Merkel moet een toontje lager zingen

Wat is in Angela Merkel gevaren? De Duitse bondskanselier heeft haar Europese bondgenoten de afgelopen weken verbaasd met ronkende retoriek, waarin zij zo nu en dan het standpunt van haar eigen regering inzake Griekenland, de mondiale onevenwichtigheden, economische samenwerking en de algehele toestand van de eurozone weersprak. Ongetwijfeld doet haar opstelling als strenge politieagent het goed in de Duitse publieke opinie. Maar als de voornaamste begunstigde van de eurozone kan Duitsland het zich niet veroorloven al te lang overhoop te liggen met zijn partners.

De simpelste verklaring voor de uitbarstingen van Merkel is van binnenlands-politieke aard. Zij wordt geconfronteerd met regionale verkiezingen, waarbij haar coalitie de meerderheid kan verliezen in de Duitse Bondsraad. Merkel heeft ook haar handen vol aan haar regeringspartner FDP. Deze tegenstander van staatssteun heeft de campagne geleid tegen een Europese reddingsplan voor Griekenland, het voornaamste geschilpunt met de buurlanden.

Op zijn beurt werpt dit enig licht op de verschillen tussen de uitlatingen van Merkel en die van haar regering. Een anonieme Duitse regeringsfunctionaris zinspeelde er deze week op dat Berlijn niet afkerig zou zijn van een interventie van het IMF om Griekenland te hulp te schieten. Dat is in tegenspraak met wat de Duitse minister van Financiën een paar weken geleden heeft gezegd, toen hij nog op één lijn stond met andere eurolanden. Merkel wilde ook dat de eurozone een mechanisme zou ontwerpen om een ongedisciplineerde lidstaat te kunnen lozen. President Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank heeft dit idee onmiddellijk als absurd van de hand gewezen. Dit speelde zich allemaal af op het moment dat de Duitse bondskanselier zei dat er geen sprake was van een reddingsoperatie voor Griekenland, terwijl ze tegelijkertijd persverklaringen van de eurozone ondertekende waarin precies het tegenovergestelde stond.

Intussen strijkt Merkel haar bondgenoten in de Europese Unie tegen de haren in met haar harde standpunt ten aanzien van het Duitse handelsoverschot. Ze zinspeelt erop dat de wereld uit de crisis kan komen door iets meer op Duitsland te gaan lijken. Maar haar model van een bloeiende export, trage groei en hoge wekloosheid is er niet een dat anderen graag willen overnemen. En terwijl Duitsland zijn partners ertoe aanzet zich via deflatie een weg te banen naar een vluchtige welvaart, moet het land bedenken dat de rest van de EU méér is dan louter een zooitje onverantwoordelijke debiteuren. Het is ook veruit de grootste afzetmarkt van Duitsland.

Pierre Briançon