Omzet sieraden en juwelen stijgt tijdens crisis

Met sieraden laten zien hoe rijk je bent – het mag weer. Aan de bovenkant van de sieradenmarkt gaat het goed. En het Rijksmuseum kreeg een grote schenking.

Vroeger mocht je in Nederland niet laten zien hoe rijk je was en sieraden waren dus verboden, behalve als je de koningin was, constateerde Marjan Unger in haar zes jaar geleden verschenen standaardwerk Het Nederlandse sieraad. Die tijd is duidelijk voorbij. Ook voor mannen, getuige de rekken vol accessoires bij H&M. Van gouden bling voor de snelle types tot leren bandjes en riemen met forse gespen voor de rest. Een ring en een horloge is niet meer genoeg. Maar veel mag het voor de meeste mensen nog steeds niet kosten.

Op de kunstmarkt is de sector sieraden en juwelen tijdens de crisis juist gegroeid. Mensen met een hoog inkomen – de zogenoemde HNWI’s: high net worth individuals – gaven volgens een voetnoot in de onlangs verschenen studie van de Tefaf naar de kunstmarkt in 2008 zo’n 20 procent meer uit aan sieraden en juwelen. Veilingen op dat vlak doen het nog altijd goed en ook op de Tefaf is de belangstelling naar dit soort toegepaste kunst groot. De Britse handelaar Humphrey Butler verkocht een paarlen hanger met diamant die ooit van de Britse Queen Mary was (vraagprijs 600.000 dollar). Ook het Nederlandse A. Aardewerk Antiquair-Juwelier kon al een mooi succes melden.

Emiel Aardewerk, samen met zijn zuster Esther de vierde generatie in deze Haagse zaak, verkocht een broche uit 1903 van de beroemde Franse goudsmid René Lalique met een vraagprijs van 120.000 euro. Het sieraad van zeven bij vijf centimeter met de bloesem van een meidoorn dook vorig jaar op bij het tv-programma Tussen kunst & kitsch. „De Nederlandse ondernemer en latere consul Hendrik Gilse van der Pals kocht hem tijdens een expositie ter ere van het 200-jarig bestaan van Sint Petersburg”, zegt Aardewerk. „Zijn achterkleindochter wist wel wie Lalique was, maar kende niet de waarde.”

Uitzonderlijk is volgens Aardewerk dat de broche onbekend is in de vakliteratuur. „Hij zat 107 jaar in de familie. René Lalique is de grootste en beroemdste goudsmid van de Art Nouveau periode, de Rembrandt onder de juweliers van rond 1900. Het is een heel mooi driedimensionaal vormgegeven exemplaar. In de blaadjes zit groen vensteremaille, waar het licht doorheen valt.” Volgens Aardewerk de moeilijkste techniek bij het maken van juwelen. Waar de blaadjes omkrullen zit circa 5 karaat aan briljant geslepen diamantjes. De bloemen zijn van gematteerd glas.

„Verrassend dat het uit Nederland tevoorschijn komt”, zegt Aardewerk. Over wie het heeft gekocht, mag hij niets zeggen. Hij beaamt dat het goed gaat op zijn deel van de kunstmarkt. „Vooral aan de top, zoals deze broche, is geen sprake van negatieve ontwikkelingen. Eerder positief. Wie in deze tijd grote bedragen wil uitgeven zoekt dat topniveau.”

Ook voor Nederlandse sieraden van hoge kwaliteit is een markt. „Ik heb nu bijvoorbeeld een gouden gesp die omstreeks 1900 in Amsterdam is gemaakt door de Firma Van den Eersten & Hofmeyer, ook in Art Nouveau stijl. In de vorm van een iris en niet zo heel kostbaar, onder de 10.000 euro.”

Zo’n gesp van Van den Eersten & Hofmeyer, maar dan met een lelie, komt ook voor in het boek van Marjan Unger, die donderdag in Leiden promoveerde op een proefschrift over sieraden. Ze vermoedt dat rond 1900 een Franse ciseleur in Amsterdam heeft gewerkt.

Ungers studiecollectie van bijna 500 Nederlandse sieraden schonk ze begin deze week aan het Rijksmuseum. „Een fantastisch gebaar”, zegt Dirk Jan Biemond van het Rijksmuseum, die samen met Unger een representatieve keuze maakte uit haar verzameling. „Goed dat het compleet voor het Nederlands erfgoed bewaard blijft en dat de stukken niet in de anonimiteit verdwijnen.”

Het Rijksmuseum had al zo’n 1500 sieraden in de collecties kunst, geschiedenis en mode. „Het past bij alle drie en daarom koos Unger voor ons”, zegt Biemond. Unger verzamelde Nederlandse sieraden van 1900 tot nu. „De periode 1930-1970 had nog geen enkel Nederlands museum.”

In het nieuwe Rijksmuseum komt volgens Biemond een sieradenopstelling met een groot deel van de collectie in een tijdlijn van Renaissance tot vandaag. Een kleine selectie van de aanwinsten is nu in het museum te zien.