NOC*NSF wil eetstoornissen topsporters aanpakken

Veel topsporters worstelen met hun lichaamsgewicht. Dat bleek eind vorig jaar, toen deze krant topsporters vroeg hoe zij de Kerst doorbrachten. Vooral degenen die te maken hadden met een winterstop wisten zich geen raad met alle rust en overvloed. ‘Mager’ staat voor hen gelijk aan ‘beter presteren’, betoogde sportdiëtist Joris Hermans.

Dat is ook de ervaring van sportpsycholoog Karin de Bruin, die eerder deze maand promoveerde op een onderzoek naar eetstoornissen onder topsporters. Uit Thin is going to win? blijkt dat vooral in esthetische sporten (zoals turnen), duursporten (wielrennen) en sporten waar gewicht en gewichtsbepaling een grote rol spelen (judo), eetstoornissen op de loer liggen.

Sportkoepel NOC*NSF gaat naar aanleiding van haar onderzoek bekijken hoe eetstoornissen onder topsporters kunnen worden tegengegaan, zo laat de promovenda weten. De sportkoepel faciliteerde bovendien een congres over eetstoornissen dat zij begin deze maand organiseerde.

Voor een deel valt eetproblematiek onder sporters volgens De Bruin (37) te verklaren door persoonlijke omstandigheden. De familiesituatie bijvoorbeeld, maar ook karaktertrekken als onzekerheid en perfectionisme spelen een grote rol in de ontwikkeling van eetstoornissen. In sommige gevallen worden de voorwaarden gecreëerd door de coaches. De sportpsycholoog pleit dan ook voor bij- en nascholing voor begeleiders van topsporters.

Volgens De Bruin moet er goed gekeken worden naar de reglementen binnen de verschillende sportbonden. Aanpassing van sommige regels zou de druk op sporters volgens haar kunnen verminderen. „Meetmomenten in het Amerikaans worstelen vinden nu direct voor de wedstrijd plaats, zodat de sporters zich niet vol kunnen proppen of kunnen drinken om zo hun gewicht vlak na de meting bij te stellen. Dit zou ook in andere sporttakken doorgevoerd kunnen worden.”

De Bruin is verder van mening dat sporters meer ruimte moeten krijgen in hun kledingkeus. In veel sporten wordt nadruk op uiterlijke kenmerken gelegd en dragen sporters uitdagende kleding. Dit werkt eetstoornissen bij sporters volgens haar in de hand.

In haar proefschrift staat ook het voorbeeld van de International Ski Jumping Federation, die sporters met een lage ‘Body Mass Index’ (BMI) laat springen met kortere ski’s om zo extreem gewichtsverlies van sporters te compenseren en in sportief opzicht minder aantrekkelijk te maken.

Kamiel Maase, voormalig lange-afstandloper en sinds vorig jaar coördinator Wetenschappelijke Ondersteuning van Topsport bij NOC*NSF: „Met haar onderzoek heeft De Bruin het onderwerp op de agenda gezet. Nu is het aan die specialisten uit de verschillende vakgebieden om de kwestie op te pakken.”