De meerderheid beslist, zo gaat dat in een literaire jury

Literaire jury’s bestaan doorgaans uit meerdere personen, bij voorkeur in een oneven aantal. In het meest wenselijke geval komt een jury tot een voor alle leden acceptabel oordeel, maar indien nodig zal er, vanwege dat oneven aantal, altijd een meerderheid mogelijk zijn voor een besluit. Wie toetreedt tot een jury weet dan ook dat het in principe kan gebeuren dat de kandidaat van zijn of haar voorkeur niet bekroond zal worden. Daarover moet je niet verongelijkt doen, dat is een logisch deel van het spel. Daarbij bestaan er mogelijkheden om duidelijk te maken dat er geen unanimiteit in een jury was, zoals het impliciet of zelfs expliciet opnemen in een juryrapport. In het ernstigste geval trekt iemand zich inderdaad terug. Een dergelijke stap is altijd betreurenswaardig voor een jury. Om echter, zoals Frits Bolkestein doet op de Opiniepagina van 17 maart, achteraf alle discretie te laten varen en alsnog het juryberaad op straat te gooien, is ongepast. Bolkestein brengt zijn medejuryleden in een pijnlijke situatie, zet zijn eigen beoogde kandidaat met naam en toenaam te kijk als degene die het níét redde, en schoffeert de met de Ida Gerhardt Poëzie Prijs bekroonde dichter Alfred Schaffer. Bolkestein is duidelijk een onervaren jurylid en etaleert daarnaast in zijn artikel zijn onbenul inzake poëzie. Maar dat alles kan niet als verontschuldiging gelden voor het feit dat zijn handelwijze onfatsoenlijk en kleinzerig is.

Jos Joosten

Hoogleraar Nederlandse letterkunde, Radboud Universiteit Nijmegen