'Magie van schaatsen heeft geen enkele sport'

KNSB-directeur Vincent van den Hoff is eindverantwoordelijk voor alles wat de schaatsbond KNSB doet. „Niemand is tegen het schaatsen.”

Ja, hij is ongetwijfeld de snelste directeur die de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond ooit in dienst had, lacht Victor van den Hoff (55). „Dit jaar reed ik in Salt Lake City 40,57 op de 500 meter, 1.18 op de duizend en twee blank op de vijftienhonderd meter. En ik onderschatte mezelf, het had nog harder gekund.” Maar de prijzen die hij dit seizoen won bij wedstrijden voor Masters (veteranen) liegen niet. „Ik zit sinds vorig seizoen in de categorie 55-plus, heb nu de sprintkampioenschappen gewonnen in Milwaukee en de allroundtitel in Baselga. De directeur heeft zelf in elk geval een goed seizoen gehad.”

Ondanks zijn prestaties op de schaats is KNSB-directeur Van den Hoff – in de jaren tachtig een subtopper op de sprint – een jaar na zijn aanstelling nog nauwelijks bekend bij het grote publiek, in tegenstelling tot bondsvoorzitter Doekle Terpstra of directeur sport Arie Koops. „Een bewuste keuze van Terpstra. Hij wilde de bond zo organiseren dat Arie Koops als gezicht van de sport het belangrijkst is naar buiten toe. Doekle zelf is het bestuurlijke gezicht. De rest is minder belangrijk. Ik blijf op de achtergrond, hoewel ik uiteindelijk wel degene ben die eindverantwoordelijk is voor de totale omvang en breedte van wat de schaatsbond doet.”

Aan het eind van het schaatsseizoen, dat dit weekeinde wordt afgesloten met de WK allround in Heerenveen, telt de directeur zijn zegeningen. De combinatie van natuurijs en de Olympische Spelen leidde tot een ongekende populariteit van de schaatssport. Van den Hoff toont de cijfers. Op natuurijs vonden 23 toertochten plaats met ruim 50.000 deelnemers, de NK’s kortebaan, schoonrijden en marathon, twee klassiekers en de Angenent Classic, de eerste 200 kilometerrace in Nederland sinds de Elfstedentocht van 1997. Gemiddeld keken 2,5 miljoen mensen ook midden in de nacht naar het olympische schaatsen, met pieken boven de vijf miljoen. De KNSB-website scoorde tijdens ‘Vancouver’ 1,3 miljoen bezoekers.

„Als het gaat vriezen, verandert Nederland”, zegt Van den Hoff, die zegt zelf de voorkeur te geven aan natuurijs. „Normaal gesproken rijden mensen elkaar van de weg om een parkeerplekje te vinden. Maar zet ze op het ijs en ze tutoyeren elkaar, en miljoenen mensen worden vrienden. Die magie heeft geen enkele andere sport. Eenderde van de Nederlanders kijkt midden in de nacht naar de vijf kilometer van Sven Kramer, Thialf is nu weer drie dagen uitverkocht. Er is niemand tegen het schaatsen. Bij voetbal ben je voor de ene club en dus tegen de andere. Bij ons staan ze ook op de tribunes als Håvard Bøkko de vijf kilometer wint. Dat is kostbaar in een samenleving met zoveel spanning op andere terreinen. Dat vind ik het meest inspirerende van deze sport.”

Zijn voorgangers vertrokken voortijdig bij de KNSB, in een klimaat van voortdurende ruzie en achterklap. „De afgelopen jaren is de bond van alle kanten beschoten. Kritiek op dit en dat. Er zijn ongelofelijk veel dingen verkeerd gegaan, verkeerde beslissingen genomen op verkeerde momenten. Er is mis gegaan wat mis kón gaan. Jammer, want mensen doen het vaak met de beste intenties. Maar met de komst van Terpstra zijn bestuur en bond in een rustiger vaarwater gekomen.”

Van den Hoff, die topbanen in het bedrijfsleven vervulde bij Randstad en Yacht, twijfelde geen moment toen Terpstra hem vroeg. „Er zijn weinig kandidaten die zo goed in deze functie passen. Ik ken veel mensen in deze sport. Van mijn tijd als schaatser, maar ook uit de periode dat ik voorzitter was van de ijsclub Haarlem, waar ik in het stichtingsbestuur nog altijd goed zicht heb op de exploitatieproblematiek van ijsbanen. Als directeur merk ik dat het anders praat met mensen als ze merken dat je dezelfde passie deelt. Zonder voorgangers tekort te doen, die hadden niets speciaals met schaatsen. Ze deden net zo goed atletiek, turnen of wielrennen.”

Afbreukrisico? „Je steekt je nek uit, maar ik ben niet bang om dingen aan te pakken die mis kunnen gaan. Dat is het voordeel als je 55 bent. Niet alles in je leven is goed gegaan. Dat zie je scherper door je sportervaring. Je traint je suf om iets te halen, maar het lukt niet. Dat is enorm louterend. Ik heb zelf de absolute top niet gehaald, maar ik begrijp het wel en heb er veel respect voor. Annette Gerritsen die een fantastische race rijdt op de 500 meter, maar valt. Dat je dan op die leeftijd in staat bent om jezelf zo op te rapen en zilver te halen op de 1.000 meter. Waarom begin ik aan deze klus? Omdat ik het durf.”

