Op zoek naar authentieke politiek, met en zonder tv

Het verdrietige nieuws uit Dordrecht liet deze week zien hoe gewoon gluurjournalistiek is geworden. Vooral in tv-actualiteiten. De meeste buurvrouwen en kinderen sloegen zich er kranig doorheen. Maar we zaten achter die groene schermen wel erg dicht bij elkaar op schoot. Als de verkiezingen zo worden behandeld, blijven de hoofdzaken mooi buiten beeld. De politiek bestaat bij de gratie van de massamedia, lijdt daaronder en worstelt ermee. Wie de politieke personalia van de afgelopen tijd overziet, ontkomt niet aan de conclusie dat mediagemak en politiek succes nauw met elkaar verbonden zijn. Zie het lot van Jan Marijnissen, Agnes Kant, Pieter van Geel, Wouter Bos en nu Jan Peter Balkenende.

Hoe het de CDA-leider de komende weken vergaat weten we niet. Maar zonder een zekere wederkomst in publieke tv-waardering loopt het politiek niet goed met hem af. Niet omdat alle media zo links of anti-CDA zijn – dat zijn zij niet – maar omdat de moeilijk te meten gave om ideeën en een versie van de eigen persoonlijkheid te projecteren tijdgebonden is. Wie in 2002 verraste en verwarmde, hoeft dat nu niet meer te doen. En andersom.

Zie de komst van Job Cohen op het nationale toneel. Die zorgt sinds vorige vrijdag voor de nodige opwinding. Euforie bij voorstanders, verwarring bij politieke tegenstanders. Een begin van terugslag in de media kon niet uitblijven. Eerst had iedereen ontdekt dat Cohen geen econoom is. Nu zal ook wel uitkomen dat hij over het kiesstelsel, de intensieve veehouderij en kilometerbeprijzing nog geen harde standpunten heeft geformuleerd.

De pers heeft het er druk mee. En de partij-kantoren reageren daar weer op. Zij bereiden intussen hun gebruikelijke tango met vooral de elektronische media voor. Ach, wat zijn ze slordig, rellerig en ongeïnteresseerd in ons prachtige verkiezingsprogramma. En wat hebben we ze nodig. RTL Boulevard, Lingo, DWDD, Rondom 10, P&W, een glijdende schaal aan tv-kansen waarin je vrolijk en vlot gebekt kan scoren. Niet al te moeilijke dingen zeggen, maar ook: laten weten wie je bent. Als lakmoesproef voor leiderschap. Daarin zou het deze keer geen business as usual moeten zijn.

Juist nu een populistische piek in de Nederlandse democratie zich aandient, zou het meeste vertrouwen wel eens kunnen uitgaan naar politici die bekwaam lak hebben aan conventies. Stel dat Job Cohen zegt: ik doe geen spelletjesprogramma’s, want ik hou er niet zo van en volgens mij kiest u op 9 juni ook geen quizmaster of -winnaar. Het zou hem van pas kunnen komen.

Stel dat Balkenende de tv-boulevards nu eens mijdt en zegt: dat was toen, maar nu staan wij voor wezenlijke vragen die niet met één glimlach zijn te beantwoorden. Misschien ziet hij in dat de huidige lauwe sfeer rond zijn persoon samenhangt met een gebrek aan actuele christen-democratische ideeën. En kan hij met zijn beste mensen een nieuwe vorm van blijde ernst formuleren. Daar hoort geen Jack de Vries-kickboxpolitiek bij.

Stel dat Geert Wilders zegt: ik kom graag in uw programma om ook te antwoorden op serieuze vragen. Het zou vernieuwend zijn.

Nederland is in crisis. Het afscheid van Hans van Mierlo donderdag maakte politici van allerlei partijen ervan bewust dat het moment gekomen is om het onbehagen bij velen te vertalen in concrete verbeteringen van het democratische systeem. Opeens lijkt de gekozen burgemeester voor het CDA bespreekbaar. De VVD was al die kant opgeschoven. De PVV en D66 waren daar al. En de PvdA waarschijnlijk weer. Wie nu snel is, maakt het zijn of haar punt.

Maar ook het kiesstelsel, de restauratie van het Kamerlidmaatschap tot een belangrijk en nobel ambt en de per saldo weinig rendabele traditie van kabinetsformaties kunnen niet onbesproken blijven. Evenmin als de marktmanie waar de SER deze week een toets voor publiceerde. Wie op zulke punten campagne durft te voeren, heeft later een mandaat om aan de slag te gaan. Dan hoeven de verkiezingen en de erop volgende formatie niet alleen maar in het teken te staan van ‘wat doen we met de PVV’?

Dat is hoog nodig. Nederland was deze week weer knap naar binnen gekeerd. Almere, Den Haag, Rotterdam, Arnhem. Terwijl de Griekse crisis nog steeds de euro en de Europese Unie bedreigt, rekende de Tweede Kamer zonder alternatief af met de kilometerbeprijzing en riep ‘boe’ tegen Griekenland. Schuinsmarcheerders subsidiëren is weinig aantrekkelijk, maar dat is niet het onderwerp. Het gaat hier over het voortbestaan van de Europese samenwerking, die voor Nederland essentieel is.

Premier Balkenende stelde gistermiddag tevreden vast dat Duitsland en andere landen opschuiven in onze richting: laat die Grieken maar aankloppen bij het IMF in Washington. Eerder bepleitte Den Haag dat al in z’n eentje. Zonder het gezag van een actief en gewaardeerd EU-lid.

Zolang de Nederlandse politiek niet bij zinnen komt en openlijk ervoor uitkomt dat het Europese project onontkoombaar is en dat dit land geen andere keus heeft dan actief zijn rol daarbinnen te spelen, wordt Den Haag niet gehoord en wordt in eigen land een steeds hogere berg frustraties opgebouwd. Die dan weer leidt tot steeds explosievere vleugelbewegingen, die niet kunnen en niet willen besturen.

Terwijl een paar grote steden oefenen met die nieuwe politieke realiteit hielden de Brabantse Staten gisteren een uniek debat. De ammoniakprovincie durft nog geen afscheid te nemen van de onhoudbare welvaart gegenereerd door megastallen. Maar het thema was tot voor kort onbespreekbaar. Nu werd het afgedwongen door 33.000 handtekeningen. De mensen zijn niet gek. Ze willen serieus genomen worden.

Wilt u reageren? Email de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen.