Mijn dokter won ook van Clinton

Het Amerikaanse Congres stemt zondag over het zorgplan van Obama. Bij je dokter en apotheek leer je het zorgstelsel kennen.

Twee Afro-Amerikaanse dames, moeder en dochter, keken mij sceptisch aan. Ik woonde net in Washington. In hun apotheekje op Connecticut Avenue hadden ze mijn medicijnen op de toonbank gelegd. Precies dezelfde als in Nederland: doosje, merk, logo.

Ik zag de prijs. „Zes keer – zes keer? – zo duur als in Nederland’’, liet ik uit mijn mond vallen. Achter de rug van de dames kwam de apotheker zelf toelopen. Och, hij begreep het wel. „Ik doe er 15 procent af.” Pardon? „Twintig procent. Verder kan ik niet gaan.”

Zo leerde ik bij mijn eerste kennismaking met de Amerikaanse gezondheidszorg hoe groot de culturele kloof op dit gebied is. Op de prijs van medicijnen mogen we hier afdingen, en inmiddels begrijp ik de logica: marktwerking.

Zo heb ik me langzaam overgegeven aan het geldverslindende systeem. In Nederland bezocht ik de dokter eens per jaar. Aan mijn kwaaltjes is niets veranderd, hier draaf ik om de twee maanden op. Mijn arts zegt dat hij anders kwetsbaar is voor schadeclaims. En zijn schoorsteen moet ook roken.

Nu is er iets onverwachts gebeurd: ik ben gaan uitkijken naar het doktersbezoek. Hij doet de controle, alles in orde, en begint intussen te praten over de hervorming van het zorgstelsel. Saai? Niet bij mijn dokter.

Hij kent alle spelers, alle valkuilen, alle details. Hij weet dat de verslaggever die de zaak voor The New York Times volgt zo geniaal is dat de gekte nooit ver weg is: kan elk moment worden getroffen door een psychose. Hij weet dat de vrouw die de lobby van de verzekeraars leidt „een beetje Botox-verslaafd” is. Hij noemt namen van mensen die maanden later in het nieuws komen omdat ze een hoofdrol in het debat blijken te spelen.

Ga in de zomer naar Arkansas, zei hij vorig voorjaar. „Interessante gedachte”, zei ik met aangeleerde Amerikaanse beleefdheid. (Wat moest ik nou in Arkansas?) Arkansas groeide uit tot een van de staten waar de volksopstand tegen het zorgplan het heftigst was.

Het geheim van mijn dokter is zijn vorige leven. In de jaren negentig was hij een van de leiders uit de sector die Bill en Hillary Clinton op de knieën kregen toen zij dachten het stelsel even aan te pakken. Heldenjaren.

Vervolg Zorg: pagina 5

Dokter is bang dat hij gaat verliezen

Mijn dokter heeft er zichtbaar heimwee naar, en volgt alles opnieuw nauwgezet. Hij is geen triomfantelijke conservatief. Een kalme man, al wat ouder, en als hij weer voor een opiniepagina aan het schrijven is probeert hij zijn argumenten op patiënten uit. Het draait voor hem om de vrijheid van artsen en patiënten. De overheid hoort hun de wet niet voor te schrijven. Dit is een vrij land.

Ik opper dat die vrijheden misschien wat duur zijn geworden. Topzorg heeft zijn prijs, zegt hij dan – Amerikaanse artsen weten zeker dat ze de beste van de wereld zijn. En dacht ik werkelijk dat het goedkoper wordt als Obama 30 miljoen mensen subsidieert zodat ze ook verzekerd zijn? Hanky panky noemt hij dat. Bedrog.

Deze week mocht ik weer bij hem komen. Volgers van de politiek, en dat is nu de halve stad, kijken uit naar de beslissende stemming in het Congres over het zorgplan. Niemand weet hoe het afloopt. Toen ik binnenkwam keek hij op van zijn Blackberry. „Ben bang dat we het gaan verliezen.”

In de wachtkamer had ik een mededeling van hem aan zijn patiënten gezien. Hij had de banden met twee grote verzekeraars doorgesneden. Ze vergoeden hem te weinig, zodat hij polishouders bij deze verzekeraars alleen nog helpt als ze uit eigen zak betalen.

Mijn dokter wist al wat ik zou vragen. Obama is misschien niet tegen te houden, zei hij. Maar hem ondermijnen is zo moeilijk niet. „Hij geeft miljoenen een goedkope verzekering ”, zei hij gniffelend. „Maar waarom zouden wij die mensen helpen als we er niets aan verdienen?”