Oma's koekjes

Deeg kneden met één hand. De oventemperatuur geleidelijk omhoog. Koekjes bakken is een kunst.

Ze is vijfennegentig. Volgende week wordt ze, Deo volente, zesennegentig. Er moeten koekjes worden gebakken, veel koekjes. Een verjaardag zonder koekjes of, stel je voor, met koekjes uit de winkel; ze moet er niet aan denken. Ze kan het ook nog best, zelf bakken. Alleen het kneden valt haar zwaar. Ze wil het wel, ze wil het liefst alles nog zelf doen. Dat kastrandje dat steeds loslaat weer vast timmeren. De boodschappen. Heur haar. Maar het lichaam wil niet meer zo erg, en ze heeft zich erbij neergelegd dat ze steeds meer dingen uit handen moet geven. Zo is het leven.

Haar dochter en kleindochter komen. De boter heeft ze vanochtend al uit de ijskast gehaald en meel en suiker staan ook klaar. Over het wollen tafelkleed in de achterkamer ligt een geruit exemplaar van katoen. Eerst koffie. Zullen we beginnen? Ze vult een kopje met meel, Royal Albert, teerroze bloemen en een gouden randje. Drie kopjes meel gaan in de gebutste aluminium schaal. Twee kopjes basterdsuiker, de boter, zo is het goed. Ze kijkt toe. Kind, waarom doe je dat met twee handen? Haar ogen zijn groot van ontzetting. Wie kneedt er nu deeg met twee handen? Nou ja, iedereen moet zoiets ook zelf weten. Maar zij heeft er toch een hekel aan. Eén hand hoort schoon te blijven.

Ze schuifelt naar het keukentje en draait aan de ovenknop. Honderd graden, plus een beetje. Terwijl dochter en kleindochter balletjes draaien van het deeg, zoekt ze in de lade van het dressoir naar die ene vork met lange tanden. Ze herschikt de balletjes op de bakplaat, ze liggen net niet naar haar zin. Met de vork duwt ze de deegballetjes een stukje in. De kunst is om mooie voren te trekken, maar het deeg niet te plat te drukken.

Met de bakplaat tegen zich aangeklemd loopt ze naar de keuken. De oude plaat schuift piepend de oven in; hij past niet meer zo goed. Ze gaat weer zitten aan de tafel met het geruite kleed. Haar dochter en kleindochter praten. Ze luistert wel, maar haar gedachten gaan steeds naar de koekjes. Zou het al tijd zijn? Na een kwartier gaat ze kijken. Ze bukt zich om de ovendeur open te trekken, trekt het bakblik een stukje naar zich toe, haar handen beschermend met twee geelgehaakte pannenlappen, en mompelt goedkeurend. Ze draait aan de knop. Honderdvijftig graden. Dan gaat ze weer zitten, aan de tafel in de achterkamer. De klok tikt.

Wel zeven keer schuifelt ze richting het kleine keukentje en wel zeven keer herhaalt zich het ritueel met de pannenlappen en de ovenknop. Een klein uur en dan is het zover. Ze trekt de bakplaat uit de oven en zet hem op het gebarsten aanrechtblad. Ze pakt haar spatel en tilt de koekjes behoedzaam, een voor een, van de hete bakplaat op het koude graniet. Kijk eens hoe mooi bros ze zijn. Niet te donker, niet te licht. Precies goed. De fluitketel gaat op het vuur. Thee wordt gezet en ingeschonken, kopjes met babyblauwe bloemetjes dit keer. Zullen we er vast eentje proeven?

Mijn oma. Haar zesennegentigste verjaardag was haar laatste. Ze bakte de lekkerste koekjes ter wereld. En nu ze er niet meer is, bak ik ze zelf, ieder jaar, op haar verjaardag.

Janneke Vreugdenhil heeft een kookrubriek op nrc.tv