'Het IMF is de ideale zondebok'

De Duitse econoom Otmar Issing over de eurocrisis, democratie en de angst van de Duitsers voor instabiliteit.

Toen Duitsland de Deutschmark opgaf voor de euro, stapten vier professoren naar het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Zij vonden het ongrondwettelijk. Het Hof gaf hen ongelijk. Regering en het parlement hadden de grondwet niet geschonden, stond er in het vonnis: zij hadden er namelijk voor gezorgd dat de Europese Monetaire Unie stabiliteit garandeerde. „Dezelfde professoren”, zegt Otmar Issing, voormalig directielid van de Europese Centrale Bank, „staan in de startblokken om wéér naar het Hof te gaan. Zodra de Duitse regering beslist om noodhulp aan Griekenland te verstrekken, dienen zij een klacht in.”

Otmar Issing (1936) heeft de Duitse regering in de afgelopen weken meermalen met klem geadviseerd om Griekenland niet met leningen of kredietgaranties te hulp te schieten. Als voormalig bestuurder bij de Bundesbank die van 1998 tot 2006 de eerste Duitse afgevaardigde werd bij de Europese Centrale Bank, is hij nog altijd invloedrijk. Zo was Issing, die nu het Center for Financial Studies aan de universiteit van Frankfurt leidt, lid van de commissie-De Larosière, die vorig jaar voorstellen schreef voor beter bankentoezicht. Nu de Griekse schuldencrisis de euro op zijn grondvesten doet schudden, schrijft hij in kranten als The Financial Times en de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat „het hek van de dam is” als eurolanden Griekenland financieel te hulp schieten. Ook in de Bundestag hield hij daar een gepassioneerd betoog over. Dezer dagen benaderen zelfs Russische en Argentijnse tv-zenders hem voor interviews.

Hij ontvangt in het House of Finance, op de gloednieuwe universiteitscampus in Frankfurt, op een moment waarop landen in de eurozone verwoed onderhandelen over hulp aan Griekenland. Frankrijk wil een krachtig gebaar maken, maar Duitsland trapt op de rem. Gezien de dreiging van een rechtszaak in Duitsland, zegt Issing, is er eigenlijk maar één manier om hulp voor Griekenland te organiseren: „Op Europees niveau. Dan kunnen individuen niet naar het Hof. Maar als hulp voor Griekenland bilateraal wordt geregeld, gaan de professoren zeker naar Karlsruhe. Bondskanselier Merkel is daar erg bang voor.”

Wat is haar angst precies?

„In het vorige vonnis was ‘stabiliteit’ een sleutelwoord. Het stond expliciet in het vonnis. De Griekse crisis toont aan dat de muntunie minder stabiel is dan de regering destijds dacht. Het zou kunnen dat de rechters een Einstweilige Verfügung, voorlopige beschikking, treffen. Dat betekent dat zij nog niet over de hele kwestie oordelen, maar dat de regering in afwachting van zo’n oordeel niets mag ondernemen.”

Dan is Merkel de regie kwijt?

„Het Duitse gezegde luidt: ‘Op zee en voor de rechtbank ben je in Gods handen.’”

Hadden deze dilemma’s voorkomen kunnen worden, als de Europese Monetaire Unie was geschraagd door een politieke unie?

„Bondskanselier Kohl zei in 1991, toen hij het Verdrag van Maastricht in de Bundestag presenteerde, dat je geen monetaire unie kon beginnen zonder politieke unie. Ik ben het daar niet mee eens. Niet dat ik bang ben voor een politieke unie. Ik ben bang voor een verkéérd soort politieke unie. In uw land en het mijne hoor je vaak de klacht dat de monetaire unie er alleen is voor de financiële wereld, het grootkapitaal, dat het geen sociale aspecten regelt voor burgers. Ik denk dat een politieke unie die een Europese welvaartsstaat creëert juist erger is dan wat we nu hebben. Dat staat op gespannen voet met de kern van de monetaire unie – namelijk een stabiele munt en solide overheidsfinanciën.”

Vreest u dat Duitsland dan te veel soevereiniteit moet opgeven?

