Gaat het KLPD-rapport over verdachten of criminelen?

Met waardering heb ik het hoofdredactioneel commentaar van 15 februari gelezen, waarin nuances worden aangebracht op de berichtgeving over het rapport van het KLPD getiteld Analyse van Marokkaanse daderpopulaties van gemeenten in Nederland. Bij dat rapport zou ik nog een paar andere kanttekeningen willen plaatsen. In de inleiding staat dat onderzoek is gedaan naar personen die in de periode 1996-2007 minimaal één misdrijf pleegden „naar de overtuiging van de politie”. De politie kan er alleen van overtuigd zijn dat een persoon verdacht is, de rechter bepaalt of er een misdrijf is gepleegd. Ook verder in het rapport is nergens duidelijk of het over verdachten of criminelen gaat, nog los van het feit dat de term crimineel in het algemeen gereserveerd wordt voor veroordeelden van zware misdrijven.

Het is verder vreemd dat onder relatieve druk uitsluitend het percentage criminele Marokkanen (sic, bedoeld wordt Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond die als verdachten zijn aangemerkt) wordt verstaan, terwijl het op zijn plaats zou zijn de relatieve cijfers voor de gehele populatie van verdachten naar etniciteit te vermelden.

Verder is de leeftijdsopbouw voor verschillende etnische groepen zeer verschillend: relatief zijn er meer jongeren onder de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond. In de vier grote steden heeft ongeveer 14 procent van de 16-jarigen een Marokkaanse achtergrond (bron: CBS). Deze verschillen in leeftijdsopbouw beïnvloeden uiteraard de relatieve cijfers. In het rapport wordt voorts opgemerkt dat de recidive eigenlijk meegewogen had moeten worden. Dat lijkt mij een eerste vereiste, als er vervolgens terminologieën als criminele Marokkanendruk worden geïntroduceerd.

Op geen enkele wijze wil ik suggereren dat het bestrijden van criminaliteit niet de hoogste prioriteit zou moeten hebben voor gemeentes. Wanneer echter in de media, helaas bijvoorbeeld 15 maart ook in NRC Handelsblad, ‘De Marokkaan’ als categorische aanduiding met de aanname van deterministische karakteristieken sui generis wordt gebruikt, overschrijden we grenzen van rechtvaardigheid en fatsoen.

Om het maar dicht bij huis te houden: hoe moet het Aicha in vwo 5 op het Mercatorplein te moede zijn als zij moet lezen categorisch te behoren tot een groep die criminele Marokkanendruk veroorzaakt?

Liesbeth van Welie

Universiteit van Amsterdam