'Mijn zoon vond mijn pruik vreselijk'

Carolien van de Lagemaat (1958) is transseksueel. ‘Op een dag zei mijn vrouw: het lijkt me goed als je naar een psycholoog gaat.’

‘Dirk Jan is een dromer, werd er vroeger over me gezegd. Ik deed niet mee, ik keek toe. Ik snapte de manier waarop de andere jongetjes met elkaar omgingen niet. Ik hield niet van ruwe spelletjes, en met Lego bouwde ik veel verfijnder dan zij, met meer oog voor detail.

„Mijn moeder maakte zich grote zorgen, temeer daar ik veel ziek was: astma, longontsteking. Mijn vader was leraar bouwkunde en hij deed verwoede pogingen om een echte vent van me te maken. Tevergeefs. Ik vond er niks aan om samen met hem de stenen van ons oude schuurtje af te bikken, buiten in de kou. Ik moest ook op judo, maar dat hield ik niet lang vol.

„Na de lagere school ging ik naar de mavo, ik bleef een keer zitten, en pas toen ik daarna de havo ging doen, leerde ik de gedragscodes van mannen onderling begrijpen. Rond mijn achttiende werd ik zelfs macho. Ik wist hoe ik van me af moest bijten. Ik had af en toe verkering met een meisje.

„De eerste plek waar ik me echt thuis voelde, was de lokale afdeling van Youth for Christ. Ik werd er heel actief: bardiensten draaien, vergaderen. Daar ontmoette ik Addy. Zij vond mij wel leuk en op een weekend met Youth for Christ sprong de vonk over. We kregen verkering, en al gauw zat ik meer op haar kamer dan thuis, want ik had bonje met mijn vader. Onze karakters bleven botsen.

„Kort nadat Addy en ik getrouwd waren, vertelde ik haar dat ik het leuk vond om me af en toe als vrouw te verkleden. Ik bestelde kleding via een postorderbedrijf en ging zelfs wel eens als vrouw naar buiten; voorzichtig, want travestie was toen nog iets waarvoor je kon worden opgepakt. Aanstootgevend gedrag, heette het. Kennis was nauwelijks voorhanden; er was nog geen internet.

„Mijn vrouw tolereerde mijn verkleedsessies, al vond ze het niet makkelijk. Onze geloofsbeleving veranderde: we trokken ons terug uit Youth for Christ en gingen niet meer elke zondag naar de hervormde kerk. Ik kreeg steeds meer moeite met de uitspraken die daar gedaan werden. Ik geloof nog wel in God; dat is mijn basishouding.

„Na negen jaar werd onze zoon geboren, vier jaar later onze dochter. Ik verkleedde me steeds vaker, meestal ’s avonds, want de kinderen mochten het niet merken. Soms ging het mis: dan zat ik verkleed op de wc en stond er ineens een kind voor de deur. Maar ze hadden niets door.

„Op een dag zei Addy tegen me: het lijkt me goed als je naar een psycholoog gaat. Ze wilde dat ik uitzocht wat er nou echt met me aan de hand was. Met die psycholoog klikte het niet – Nederlandse hulpverleners weten in het algemeen weinig van dit onderwerp af, het zit niet in hun opleiding. Bij de Landelijke Contactgroep Travestie en Transseksualiteit vond ik wel mensen met wie ik kon praten. Ik ging ook alles over het onderwerp lezen. Zo groeiden ik en Addy samen naar mijn transitie toe. Ons huwelijk was en bleef goed; we hebben een diepe, intieme band. In 2006 ben ik op mijn werk vrouw geworden. Mijn collega’s vingen het goed op. In 2007 ben ik geopereerd.

„Onze kinderen had ik al veel eerder op de hoogte gesteld. Ze wilden allebei meteen dat ik me omkleedde, ze wilden me als vrouw zien. Mijn zoon vond mijn pruik vreselijk, mijn dochter vond hem juist prachtig. Maar allebei accepteerden ze het. Kinderen zijn zo flexibel. Ik ben nog steeds hun vader. Dat is mijn rol in hun leven.

„De wereld bestaat niet uit mannen, vrouwen en verder niks. Er zitten een heleboel schakeringen tussen. Mensen zijn mensen, en iedereen is gelijk. Zo zie ik het.”

De zware, donkere meubels detoneren met haar lichte tred en zonnige humeur. Ze heeft een soort vergaderdag: er zitten voortdurend mensen rond de eettafel. Op het toilet staat een rij luxe make-upspullen.

Heeft u ook een interessante familiefoto? Mail naar weekblad@nrc.nl