurd was: Ayaan ziet van deportatie af, omdat het wetboek in de weg ligt. Ze zal het vast niet zo bedoeld hebben, maar uitzetting van moslims ‘wettelijk niet haalbaar’ noemen, is op z’n minst een ongelukkige woordkeus – zeker voor een voormalig vluchteling. Het laat zien dat ook Hirsi Ali inmiddels worstelt met de vraag hoe ze moslims nu eigenlijk moet zien: als mensen die in een religieus keurslijf zijn gedrukt en dus geholpen moeten worden zichzelf te bevrijden – of als mensen die zelfbewust een geloof aanhangen dat haaks staat op westerse waarden en dus keihard moeten worden aangepakt? In Volkskrant Magazine spreekt ze nog de hoop uit dat haar vroegere geloofsgenoten zouden kunnen „genezen van die stomme indoctrinatie waarmee ik ook ben opgevoed”, maar in NRC doet ze de mogelijkheid van een verlichte ‘Nederlandse of Europese islam’ alweer af als een illusie.

Het onderliggende dilemma – zijn opvattingen zelfgekozen of niet? – lijkt me onoplosbaar. Volgens René Descartes schuilde de vrijheid van de mens bij uitstek in zijn vermogen te reflecteren op het eigen denken. Máár, vroeg Friedrich Nietzsche zich af: is dat denken wel echt van jezelf? Laat Ayaan zich daar nog eens op bezinnen.