Konsert Hol

Als je wilt weten of je nog iets op je bankrekening hebt, bel je het nummer van de bank. Een mevrouw vraagt je rekeningnummer, je prikt de toetsen in, dan moet je je geheime code prikken en als die goed is, kun je kiezen tussen een x aantal mogelijkheden. Alles wat je aan de andere kant van de lijn hoort, wordt opgelezen door een vrouwenstem die op een digitaal geprogrammeerd bandje staat. Ik hoop dat ik het zo goed uitleg; ik heb er geen verstand van. Wil je, zoals je verplicht bent, drie dagen voor het vertrek, je vlucht herbevestigen dan moet je ook door zo’n digitaal doolhof. In hopeloze gevallen komt er een echt mens aan de telefoon om de patiënt de juiste weg te wijzen. De automatisering is een ontmenselijking van de samenleving. Daar moeten we ons bij neerleggen; de vooruitgang valt niet te stuiten.

Toen in Amsterdam de metro begon te rijden, werd Philip Bloemendal gevraagd, de namen van de stations af te roepen. Bloemendal (1918-1999) was in 1946 begonnen met het spreken van de teksten bij het Polygoon filmjournaal. Zo’n keurige stem met een onberispelijke vooroorlogse intonatie heb ik daarna niet meer gehoord. Ieder tijdvak heeft zijn protostem, is mijn stelling. Die van Bloemendal markeerde voor mij de officiële gedragenheid van voor de oorlog. Als ik in de metro zat en het station Waterlooplein naderde was ik weer even, twee seconden, een kind.

Onherroepelijk nadert dan het ogenblik waarop zo’n stem ouderwets wordt bevonden. Is er iemand bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf die dat in de gaten houdt? Worden er dan vergaderingen gehouden? Kandidaten opgeroepen die zich aan een auditie moeten onderwerpen? Hoe dan ook, het zal een jaar of twee, drie geleden zijn dat het Amsterdamse openbaar vervoer een nieuwe omroeper kreeg. Dat was een verrassing. Met nog meer plezier ging ik kris-kras de stad door om te horen wat hij er hier en daar van maakte. Maar eerst moet ik zeggen dat het meeste eigentijds normaal klinkt. Uitzonderlijk wordt het pas als de tram de Overtoom nadert. Hij spreekt Overtoom uit alsof hij een onduldbare pijn heeft. Bij het Leidseplein lijkt het alsof hij wil gaan huilen. Bij het Aálexanderplein vraag je je af of er ook een Bélexanderplein is. Hoogte Kadijk, alsof hij je een militaire geheim toevertrouwt. Eerste Coehoornstraat, alsof Gerard Reve even aan het woord is.

Amsterdam is een toeristenstad en daarom moesten wat in het Nederlands de trekpleisters worden genoemd ook in het Engels worden aangekondigd. De entertainment areas van het Leidseplein en het Rembrandtplein, het Museum District en de Konsert Hol. Je kunt horen dat de man zijn best doet. Toen kwam de chipkaart en moesten de minder geavanceerde passagiers eraan herinnerd worden dat ze ook moeten uitchecken. Daar klinkt weer deze stem, nu in een bedwongen paniek. ‘Verlaat u het voertuig,’ roept hij, alsof de Titanic tegen de ijsberg is gevaren. ‘Vergeet dan niet uit te checken met uw OV chipkaart!’ En dan, op dezelfde toon, dit toespraakje in het Engels.

Openbare stemmen, we kunnen niet meer zonder. Op Schiphol laat een ongelofelijk keurige dame je weten dat er vertraging is, en als je je niet bijtijds bij de gate hebt gemeld word je bedreigd met het unloading your luggage. Op de stations van de NS zegt een uiterst bedachtzame vrouwenstem Dames en heren, en dan moet je naar een ander perron. Op de stations van de subway in New York word je soms toegesproken door een man die onverstaanbaar is doordat hij te snel spreekt terwijl zijn tekst door de echo van het gewelf extra verminkt wordt. Daarover heeft een jaar of twintig geleden Russell Baker in The New York Times al geklaagd. Vergeefs. Een klein museum van openbare stemmen, is daar iets voor te zeggen? Voor het bewaren van de verstreken tijd en ter ere van die naamloze sprekers.