„Ik ben van 1936. Als je als jongetje door de ruïnes van je stad Würzburg hebt gelopen moet je wel overtuigd Europeaan zijn. Op school leerden wij dat Frankrijk de aartsvijand was en dat ze aan de overkant van het Kanaal nog erger waren. Ik ben vóór een verenigd Europa. Maar dan moet je het wel goed regelen.”

In uw boek ‘Der Euro: Geburt - Erfolg - Zukunft’ schrijft u dat Europa op een tweesprong staat.

„We beleven een tijd met grote kansen en grote risico’s.”

Blijft de euro bestaan?

„Natuurlijk. Ik heb het niet over het bestaan van de euro, maar over de kwaliteit. Die is afhankelijk van hoe de munt voortaan wordt gemanaged. Als dat gebeurt door de regels van het Stabiliteits- en Groeipact te schenden, zoals tot nog toe gebeurde, krijgen we precies waar de Duitsers vooraf zo bang voor waren: instabiliteit. Als u iets van de Duitse positie wilt begrijpen, ook aangaande hulp voor Griekenland, moet u zich in de wortels van die angst verdiepen. Mijn moeder had al twee keer in haar leven, in ’23 en ’48, meegemaakt dat er nieuwe munten kwamen. Twee keer vaagde dat alles weg wat mensen bezaten. Duitsers associeerden een nieuwe munt met ellende. En dit keer aanvaardden we die zelfs vrijwillig? Ik werkte toen bij de Bundesbank. Wij konden die angst alleen wegnemen door de Duitsers te beloven dat de euro solide zou zijn. De munt zou gemanaged worden door de onafhankelijke Europese Centrale Bank, en het Pact zou elk land verplichten solide overheidsfinanciën te voeren.”

Waarom is die belofte niet ingelost?

„Zo’n systeem had nooit eerder bestaan: dat zoveel soevereine landen één munt hadden en één centrale bank…”

Die systemen bestonden wel, maar gingen toch kapot?

„Nee, u mag al die systemen niet op één hoop gooien. Maar de eerste les die we uit de Griekse crisis moeten trekken, is wel dat zo’n systeem alleen werkt als iedereen zich aan de regels houdt, als er strenge monitoring is en als er sancties zijn. Iedereen wijst nu naar Griekenland, maar de eersten die het Pact schonden met begrotingstekorten boven 3 procent van het bbp waren Duitsland en Frankrijk, in 2003. Zij kregen geen straf, maar organiseerden een meerderheid van landen en veranderden de regels. Dat was funest. Het mag nooit meer gebeuren. Ook de Europese Commissie heeft geen glansrol gespeeld. Maar dat kon ook niet, omdat grote landen zoveel politieke druk uitoefenden. Dit is dé zwakke plek van het systeem. Alle regels moeten voortaan voor alle landen gelden. Grote én kleine.”

Ligt het plan-Waigel niet nog ergens in een la, van vóór de euro: regels voor strenge monitoring en sancties?

„Niemand wilde dat destijds.”

Klopt het dat zelfs premier Kok het niet wilde, uit angst dat er anders geen Verdrag van Maastricht zou komen?

„Daar weet ik niets van. Waar heeft u dat vandaan?”

Dat schrijven Nederlandse wetenschappers.

„In mijn herinnering staan de Nederlanders altijd aan de goede kant. De kant van de soliditeit. Later, in 2004, was er het rapport-Kok dat voorstelde om aan naming and shaming te doen van landen die het Pact overtreden. De Duitsers verzetten zich, dus ook dat ging niet door. Maar Koks idee dat landen elkaar aan de schandpaal kunnen nagelen, is wel precies wat we nu nodig hebben.”

Had Griekenland wel bij de eurozone gemogen?

„Dat is les twee van de crisis. Dat landen er alleen bij mogen als ze bewijzen dat ze niet alleen rond de toetreding, maar gedurende vele jaren daarvóór hun overheidsfinanciën op orde hebben. Bij de Bundesbank moesten wij van Kohl rapporten schrijven over Italië en België. Beide landen hadden veel te hoge staatsschulden en voldeden niet aan de toetredingscriteria. Maar ze mochten erbij, op voorwaarde dat ze dit verbeterden. Dat was een politiek besluit. De Belgen reduceerden de staatsschuld flink, al is die sinds de crisis weer gestegen. Maar de Italiaanse staatsschuld is nog even hoog als toen.”