De directeur haalt zijn zekerheden het liefst uit de sport zelf. „Ik ben gewend om naar mezelf te kijken om te zien wat ik kan verbeteren. In schaatsen liegt de klok nooit. Er is ook niets mooiers dan met een gangetje van vijftig door een bocht te vliegen. Een geweldige kick, zo’n snelheid ontwikkelen op twee van die ijzertjes. Schaatsen is een complexe beweging. Voor mij is het een soort meditatie, je moet je systemen leeghalen. Soms lukt dat niet en merk je dat er dingen zijn, in je werk bijvoorbeeld, die je dwars zitten. Dan ga je bij jezelf te rade. Daarom past deze sport bij mij. Het is steeds weer in de spiegel kijken en verbeteren.”

Deelname aan het internationale circuit van de Masters-wedstrijden verbreedde zijn blikveld. „Je treft mensen uit landen waar schaatsen niets voorstelt. Zes uur in de auto naar de dichtstbijzijnde baan, zes uur terug. Maar wat een passie.” Als directeur van Yacht kwam hij in contact met Marnix Wieberdink, die schaatsers uit de kleine landen wilde ondersteunen. „Sponsoring met klein geld, jongens helpen die niets hadden behalve de droom om te winnen. Het is een groot succes geworden. Dankzij het initiatief van Wieberdink is de sport mondiaal behoorlijk gegroeid. Ook voor Nederland is dat belangrijk. Op lange termijn heb je er niets aan als wij als enige land in de wereld resultaat halen.”

Voorlopig is er concurrentie genoeg. „Kijk naar Korea, dat aansprekende resultaten haalt. Dat zijn landen die systematisch werken en waar een heel brede basis onder zit. Daar komen mensen boven. Tegelijkertijd heb je Shani Davis, die alles in zijn eentje doet en ook wint. Dat relativeert onze aanpak. In Nederland zijn we te veel bezig met ontwikkelingsmodellen, met lange termijnplanning. Dat kan helpen, maar is geen garantie dat je winnaars creëert.”

Van den Hoff onderstreept het belang van fingerspitzengefühl. „Intern hebben wij daar discussie over. Moet je alles wel zo planmatig aanpakken? Wij mikken erg op de wetenschappelijke aanpak om tot verbetering te komen. In mijn ogen moet er altijd ruimte zijn voor buitenbeentjes. Waar iedereen je afrekent op regelgeving en protocollen, moet je als KNSB verantwoordelijkheid durven nemen voor die uitzonderingen. We kunnen ons niet permitteren om voorbij te gaan aan iedereen die niet helemaal in ons systeem past.”

Als voorbeeld noemt hij voormalig olympisch kampioen Gerard van Velde, die als beginnend trainer in eerste instantie niet op het ijs mocht om zijn pupillen Ronald en Michel Mulder te coachen. „We hebben rond Gerard een controverse gehad. Iemand die niet helemaal past in het systeem van opleidingen, maar wel een heel oprechte betrokkenheid toont. Dan hebben mensen voor mij bij voorbaat gewonnen. Dus kom je er vervolgens samen uit. Omdat we als bond nu meer durven.”

De wissel van hoofdsponsor, waar Aegon na 25 jaar wordt volgend seizoen wordt opgevolgd door KPN, is volgens Van den Hoff een goed moment om de KNSB te herpositioneren. „Wij moeten zorgen dat KPN begrijpt hoe het gaat in de schaatswereld en dat de schaatswereld oog heeft voor de belangen van KPN. Vroeger zaten we ertussen en vochten we aan beide kanten. Als we ons omdraaiden naar de ene partij werden we in de rug geschoten door de ander. Zo loop je als bondsbureau een behoorlijke deuk op in je zelfvertrouwen. Maar dat krabbelt weer overeind. Nu moeten wij erboven staan en partijen met elkaar in verbinding brengen. Atleten, teams, sponsoren, gewesten.”

De praktijk is weerbarstig. Nog voor KPN officieel de rol van Aegon heeft overgenomen, ruziën de topschaatsers al over de verdeling van de prijzenpot voor de komende vier jaar, die zou worden verlaagd van een miljoen naar 700.000 euro. Van den Hoff: „Er is onrust over de toekomst bij een aantal commerciële teams, er dreigt een aantal schaatsers buiten de boot te vallen. Daarom hebben wij geopperd om voor hen een bedrag te reserveren uit de premiepot, zodat ze in elk geval voor een jaar verzekerd zijn van sporttechnische faciliteiten. Overigens zijn we erg blij dat we de topschaatsers, ondanks de recessie, ongeveer hetzelfde kunnen aanbieden voor de komende vier jaar. Als de sporters zelf dat bedrag liever in de bonuspot stoppen, hebben we misschien geen geld voor de opvang van afvallers. Maar de communicatie met de sporters is open, dus daar gaan we gewoon uitkomen met elkaar.”

Saai zal het als directeur van de KNSB niet gauw worden. De schaatsbond wil het skaten nadrukkelijk omarmen en zich zo ontwikkelen tot “twaalf maanden-sport”. Er is zoals altijd gesteggel met kleinere sporttakken als het marathonschaatsen of tussen bond en gewesten. „Je moet verder kijken dan het geknok om het laatste dubbeltje”, zegt Van den Hoff.