Ontdekking aan vingerafdruk

Rinke Miedema deed een ontdekking aan vingerafdrukken. Wat vindt de misdaadonderzoeker ervan?

‘Beste Dr. Zeepaard’, schreef Rinke Miedema (10 jaar) vorige week. ‘Ik heb vingerafdrukken genomen van mezelf, mijn opa en oma en mijn vader. [...] Ik heb er met een loep heel goed naar gekeken. En toen deed ik een uitvinding. Ik zag dat mijn opa en oma open plekjes hadden in hun vingerafdruk en ik niet. Mijn vader had ze ook, maar minder. Als je de vlekjes telde dan hadden opa en oma er ieder 6 of 7 en mijn vader had er 4. Mijn opa en oma zijn bijna 70 en mijn vader is in de 40. Je kan dus zien aan de vingerafdruk hoe oud iemand is. Weet u hoe dat komt en of de politie dit ook weet?’

“Heel bijzonder, dat Rinke dat heeft opgemerkt”, zegt Marcel de Puit. Hij onderzoekt sporen van misdaden bij het Nederlands Forensisch Instituut. En hij weet heel veel van vingerafdrukken. “Doordat de huid in de loop van de jaren soms een beetje onregelmatig groeit, kunnen er tussen de lijnen op een vingertop open plekjes ontstaan”, vertelt hij.

Dat heeft Rinke dus goed gezien. Maar de plekjes worden niet gebruikt in het misdaadonderzoek. Als iemand zijn vinger verbrand heeft, of zich flink heeft gesneden, blijven er na afloop namelijk ook plekjes achter – zelfs al is iemand nog jong. “Vingerafdrukken met plekjes hóéven dus niet altijd van een oud iemand te zijn.” En omgekeerd krijgt niet íédereen die ouder wordt veel plekjes.

Tegenwoordig gaat het altijd over DNA-sporen. Zijn vingerafdrukken niet ouderwets? “Helemaal niet”, zegt Marcel de Puit. Vingerafdrukken hebben ook voordelen. Vingerafdrukken vind je alleen als iemand de voorwerpen op de plaats van misdaad écht heeft aangeraakt. Huidschilfers of haren voor DNA-onderzoek kunnen net zo goed van iemand zijn die toevallig voorbij kwam lopen. Als zo iemand nieste of praatte, blijft er vaak zelfs wat spuug achter.

“Je kunt ook een haar van iemands jasje plukken en op de plek van misdaad neerleggen”, zegt Marcel de Puit. “Vingerafdrukken vervalsen is veel moeilijker.”

Nog iets: in 100 jaar misdaadonderzoek zijn nog nooit twee mensen gevonden met precies dezelfde vingerafdruk. Vingerafdrukken zijn dus hoogstwaarschijnlijk voor iedereen uniek. Zelfs eeneiige tweelingen, die precies hetzelfde DNA delen, hebben toch elk een andere vingerafdruk.

“Laatst was dat in de Verenigde Staten een belangrijke zaak”, zegt Marcel de Puit. Een verdachte werd beschuldigd van moord omdat zijn DNA precies klopte met de sporen die waren gevonden. Alleen: hij ontkende. En gelukkig werd hij later vrijgesproken, want vingerafdrukken lieten zien dat niet hij, maar zijn tweelingbroer de moordenaar was.

“Vingerafdrukken zullen dus heel belangrijk blijven bij het oplossen van misdaden”, zegt Marcel de Puit.

Margriet van der Heijden