Waarom bent u tegen een bail-out voor Griekenland?

„Omdat je dan belastinggeld naar een ander land stuurt, zonder goedkeuring van de belastingbetalers.”

En als de euro in gevaar is?

„Niet aan beginnen. Nooit. Geldtransfers raken de kern van de democratie. Duitsers en Nederlanders willen dit niet. Niemand wil het. Vergeet niet: het begin van de westerse democratie lag bij het Britse volk dat zeggenschap wilde over wat de koning met hun belastinggeld deed. Controle op de overheidsfinanciën is de basis van de westerse democratie. Ik ben verbijsterd dat zo veel economen geen benul hebben van de democratische dimensie van deze kwestie.”

En Europese politici dan, die hulp willen organiseren voor Griekenland?

„Ook zij negeren dit fundamentele punt. De Unie heft geen belastingen. Daarom kunnen er geen geldtransfers zijn van de ene soevereine staat naar de andere. Dit is de reden dat het Europees verdrag bail-outs verbiedt. Als dit verbod wordt genegeerd, is het hek van de dam.”

Zien voorstanders van een bail-out het te veel als een technisch probleem?

„Ja. Maar belastingen zijn niet ‘technisch’. Belastingen zijn het zenuwcentrum van de staat. Dat is je reinste politiek.”

Geen bail-outs dus. Wat dan?

„Discipline! Elk land moet zelf zorgen dat zijn huis op orde is. Ik heb het net gezegd: strenge regels, strenge monitoring, sancties voor overtreders.”

Waarom bent u tegen een Europees Monetair Fonds?

„Elk idee van ‘steun’ voor overtreders aan het eind van de rit ondermijnt de bereidwilligheid van landen om zich aan de regels te houden. Het kan hen zelfs aanmoedigen de discipline te laten verslappen: je beloont in feite degene die er met de pet naar gooit. Het EMF komt te laat voor Griekenland. Maar iemand zal geld in de kas moeten stoppen, in het begin. Als het EMF moet draaien op boetes van landen die het Pact overtreden, komt er maar geleidelijk geld binnen. Dus moet je een bedrag hebben om mee te beginnen. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van het systeem.”

ECB-directielid Bini Smaghi zei tegen deze krant dat je keiharde voorwaarden kunt stellen aan zo’n fonds, zodat landen er alleen in uiterste nood beroep op kunnen doen.

(Schamper) „O ja? Mensen zijn naïef als ze denken dat zo’n nieuw orgaan enkel in crisistijd aangesproken zal worden, en dat de beheerders dan keurig zeggen: nee nee!”

Het IMF staat toch ook altijd klaar?

„Ik ben ervoor als landen naar het IMF gaan. Als Griekenland eerst zijn huiswerk doet, kan het daarna naar het IMF. Het is daar toch lid van? Het IMF is streng. In Argentinië verbrandden ze tijdens de crisis poppen op straat met ‘IMF’ erop. Dat was niet zo erg: het IMF was ver weg. Het IMF is de ideale zondebok, voor burgers én voor regeringen die bezuinigen en belastingen verhogen. De EU is geen goede zondebok. Nu de EU Griekenland strenge voorwaarden oplegt, schelden de Grieken op Duitsland. Ze halen er alles bij, inclusief het naziverleden. Dat was te verwachten, maar als dit te lang doorgaat, ruïneert het de Europese identiteit. Wij moeten verder met Griekenland. Ik heb liever dat ze op het IMF schelden.”

Krijgen de Duitsers spijt van de euro?

„Recente peilingen laten zien dat een meerderheid de D-mark terug wil. Maar dat zijn de emoties van het moment, dat kan zo veranderen. Emoties laaiden ook op vlak voor de introductie. Wist u dat iemand in 1998 zelfs een ‘DM-partij’ oprichtte, in een poging om de mark te houden? Maar politici legden goed uit waar ze mee bezig waren. De emoties luwden. De DM-partij kreeg uiteindelijk maar 1 procent van de stemmen. En werd opgeheven.”