DEBAT VAN DE WEEK

Het Boerhaave Debat over robotisering van de mens. Door: Museum Boerhaave en Hoe?Zo! Radio. Met: Jaap van den Herik, Jos de Mul, Martijntje Smits en Damiaan Denys. Woensdag 15 maart.

De robo sapiens is in aantocht

Eén eeuw oud is de metalen beenprothese die Bart Grob, conservator van het Museum Boerhaave, aan het publiek laat zien. Het exemplaar weegt vijftien kilo: zonder krukken kwam de mens er niet mee vooruit. Grob wil maar zeggen: de weg richting de ‘bionische mens’ is al vroeg ingeslagen.

Op die weg is de mens inmiddels al een eind gevorderd. Pacemakers, levensechte protheses, een hardloper die met springveren in plaats van kuiten de invalide concurrentie ver achter zich laat. De vaart richting de ‘homo roboticus’ zit er goed in.

Deskundigen bediscussiëren die ontwikkeling deze woensdagavond in museum Boerhaave in Leiden. Onder hen hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys (AMC), die elektroden heeft laten implanteren in de hersenen van mensen met een ernstige dwangstoornis, zoals smetvrees. De elektroden geven prikkels af zodat de hoge activiteit in de hersenen van de patiënt wordt geremd. Bij zes van de zestien patiënten die Denys onder handen nam, verdwenen de dwangklachten volledig, bij drie anderen voor de helft. Eén bijwerking van de elektroden is interessant: patiënten werden er een week lang euforisch van. Is dat geen reden om te experimenten met elektrodes in de hersenen van gezonde mensen?

„Ik wil het wel proberen”, zegt een student in de zaal. Hoogleraar Denys ziet het niet zitten. „Dat hellende vlak willen we vermijden. Het mooie aan de mens is juist zijn tekort.” Later zegt hij: „Het gebrek aan een vast instinct bij de mens is heilzaam. Alles ligt open. Het is de oorzaak van onze kunst en creativiteit.” Jos de Mul, hoogleraar filosofie van mens en cultuur in Rotterdam, valt hem bij: „Het menselijk tekort is ons manco, en tegelijkertijd de motor van onze cultuur.”

Diezelfde De Mul vindt wel dat de mens juist mens wordt door het gebruik van hulpmiddelen. „De mens is altijd een homo roboticus geweest”, zegt hij. „Neem het schrift. Dat is een soort externe machine voor het geheugen.” Door die geheugensteun hebben de menselijke hersenen zich anders ontwikkeld. „Het schrift is deel gaan uitmaken van onze cognitieve structuur.” Zo bezien is de mens die wordt volgestopt met bionische foefjes, juist bij uitstek menselijk. Maar de vraag is, aldus De Mul: „Moet je dat willen?”

Die vraag wordt nog boeiender zodra de robot op een mooie dag zélf een wil krijgt. Jaap van den Herik, hoogleraar informatica in Tilburg, ziet dat in de verre toekomst wel gebeuren. Robots worden steeds menselijker, weet hij. „We maken lerende machines. Ze leren van hun fouten. Op een gegeven moment weten zij meer dan wij.”

Van den Herik noemt de schaakcomputer, die al sinds 1997 de mens de baas is. Het dictum dat uit niets niets kan voortkomen (ex nihilo nihil fit), is onwaar gebleken, aldus de hoogleraar. De robot van nu kan steeds meer. Een vliegtuigje besturen. Steentjes oprapen op de maan. Een ei zo oppakken dat het niet breekt. En de robot wordt socialer. Neem de Japanse zeehond Paro, die piept als je hem aait en zijn oogjes toedoet als je een speen in zijn robotbek stopt. Voorspelbare acties, zeker, maar de robotzeehond is heus niet dommer dan een echte zoutwaterkrokodil.

Moeten we niet bang zijn dat die slimme robot de mens gaat overheersen? Hoe complexer die robots worden, hoe moeilijker het immers wordt hun ontwikkeling te beheersen. Toch vrezen de deskundigen de toekomst niet. Van den Herik zegt desgevraagd na het debat: „Als er een strijd komt tussen goede en slechte robots denk ik dat de goede gaan winnen.” Zijn reden: „Ik ben een optimist.”

Ingmar Vriesema