Hese boenderauto

Meer vermogen en minder verbruik. Alfa Romeo introduceert in de Mito een nieuw type motor.

Het is maar een detail, die nummerplaat. Op de bolgeklopte carrosserie van de Alfa Romeo Mito kon die rechte plaat heel moeilijk een plaats vinden. Uiteindelijk hebben ze hem maar op een stuk rubber onder een van de koplampen gehangen, naast het karakteristieke frontje. Hadden ze dat nu niet beter kunnen oplossen? Maar opeens begrijp je het. Ze hebben het expres zo gedaan. Het is nu net of de Mito eigenlijk op het circuit hoort. Voor dat ritje op de openbare weg heeft de gelukkige eigenaar er even een nummerplaat op geplakt. Zeker een raspaardje!

Bij Fiat, het moederbedrijf van Alfa Romeo, geloven ze nog heilig in benzine, raceolie en verbrand rubber. Van elektrische motoren en hybride aandrijvingen moeten ze in Turijn en Milaan niets hebben. Aan de verbrandingsmotor kan nog heel veel verbeterd worden, vinden ze. Enig recht van spreken hebben ze wel, want Fiat is al een paar jaar het merk met de laagste gemiddelde CO2-uitstoot. Ze zijn ook de bedenkers van het inspuitsysteem dat nu in vrijwel alle dieselmotoren wordt gebruikt: de common rail. Ze verkochten het in 1993 aan Bosch, omdat ze het geld niet hadden om de massaproductie ter hand te nemen. Het systeem maakte de diesel zuiniger en sterker en Bosch werd er schatrijk van.

Nu hebben ze weer iets bedacht: ze noemen het multi-air, en het is een fraai systeem om het openen en sluiten van de inlaatkleppen te variëren. Misschien is het net zo’n goed idee als de common rail. In ieder geval verkoopt Fiat het deze keer niet. Volgens de Italianen heb je met multi-air bij gelijke cilinderinhoud 10 procent meer vermogen, meer trekkracht bij lage toerentallen en in het middengebied, en 10 procent minder verbruik en CO2-uitstoot.

De Mito heeft een 1,4 liter motor en is de eerste auto die met multi-air kan worden geleverd. Je voelt het niet, maar als je het metalen gaspedaal intrapt berekent een gecompliceerd elektronisch en hydraulisch systeem de beste manier waarop de inlaatkleppen worden geopend. Ver of niet ver, één of twee keer per aanzuigslag. Heel anders dan in de gewone auto, waar de inlaatkleppen altijd op dezelfde manier opengaan, en waar gas minderen en gas geven vooral betekent dat je de toevoer van lucht wat meer of wat minder tegenhoudt. Dat gebeurt met een luchtschuif, die meestal smoorklep wordt genoemd. Dat principe heeft vermogensverlies tot gevolg, vooral bij lage toerentallen want dan wordt de aanzuiging van de lucht die voor de verbranding noodzakelijk is, bemoeilijkt. De motor zou zijn lucht liever ‘vrij aanzuigen’.

In de Mito kan dat. Feit is dat de auto gretig accelereert, maar ook heel rustig kan rijden en dan een bescheiden verbruik laat zien. De auto is ook uitgerust met het benzinebesparende start-stopsysteem: de motor slaat af als hij stilstaat en de versnelling zich in de vrijstand bevindt. Intrappen van de koppeling laat de motor onmiddellijk weer aanslaan.

De Mito heeft twee zielen in zijn borst, en dat wordt nog eens geaccentueerd door de ‘DNA’-schakelaar waarmee de auto is uitgerust. In de N-stand gedraagt de auto zich normaal, in de D-stand gaat het er een stuk dynamischer aan toe. Het indrukken van het gaspedaal heeft nu sneller en sterker effect. Opeens is het een sportwagentje. Er is ook nog een A-stand (van All Weather). Kiezen voor een van de standen verandert ook de besturing en het remgedrag.

In het interieur eist een golvend en in nep-kevlar uitgevoerd dashboard de aandacht op. Veel ronde klokjes en displays met cijfers die nerveus rood oplichten. Op het stuurwiel zit een grijze plastic plaat die wat goedkoop aandoet en scherpe randen heeft. Het uitzicht naar voren is goed, maar naar achteren en opzij matig. Hier wreekt zich de aflopende daklijn, die er overigens ook toe leidt dat passagiers op de achterbank de rit met gebogen hoofd moeten uitzitten. Dat zal de doorsnee Mitorijder weinig kunnen schelen, want het is echt een auto voor mensen die toch al weinig met hun schoonouders op stap gaan. Ook de stugge vering wijst daar op. Als er flink geboenderd kan worden, is de Alfa meer in zijn element. Het wagentje laat zich snel en zeker door de bochten sturen en laat bij intrappen van het gas een hees gebrom horen.

Volgens de fabriek rijdt de Mito bijna 1 op 18, maar die prestatie kon tijdens de test niet geëvenaard worden. Eén op veertien moet zeker haalbaar zijn. Maar om te weten wat het multi-airsysteem werkelijk in zijn mars heeft zullen we moeten wachten op twee modellen die Fiat heeft aangekondigd: een Fiat 500 en een Panda met een ultrazuinige tweecilinder motor.