Een typisch codeverschijnsel

Valt u nog niet onder een code, verzin er dan snel een. Zonder hoor je er al bijna niet meer bij in Nederland Codeland.

Een code voor banken? Die is er sinds vorig jaar en moet ervoor zorgen dat de banken na de kredietcrisis zich beter zullen gedragen en meer aan hun klanten zullen denken.

Een sms-code? Ja, die bestaat ook. De op 1 maart ingevoerde code werkt nog niet helemaal goed om de aanbieders van sms-diensten te disciplineren zodat ze bijvoorbeeld geen geld meer uit kinderzakken kloppen. Maar de richtlijnen zullen worden aangescherpt, want de minister van Economische Zaken is nog niet tevreden.

Een code voor commissarissen? Aanstaande donderdag organiseert de Erasmus Universiteit een congres naar aanleiding van een code die is ontwikkeld door twee van haar onderzoekers, die moet bijdragen aan het professionaliseren van het toezicht op bedrijven en semipublieke instellingen.

Een code voor claimstichtingen? Er is een ontwerp voor gemaakt, dat donderdag is gepresenteerd. In de affaires rond Legiolease, woekerpolissen en DSB is zo’n wirwar aan stichtingen opgedoken die zeiden zich in te zetten voor gedupeerden, dat deze prompt het overzicht verloren welke betrouwbaar zijn en welke niet. Dus moet een code ervoor zorgen dat de klagende particulieren zich aansluiten bij een stichting die op de juiste wijze bedrijven of organisaties bevechten die zich niet aan wetten of codes hebben gehouden.

Google nog even verder op het woord gedragscode en er valt een boekenkast aan zelfregulering om. Want uiteindelijk zijn de codes nodig omdat de wet tekortschiet maar men liever geen nieuwe wetgeving ziet.

Moeder van de moderne code is de code-Tabaksblat uit 2004 die na alle boekhoudschandalen de kwaliteit, integriteit en transparantie van het ondernemingsbestuur moest verbeteren. Deze was trendsettend omdat ze was opgesteld door betrokkenen zelf – bedrijfsbestuurders en aandeelhouders. En omdat de politiek zo aardig was de code wettelijk te verankeren.

Dat model van wettelijk verankeren van onderlinge afspraken wordt graag nagevolgd. De claimstichtingen hebben dat nu ook voor ogen. De banken hebben dat al voor elkaar gekregen. Al te strenge wetgeving kan zo worden voorkomen. En advocaten, als initiatiefnemers of opstellers, creëren zo hun eigen wetgeving waar ze later mee naar de rechter kunnen stappen.

Zo wil iedereen wel een code tot er straks niemand meer is zonder code. Want er is een soort van natuurlijk einde. Als er een code wordt verzonnen voor de opstellers van codes.

Daan van Lent