Gehrels: bouwer fout bij Stedelijk

Tijdens de verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam hebben alle partijen misrekeningen gemaakt. Maar de verantwoordelijkheid voor de fouten bij de bouw zelf en de vertraging die hierdoor is ontstaan ligt volledig bij de aannemer van het project. Dat zegt wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA) in een gesprek met deze krant.

Gehrels, politiek verantwoordelijk voor de verbouwing, geeft toe dat ze de gevolgen van de lange sluiting van het museum voor het publiek heeft onderschat. „Het grootste probleem is dat we met elkaar niet onder ogen hebben gezien dat de kunstcollectie al die tijd niet zichtbaar was”, aldus Gehrels. Het Stedelijk Museum is samen met het Rijksmuseum een grote publiekstrekker en zowel voor binnenlandse als voor buitenlandse toeristen een belangrijke reden om Amsterdam te bezoeken. Beide musea zijn langdurig gesloten.

De leiding van het Stedelijk Museum en de verantwoordelijk wethouder liggen onder vuur wegens de almaar uitgestelde opening. Bij de sluiting in januari 2004 was het plan om in 2008 open te gaan, maar de laatste schattingen gaan uit van eind 2011 of zelfs 2012. Het museum is onverantwoord lang en onnodig lang dicht, is de algemene opinie. Verzamelaars, tentoonstellingsmakers en kunstenaars laten Amsterdam links liggen, zeiden betrokkenen in de kunstwereld gisteren in deze krant.

Wethouder Gehrels en de gemeentelijk projectcoördinator, Herman van Vliet, stellen de aannemer verantwoordelijk voor de vertragingen. Die had zich gecommitteerd aan oplevering eind vorig jaar, een datum die inmiddels overschreden is. Gehrels: „De aannemer is verantwoordelijk voor het hele traject.” Zij legt ook de financiële verantwoordelijkheid bij de aannemer. „We hebben van tevoren met de aannemer afgesproken wat we van hem wilden kopen en voor welke prijs. Als het hem meer kost om het te leveren, is dat zijn eigen risico.”

Aannemer Midreth wilde niet reageren. „We hebben met de opdrachtgever afgesproken niet naar buiten te treden over het project.”

Stedelijk Museum pag. 7